woensdag 12 juli 2017

Recensie: Deep Sea Adventure

De kost gaat helaas vaak voor de baat uit. Zo ook voor duikers die op zoek zijn naar kostbare schatten. In Deep Sea Adventure ben je een armlastige duiker die op zoek gaat naar kostbare schatten op de zeebodem. Helaas ben je te arm om een eigen duikboot te huren en daarom moet je noodgedwongen samenwerken met nog een aantal andere duikers. En alsof het niet lastig genoeg is om met elkaar uit te vechten wie aan het raam mag zitten tijdens de boottocht, wordt het nog lastiger als jullie eenmaal beginnen met duiken. Want de duikboot heeft maar één zuurstoftank aan boord die jullie "eerlijk" moeten delen.

Aan het begin van Deep Sea Adventure wordt een duikboot-fiche op tafel gelegd waarop wordt bijgehouden hoeveel zuurstof er nog in de tank zit. Onder de duikboot wordt een spoor van fiches met schatten gelegd. Hoe verder de schatten van de duikboot verwijderd zijn, hoe waardevoller de schatten gemiddeld worden.

Elke speler krijgt een eigen pion (in de vorm van een duiker). In je beurt gooi je met twee dobbelstenen (op iedere dobbelsteen staat twee keer een 1, twee keer een 2 en twee keer een 3). Het aantal ogen dat je zo gooit geeft aan hoe veel stappen je mag lopen. Vakjes waar andere duikers staan moet je daarbij overslaan. Je mag vervolgens het eventuele schat-fiche oppakken van het veld waar je eindigt (je legt dan een rond fiche terug om aan te geven dat dat plekje leeg is).

Inderdaad, je mag de schat pakken, dit hoeft niet. Misschien wil je namelijk nog liever eerst een beetje dieper duiken voor je schatten begint te rapen. Er kleven namelijk grote risico’s aan het oprapen van schatten in dit spel. Allereerst begin je zuurstof te verbruiken zodra je een schat hebt opgepakt. Iedere beurt verbruik je net zo veel zuurstof als je schatten hebt opgeraapt. Hoe meer schatten iedereen heeft, hoe eerder de gezamenlijke zuurstoftank leeg is.

En alsof dat nog niet lastig genoeg is, blijken de schatten ook nog loeizwaar te zijn waardoor je minder makkelijk beweegt. Je voelt je net een toerist met een rolkoffer op de Amsterdamse keien. Iedere schat die je meesleept vermindert het aantal stappen dat je op basis van je dobbelsteen-worp gooit met één. De heenweg gaat in dit spel dus altijd makkelijker en sneller dan de terugweg.

Zodra de zuurstoftank leeg is, is de ronde afgelopen. Alle spelers die voor die tijd netjes met hun schatjes terug zijn gekeerd in de duikboot, scoren net zo veel punten als hun schatjes waard zijn. De spelers die echter nog onderwater waren, eindigen in een anoniem zeemansgraf.

Op deze manier speel je 3 rondes. Tussen de rondes in worden nog wel even de lege plekken weggehaald waardoor het minder ver duiken is naar de waardevollere schatten en de schatten van de verzopen duikers worden in stapeltjes van maximaal 3 achteraan het duikspoor gelegd. In de volgende ronde(s) tellen deze stapeltjes als één schat (soort van drie voor de prijs van één dus). Wie na drie ronden de meeste punten heeft verzameld, wint het spel.

...en de waardering

Deep Sea Adventure is een prachtig vormgegeven push-your-luck spelletje waar de pech van anderen gegarandeerd voor heel veel hilariteit zorgt. Het is niet ongebruikelijk dat zeker de eerste duikronde flink wat spelers niet meer op tijd boven komen. Maar lach niet te hard want voor je het weet raapt een speler die toch al reddeloos verloren is uit wraak nog wat schatten op waardoor hij nog meer zuurstof verbruikt en je zelf ook niet meer op tijd boven kan komen. Wie het laatst lacht, lacht immers het best. Door de dobbelstenen zit er natuurlijk een flinke geluksfactor in het spel, maar dat is alleen maar een extra kans op veel leedvermaak. Niet iedereen houdt van spellen waar geluk zo’n belangrijke rol speelt. Doordat het spel drie rondes duurt vind ik de geluksfactor niet erg, je kan altijd hopen dat het in de volgende ronde beter gaat en doorgaans ben je niet de enige met pech en kan je altijd nog heel hard lachen om het leed van een ander om je eigen ellende te vergeten.







