zaterdag 17 februari 2018

Recensie: Mystery of the Temples

Mystery of the Temples is een spelletje van de Taiwanese uitgever Emperor S4. Ik heb dit spel ongespeeld op Spiel gekocht omdat ik het er zo ontzettend mooi vond uitzien en andere groep die wel een plekje aan een de demo-tafel had bemachtigd, heel positief over dit spel waren. In het spel ben je een avonturier die op zoek gaat naar verborgen tempels om daar magische rune-stenen te verzamelen waarmee je gevaarlijke vloeken kan verbreken.

Aan het begin van het spel wordt het “bord” opgebouwd met kaarten. Op tafel worden 5 grote tempel kaarten in een cirkel gelegd en tussen de verschillende tempels komen telkens 2 wildernis kaarten te liggen. Bij iedere tempel wordt verder nog een stapeltje met rune-stenen kaarten neergelegd. Iedere speler krijgt verder een kaart met een raster er op waarop flonkerende kristallen verzameld moeten gaan worden en waarop een speciale eigenschap staat aangegeven waardoor iedere speler een klein voordeeltje heeft. Ook worden er nog 3 doel-kaarten neergelegd. Er zitten in totaal 6 doel-kaarten in het spel, dus ieder potje heeft een andere combinatie van doelen.

In een spelersbeurt verplaats je telkens je avontuur-meeple maximaal 3 stappen over de cirkel. Je moet daarbij kiezen of je door de wildernis trekt (en dus de tempel-kaarten overslaat) of juist naar de tempels gaat (en dan tel je de wildernis-kaarten niet mee). Helaas mag op elke locatie maar één avonturier staan. Je voert daarna de actie uit die op de kaart waar je op bent geland uit. Vaak betekent dit dat je en bepaalde combinatie van gekleurde kristallen krijgt, maar soms mag je ze ook kristallen ruilen.

Op een tempel kaart mag je ook in plaats van de reguliere actie, een vloek opheffen. Bovenaan iedere tempelkaart staat een spoor van gekleurde kristallen afgebeeld met op de middelste plekken een puntenwaarde er boven. Als je een vloek wil opheffen, dan moet je vanaf de rechterkant of de linkerkant van de kaart de juiste combinatie van kristallen inleveren. Hoe meer kristallen je inlevert, hoe meer punten het je oplevert. Je moet daarbij opletten dat de kristallen op je eigen kristallen-verzamelkaartje ook al netjes in een rijtje lagen. 

Gelukkig zijn er speciale acties die je mag uitvoeren door witte kristallen in te leveren waarmee je de kristallen op je bordje van plek kan veranderen om eventuele plaatsings-problemen op te lossen. Elke vloek kan natuurlijk maar één keer opgelost worden, dus je moet een beetje in de gaten houden waar de andere spelers mee bezig zijn.

Als je een vloek opheft scoor je niet alleen direct punten, maar krijg je ook een rune-stenen kaart. Op elke kaart staat een van de 5 verschillende symbolen die ook op de verschillende locatie-kaarten staan. Vanaf het moment dat je een rune-steen kaart hebt, krijg je iedere keer een leuk bonusje als je naar een locatie-kaart met hetzelfde symbool gaat (bijvoorbeeld extra kristallen). Een van de doelkaarten levert altijd bovendien aan het eind van het spel punten op voor het aantal verschillende rune-stenen kaarten dat je hebt verzameld.

Zodra een speler zijn vijfde vloek heeft opgeheven, wordt de ronde uitgespeeld en is het spel afgelopen. Op dit moment krijg je de punten voor het verschillende aantal rune-steen kaarten dat je hebt. Verder worden de andere twee doelkaarten gewaardeerd. Op deze kaarten staat een bepaalde tempel afgebeeld en de speler die daar de meeste vloeken heeft opgeheven, krijgt nog wat bonuspunten. Wie de meeste punten heeft gescoord, wint natuurlijk het spel.

...en de waardering

Mystery of the Temples is echt prachtig om te zien. De kaarten zijn schitterend geïllustreerd en daar komen dan nog de prachtige flonkerende kristallen bij. Het oog is dus wel blij met dit spel, maar de vraag is of het spellenhart ook harder gaat kloppen van dit spel. En helaas moet ik zeggen dat dat niet het geval is. Begrijp me niet verkeerd: Mystery of the Temples is een leuk, vlot tussendoortje, maar het vonkje magie waardoor een gewoon leuk spel een geweldig spel wordt, ontbreekt. Het spel is allemaal een beetje te recht toe recht aan. Er zijn niet echt veel verschillende strategieën die je kan volgen om het spel echt interessant te maken. De strategische keuzes beperken zich namelijk tot zo veel mogelijk verschillende rune-stenen kaarten verzamelen voor de eindtelling of veel dezelfde om vaak de bonussen te scoren en of je snel kleine vloekjes opheft of dat je gaat voor de grote vloeken waar je langer voor moet sparen maar ook meer punten krijgt. Eigenlijk is iedereen lekker bezig om kristallen te verzamelen en die om te wisselen bij tempels. En soms zit je elkaar daarbij dwars, maar meestal is er genoeg ruimte voor iedereen.







Auteur: Wei-Min Ling
Uitgever: EmperorS4 / Taiwan Boardgame Design
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 20-40 minuten
Prijs: circa 20 euro

woensdag 14 februari 2018

Boek: Tabletop Gaming Manual

Aan het eind van mijn eerste potje Terraforming Mars heb ik aan het eind van het spel een foto gemaakt. De zon stond toen heel laag en daardoor ontstonden er mooie schaduwen op het bord. Ik heb deze foto ook op  Boardgamegeek gezet. Tot mijn verrassing werd deze foto met veel enthousiasme onthaald. De foto kreeg de ene “like” na de andere en heeft zelfs een paar dagen op de startpagina van Boardgamegeek gestaan. Uiteindelijk heeft de foto zelfs zo veel “likes” gekregen dat het de populairste foto van dit spel op Boardgamegeek is geworden. Daar ben ik best een beetje trots op. Maar daar hield het succes van deze foto niet op.

Vorig jaar werd ik via Boardgamegeek benaderd door Matt Thrower. Hij vertelde dat hij bezig was met een boek over bordspellen en vroeg of hij mijn foto van Terraforming Mars mocht gebruiken. Ik heb hier toestemming voor gegeven. Daarbij vroeg ik wel of ik dan ook een presentie-exemplaar van het boek kon krijgen. Hij zou dit aan zijn uitgever vragen. Ik hoorde vervolgens maanden lang niets meer, totdat ik begin februari van dit jaar post had. Ik had het boek toegestuurd gekregen. Snel bladerde ik het boek door op zoek naar mijn foto. Op bladzijde 58 vond ik de foto. Ik had nooit gedacht dat er ooit nog eens een foto die ik heb gemaakt in een boek zou eindigen.

De Tabletop Gaming Manual is geschreven door Matt Thrower. Matt is zelf een echte spellengek en schrijft dus met veel liefde over spellen. Matt beschrijft aan het begin van het boek dat zijn liefde voor spellen is begonnen met de aankoop van een boek over Dungeons & Dragons en andere spellen. Al snel kocht hij zijn eerste Dungeons & Dragons manual en werd hij de spellenwereld ingezogen. Inmiddels speelt hij alles wat los en vast zit en met zijn boek hoopt hij mensen te besmetten met het spellenvirus door ze te vertellen over alle dingen waar spellengek zich mee bezig houdt.

Het boek bestaat uit 9 hoofdstukken en in elk hoofdstuk wordt een spotlight op een bepaald aspect van de spellenwereld gezet.

De eerste twee hoofdstukken gaan in op geschiedenis van spellen. In het eerste onderzoek gaan we heel ver terug in de tijd, naar de spellen die bij archeologische opgravingen zijn gevonden. Een groot aantal bekende en vooral minder bekende spellen passeert hier de revue. Het tweede hoofdstuk gaat in op de geschiedenis van de moderne spellen. Veel van deze spellen zijn terug te voeren op de oorlogsspellen die sinds de 19e eeuw worden gespeeld. Een voorbeeld van een spel dat schatplichtig is aan wargames is gek genoeg Dungeons & Dragons. En vervolgens is Dungeons & Dragons weer een inspiratiebron geweest voor hele generaties spellen die daarna weer kwamen.