Auteur: Jun Sasaki en Goro Sasaki
Uitgever: Oink Games, 2014
Aantal spelers: 2-6
Speelduur: 20 – 40 minuten
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Prijs: circa 17 euro

zondag 9 juli 2017

Recensie: Century de Specerijenroute

Cube-pushing klinkt non-gamers vast nog redelijk sportief in de oren. Mogelijk doet het ze denken aan vierkante gewichten die je aan een apparaat in de sportschool hangt voor je jezelf eens goed in het zweet werkt. Maar wij spellenliefhebbers weten wel beter. Cube-pushing doe je in een spel waar je eindeloos in de weer bent met blokjes. Soms moet je ze verplaatsen, soms moet je ze ruilen soms moet je kopen en verkopen. In dit genre is recent een nieuw spel op het toneel gekomen. Het spel heet Century de Specerijenroute (of Spice Road in het Engels).

De blokjes in Century de Specerijenroute stellen (niet geheel verrassend) specerijen voor: kurkuma (gele blokjes), saffraan (rode blokjes), kardemon (groene blokjes) en kaneel (bruine blokjes). Je moet tijdens het spel deze blokjes verzamelen, upgraden en ruilen om zo bepaalde combinaties te verwerven waarmee je opdrachten kan vervullen. De opdrachten leveren punten op en wie de meeste punten heeft wint het spel.

Aan het begin van het spel begint iedereen met een aantal blokjes en twee actiekaarten. Met de ene actiekaart mag je twee extra gele blokjes pakken en met de andere mag je twee blokjes een stap upgraden of één blokje twee stappen upgraden (van geel naar rood naar groen en ten slotte naar bruin). Op tafel liggen nog zes actiekaarten en 5 opdrachtkaarten. Er zijn grofweg 3 soorten actiekaarten. Sommige kaarten geven je het recht om blokjes te pakken (bijvoorbeeld 3 gele of 2 rode), sommige kaarten geven je het recht om een bepaald aantal upgrade-acties uit te voeren en de derde soort kaarten geeft het recht om blokjes om te ruilen in andere blokjes (ruil 3 gele in voor 1 groen en 1 rood blokje of ruil 2 groene blokjes in voor 3 rode en 2 gele blokjes).

In je beurt kan je allereerst een kaart uit je hand spelen. Je voert dan de actie uit die op die kaart staat. Een regels die je hierbij makkelijk over het hoofd ziet is dat je bij de ruil-actiekaarten je de ruil meerdere keren mag uitvoeren zolang je maar genoeg blokjes hebt. Bij de andere typen kaarten (pak blokjes of upgraden) mag je de actie maar één keer uitvoeren.

Je mag in je beurt ook een van de openliggende actie-kaarten pakken. De eerste kaart uit de rij is gratis, maar voor elke andere kaart moet je blokjes inleveren. Je moet namelijk een blokje leggen op elke kaart die je niet pakt. En als later iemand anders die kaart wel pakt dan krijgt hij of zij er die blokjes juist bij cadeau.

De derde actie die je kan doen is rusten. Je mag dan alle actie-kaarten die je gespeeld hebt weer op handen nemen zodat je ze opnieuw kan spelen.

De laatste actie die je mag dien is het uitvoeren van één van de openliggende opdrachten. Je levert dan de juiste combinatie van blokjes in en pakt de opdrachtkaart. Sommige kaarten zijn heel makkelijk te realiseren (weinig blokjes en/of goedkope blokjes nodig) en andere zijn lastiger (veel blokjes en/of dure blokjes nodig). Hoe lastiger de opdracht is, hoe meer punten je er voor krijgt. Voor het vervullen van de eerste twee kaarten uit de opdracht-rij krijg je bovendien (zolang de voorraad reikt) nog 3 of 1 bonuspunten in de vorm van een muntje.

Het spel eindigt zodra een speler zijn vijfde of zesde (afhankelijk van het aantal spelers) opdrachtkaart heeft voltooid. De ronde wordt dan nog uitgespeeld en wie de meeste punten heeft wint het spel.