Het derde hoofdstuk behandelt verschillende manieren waarop je spellen in groepen kan delen. Zo kan je een onderscheid maken in bordspellen, role playing games en miniatuur spellen maar je kan spellen nog verder in groepen opdelen door ze in te delen naar spelmechanisme (zoals werkverschaffingsspellen of coöperatieve spellen). In dit hoofdstuk geeft de auteur ook suggesties voor spellen die de beginnende spellengek zou kunnen proberen. Hij geeft helaas niet heel veel informatie over de spellen die hij noemt.

In het vierde hoofdstuk gaat de auteur in op waar en met wie je spellen kan doen. Dit varieert van solo-spellen thuis tot het bezoeken van spellenbeurzen. In dit hoofdstuk wordt ook aandacht besteed aan de vele mogelijkheden om online spellen te doen, variërend van apps op je smartphone tot speciale websites waar je een groot aantal bordspellen kan spelen tegen andere online spelers.

Het vijfde hoofdstuk vond ik zelf het leukste hoofdstuk om te lezen. In dit hoofdstuk gaat Matt in op waar je spellen kan kopen en hoe je ze vervolgens kan bewaren. Voor ervaren spellengekken is dit we gesneden koek, maar voor beginners staan er echt wel wat goede tips tussen. Vooral de informatie over het bestaan van verschillende edities van spellen is denk ik heel nuttig. Verder staan er veel suggesties in over hoe je zuinig met je spel kan omgaan (bijvoorbeeld door sleeves om je kaarten te doen of spellen op hun zijkant in de kast te zetten) of handig kan bewaren zodat ze snel op tafel staan (het gebruik van bakjes en zakjes).

In het zesde hoofdstuk staat het verfraaien van spellen centraal. Denk hierbij aan het aanschaffen of maken van speciale pionnen, muntjes of extra mooie uitvoeringen van spellen. Als je echt bakken met geld hebt, dan kan je zelfs speciale spellen-tafels kopen om op te spelen. Maar ook voor de kleine portemonnee staan er tips in het boek (denk aan mooie kralen die je als grondstof kan gebruiken).

Het zevende hoofdstuk van het boek heb ik overgeslagen. In dit deel van het boek gaat het namelijk over het schilderen van de miniaturen van spellen. Op Boardgamegeek zie ik soms de meest prachtig geschilderde miniaturen voorbij komen. Een spel kan dus zeker opfleuren van een goede schilderbeurt. Ik schat mijn artistieke prestaties op dit gebied alleen niet te hoog in en dus heb ik me nooit aan deze tak van onze spellensport gewaagd.

Het achtste hoofdstuk heb ik schuin doorgelezen. In dit hoofdstuk staat de wiskunde en statistiek (kansberekening) achter de spellen centraal. Dit vind ik zelf niet bijster interessant en bovendien was ik met een groot deel van de besproken onderwerpen al bekend. Ik weet dat er spelers zijn die het heerlijk vinden om alles door te rekenen, maar ik hoor niet bij die categorie. Ik reken echt soms wel iets door, maar maak ook graag gebruik van mijn intuïtie en onderbuik.

Het laatste hoofdstuk geeft een paar tips over het zelf ontwerpen van spellen en waarschuwt je vooral dat het niet makkelijk is om een eigen spel te bedenken. Veel spellenliefhebbers dromen er van om ooit hun eigen naam op een succesvol spel te zien staan, maar het is maar voor weinig mensen weggelegd om deze droom te laten uitkomen.

Matt heeft een prettige en toegankelijke schrijfstijl, waardoor het boek lekker wegleest. Het boek is in het Engels geschreven en staat vol met prachtige kleurenfoto’s (waaronder die van mij). Het boek behandelt een groot aantal onderwerpen. Dit betekent automatisch ook dat het boek vaak niet heel erg de diepte in gaat, maar meer een eerste blik geeft op een bepaald aspect van onze hobby. Als de vonk dan overslaat, kan je altijd op zoek gaan naar meer informatie over het schilderen van miniaturen, hoe je je eigen spel uitgeeft of wat dan ook.