...en de waardering

Century de Specerijenroute wordt veelvuldig vergeleken met het immens populaire Splendor. Wat deze spellen gemeen hebben is dat ze heerlijk vlot doorspelen. Beurten duren zelden lang en iedereen is gewoon lekker bezig. In Century de Specerijenroute probeer je aan het begin van het spel mooie actiekaarten te pakken die samen een mooie combo vormen om snel goedkope blokjes in dure blokjes te transformeren om zo waardevolle opdrachten te vervullen. Maar ja, iedere beurt waarin je een nieuwe actie-kaart pakt is ook een beurt waarin je geen stappen vooruit zet (tenzij er net wat blokjes op de betreffende kaart liggen). Soms moet je het dus ook maar gewoon doen met de actiekaarten die je al hebt en er daar dan maar wat langer over doen.

Maar daar houdt de vergelijking voor mij dan ook wel op. Ik vind Splendor veel spannender en leuker. Ik vind Century de Specerijenroute een degelijke cube-pusher, maar het heeft niets extra’s waardoor het boven het maaiveld uitsteekt. Ik mis de opbouw die in Splendor zit waar elke vervulde opdracht je een voordeeltje oplevert voor de rest van het spel en je door slim de opdrachten te kiezen je een pad baant naar steeds sneller mooie opdrachten vervullen. In Century: de Specerijenroute begin je na het vervullen van elke opdracht gewoon weer helemaal opnieuw (los van dat je wellicht nog wat blokjes over hebt).








Auteur: Emerson Matsuuchi
Uitgever: Plan B Games
Aantal spelers: 2-5
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30-45 minuten
Prijs: circa 35 euro

zondag 2 juli 2017

Maandoverzicht: juni 2017 (Dagmar)


Mei was weer een geweldige spellenmaand waarin 44 keer een spel op tafel kwam.  Het zwaartepunt van al dit speelplezier lag in de tweede helft van de maand door een bezoek van mijn spellenminnende vriendin B, een spellenavond met Lody, Caroline en Lotte, een dagje spellenpret en een spellendagje met Anton en Peter Hein. De eerste helft van de maand kwamen er door een korte vakantie in Rome namelijk niet heel  veel spellen op tafel.

Negen van deze spellen speelde ik voor het eerst. Twee spellen sprongen er daarbij uit: Escape Room: the Game en Eternity. Ik had Escape Room: the Game op de spelen voor spieren bordspelveiling gekocht (lees hier de recensie die ik vorige week over dit spel schreef). Ik had nog nooit iets gespeeld of gedaan op dit vlak en had eigenlijk verwacht dat het niets voor mij was. Ik houd namelijk helemaal niet van het oplossen van puzzels. Maar het spel verraste me! Het was echt leuk om met een klein groepje uit te vogelen wat de bedoeling was en vervolgens de puzzels en raadsels op te lossen. Ik wil natuurlijk niets verklappen, maar er zaten echt een paar hele leuke verrassingen in het basisspel. Ik heb inmiddels al twee uitbreidingen gekocht en kan niet wachten tot ik deze ga spelen.

De tweede verrassing van de maand was Eternity. Dit slagenspelletje had Peter Hein meegenomen naar ons spellendagje. In dit slagenspelletje moet je zowel slagen halen als fiches verzamelen waardoor je slagen ook punten waard worden. Deze fiches verzamel je door in een ronde niet mee te spelen maar te pledgen. Je speelt dan gewoon een kaart en afhankelijk van de waarde van de kaart krijg je 0, 1 of 2 fiches (hoe hoger de kaart, hoe meer fiches). Elke ronde mag echter maar één speler (en dat mag niet degene die uitkomt zijn) pledgen. Je krijgt in een ronde in principe net zoveel punten als je setjes van een behaalde slag en een fiche hebt. Tenzij je meer pledges hebt dan behaalde slagen, dan krijg je namelijk geen punten. En als je precies evenveel behaalde slagen als pledges hebt dan krijg je drie bonuspunten. Het luistert allemaal dus nogal nauw. Liefhebbers van het betere slagenspel kan ik dit spel van harte aanbevelen.

Ik speelde verder Century: Spice Road voor het eerst. Dit spel wordt op dit moment behoorlijk gehyped als de opvolger van het immens populaire Splendor. Ik ben een groot Splendor-fan en rende dus onmiddellijk naar de spellenwinkel om dit spel in huis te halen. Century: Spice Road is een onvervalste euro waarin je blokjes verzamelt om ze vervolgens in meerdere stappen om te ruilen voor andere blokjes om ten slotte een bepaalde combinatie van blokjes te gebruiken om een opdracht te vervullen om daarmee punten te scoren. Iedere speler begint met een aantal blokjes en twee actiekaarten. Met de ene kaart mag je 2 nieuwe gele blokjes pakken en met de andere mag je twee keer een blokje upgraden naar een hogere soort (geel => rood => groen => bruin). Op tafel liggen verder nog nieuwe actiekaarten en opdrachtkaarten. Er zijn grofweg twee soorten actiekaarten: met sommige krijg je nieuwe blokjes en met de andere mag je blokjes die je hebt omruilen in andere blokjes. In je beurt mag je één ding doen waarbij je keuze hebt uit het pakken van een nieuwe actiekaart (de eerste in de rij is gratis, maar als je die niet wil dan moet je een blokje leggen op elke kaart die ligt voor de kaart die je wel pakt), een actiekaart uit je hand uitvoeren, al je gespeelde actiekaarten weer terug op handen nemen óf een opdracht vervullen. Zodra een speler 6 opdrachten heeft vervuld is het spel afgelopen. Wie de meeste punten heeft wint het spel. Het nadeel van hooggespannen verwachtingen is dat er veel ruimte is om daar niet aan te voldoen. Ik vind Century: Spice Road best een leuk spel, maar het komt niet in de buurt van het speelplezier dat ik aan Splendor beleef. Century: Spice Road is absoluut een goede, familievriendelijke en degelijke euro, maar hij heeft niet dat stukje ongrijpbare magie dat van een goed spel een geweldig en verslavend spel maakt. 
 
Toen ik toch in de spellenwinkel was om Century: Spice Road te kopen, heb ik ook Dr. Eureka gekocht. Ik had op het blog De tafel plakt een hele enthousiaste recensie van dit spel gelezen waardoor mijn interesse was gewekt omdat dit spel me aan Number Rumba deed denken. Number Rumba is een tweepersoonsspel waarin elke speler een rekje met vier pinnen voor zich heeft staan met daarop 9 blokjes in drie kleuren. Vervolgens draai je een opdracht kaartje op en moet je zo snel mogelijk proberen je blokjes in dezelfde volgorde te krijgen als op dat kaartje staan. Ik vind dit een heel leuk puzzelspelletje. Dr. Eureka doet ongeveer hetzelfde maar dan met knikkers in reageerbuisjes. Elke speler heeft drie reageerbuisjes met daarin 2 knikkers (er zijn rode, groene en paarse knikkers).  Vervolgens draai je een kaartje op waarop staat en moet je door de knikkers over te gieten tussen de reageeerbuisjes er voor zorgen dat ze op dezelfde manier in de reageerbuisjes komen te zitten als op het plaatje. Bovenop het uitdokteren hoe je dit met zo min mogelijk handelingen doet, komt dan ook nog het behendigheids-element (het valt niet mee om de knikkers over te gieten). Je kan ook nog de variant voor gevorderden spelen waarin je eerst moet zeggen met hoeveel handelingen je de knikkers goed kan krijgen. De speler die dan het laagste aantal claimt, mag het proberen. Ik vind dit een erg leuk tussendoortje. Het lijkt zo makkelijk om die knikkers over te gieten, maar dat valt onder druk echt behoorlijk tegen.

Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik in mijn spellenkamer ook een aantal spellen heb liggen die ik nog nooit gespeeld heb. Limes was zo’n spel dat al een tijdje op zijn moment op de spellentafel lag te wachten. En deze maand is dat gelukt. Limes is een leuk tweepersoonsspelletje van de maker van Cities dat ook wel een beetje aan dit spel doet denken. In dit spel bouwen de beide spelers met vierkante kaarten langzaamaan een landschap van 4 bij 4 tegels. Elke kaart is verdeeld in vier kwadranten waarop verschillende landschapssoorten staan (bos, meer, weiden, etc.)Je mag elke beurt ook een poppetje plaatsen óf een al geplaatst poppetje één stapje laten lopen. Aan het eind van het spel worden alle poppen op verschillende manieren gescoord en wie de meeste punten heeft wint. Dit tweepersoonsspelletje is mij goed bevallen. Het is een lekker vlot en luchtig spelletje voor twee spelers dat je zo maar een paar keer achter elkaar kan spelen. 

Ik speelde deze maand op Spellenpret Orléans voor het eerst. Dit is een pittige euro waarin je geen blokjes in blokjes omzet, maar meeples in meeples! Elke speler begint met vier verschillende meeples die in je beurt op een bordje geplaatst kunnen worden. Afhankelijk van waar je ze plaatst krijg je nieuwe meeples en doe je stapjes op het spoor van de betreffende meeple-soort. Elk spoor heeft zo zijn eigen voordelen (bijvoorbeeld meer meeples mogen gebruiken in een ronde). Uiteindelijk probeer je je meeples te promoveren naar een mooie publieke functie want daar krijg je punten voor. Orléans is best een complex spel en daardoor vind ik het lastig om er nu al aan te geven wat ik er van vindt. Dit was voor mij echt een oefenpotje. Mijn eerste indruk is dat het een degelijk en best ok spel is, maar dat het ook een beetje droog is en daardoor voor mij dat beetje extra mist om het een echt leuk spel te vinden. Dit is een spel dat je echt een paar keer moet doen zodat je goed snapt hoe alles in elkaar grijpt zodat het spel tijdens het spelen optimaal tot zijn recht komt.

Ik speelde deze maand ook voor het eerst Spectaculum. In dit spel speculeer je met aandelen van rondreizende circussen. Iedere ronde mag je twee aandelen aan- of verkopen en daarnaast beïnvloed je de waarde van de circussen door hun route op het bord te bepalen. Het circus waar de andere spelers veel aandelen van hebben stuur je natuurlijk naar de slechte plekken waardoor hun waarde daalt (mogelijk nadat je zelf net de aandelen van dit circus hebt verkocht). De hardcore spellenliefhebber herkent in deze beschrijving natuurlijk onmiddellijk dat dit eigenlijk een onvervalst treinenspel uit de 18XX serie is, maar dan korter, vlotter en met een wat schattiger thema. Ik vond Spectaculum een aardig tussendoortje, maar niet echt heel bijzonder.

In een  heel ver, grijs verleden (zo’n 12 jaar geleden) heb ik Bongo al eens gespeeld. Ik had er van onthouden dat het een reactiespelletje is met ontzettend ingewikkelde beslisregels waardoor de lol er voor mij snel af was. Toen ik eind april bij All Games in Essen was zag ik dit spelletje voor een paar euro liggen. Mijn spellenminnende vriendin B had net verteld dat ze met zo veel plezier Vlotte Geesten had gespeeld. Bongo leek me wel wat voor haar en daarom nam ik het mee. Toen ze deze maand bij me op bezoek was hebben we samen een potje gedaan. En het viel me mee! Misschien ben ik slimmer geworden de afgelopen jaren, maar de beslisregels waren inderdaad pittig, maar wel te doen. Je gooit in dit spel met een drie dobbelstenen met daarop bongo’s (een soort hert), gnoe’s (een soort koe) en neushoorns en met twee dobbelstenen met daarop 1, 2 of 3 bamboestokjes. Je kijkt dan eerst naar de dobbelstenen met bamboestokjes. Als deze hetzelfde getal aangeven dan is dat het aantal dieren waar je naar op zoek bent en anders moet je het getal hebben dat juist niet is gegooid. Vervolgens kijk je naar de dierendobbelstenen, als er maar een diersoort is die het juiste aantal keer gegooid is dan is die diersoort het juiste antwoord. Als meerdere diersoorten het juiste aantal keer gegooid zijn, dan zijn het juist die soorten niet maar is het weer de ander. Kortom: snel tellen, snel denken en je af en toe vergissen. Dit soort spelletjes zou eigenlijk standaard naast elk koffieautomaat op kantoor moeten staan. Als je dit even een paar rondjes speelt ben je net zo wakker als na een bakkie pleur.

Het laatste nieuwe spel dat ik deed was een ongepubliceerd prototype. Seb had op Spellenpret een zelfbedacht spel meegenomen dat hij wilde uitproberen. Ik ga natuurlijk niets verklappen over het spel zelf. Wat ik er grappig aan vond was dat omdat het spel nog op de tekentafel lag, we na afloop met elkaar gingen brainstormen wat je nog meer met de basisideeën kon doen. Ik ben heel benieuwd hoe dit spel uiteindelijk gaat worden.