Naam: Tabletop Gaming Manual
Auteur: Matt Thrower
Uitgever: Haynes
Prijs: £
23 (britse ponden bij amazon)


woensdag 7 februari 2018

Recensie: Wild West Shepherds

Wild West Shepherds is een spelletje in de traditie van Machiavelli. De spelers kiezen namelijk, net als in deze beroemde voorganger, namelijk eerst een geheime rol en daarna worden de rollen uitgevoerd. Dit keer moet je alleen geen gebouwen bouwen, maar verdien je punten met schapen, wolven en wolven in schaapskleren.

Aan het begin van iedere ronde worden vier kaarten gedekt op tafel gelegd. Op deze kaarten staan (meerdere) schapen, wolven, schapen in wolfskleren of een lege weide. De startspeler is iedere ronde de hoofdman. De andere kaarten worden geschud en om de beurt krijgen alle spelers de keus uit twee van deze kaarten en kiezen ze er een rol (bijvoorbeeld de jager, priester of Turkey Mama).

Vervolgens bekijkt de hoofdman twee van de vier op tafel liggende kaarten (maar niet de vierde die is altijd geheim) en vertelt hij naar waarheid hoeveel wolven er op deze kaarten staan. Nou ja, behalve dan als hij een wolf in schaapskleren treft dan kan het zijn dat hij “per ongeluk” de wolf voor een schaap aanziet. En ook als er heel veel wolven op de kaarten staan (drie of meer), dan kan het zijn dat de hoofdman van schrik verkeerd telt (en 0,1 of 2 zegt).

Vervolgens zijn de spelers aan zet. Om de beurt mag iedere speler één kaart bekijken (maar weer niet de vierde) en vervolgens moet je je cowboy-meeple op een kaart neerzetten. Kaarten waar een cowboy op staat, mogen niet meer door de andere spelers bekeken worden. Als laatste zet de hoofdman ook zijn cowboy in.

Vervolgens mogen sommige van de karakters hun actie uitvoeren. Zo mag de verzekeringsagent proberen aan een van de andere spelers op het veld waar hij staat een verzekering verkopen door goed te raden wat er op de kaart (schaap, wolf of weide). Als de verzekeringsagent slaagt in zijn verkoop dan mag hij met 3 schapen naar huis. De speler die de verzekeringspolis heeft gekocht, heeft een mooie polis die je later in het spel kan inzetten als je door de wolf wordt aangevallen. En net als met veel verzekeringen is het maar zeer de vraag of je die verzekering nodig gaat hebben.

Vervolgens worden om de beurt de vier kaarten opengedraaid en afgehandeld. Eventuele schapen worden eerlijk verdeeld over de verschillende spelers. Nou ja, eerlijk…. Dat hangt er maar net van af wie er staan. Turkey Mama doet namelijk niet aan delen en neemt altijd alle schapen mee. Als er een wolven op de kaart staan, dan moeten alle spelers net zo veel schapen inleveren als er wolven op de kaart staan. Nou ja, behalve natuurlijk als je de jager bent want die scoort juist punten als hij bij een wolf staat. Als een weide op de kaart staat dan krijgt niemand wat. Niemand behalve de priester dan natuurlijk, die vind altijd al wel twee schapen om aan zijn kudde toe te voegen. En zo heeft iedere rol zijn eigen krachten.

Zodra ten minste één speler 11 of meer schapenfiches heeft verzameld, is het spel afgelopen. De speler met de meeste fiches wint het spel.

...en de waardering

Wild West Shepherds is een toppertje voor groepen. De verschillende rollen zijn heel grappig, maar zitten ook slim in elkaar. Afhankelijk van wie je bent wil je juist bij schapen, wolven of op een lege weide staan en sta je liever alleen of juist bij anderen. Doordat je maximaal 1 kaart mag bekijken, moet je op basis van wat je weet (de kaart die je gezien hebt en wat de hoofdman heeft gezegd) in combinatie met waar de andere spelers hun cowboys plaatsen proberen jouw cowboy optimaal neer te zetten. Soms lukt dat, maar vaak ook niet. En dat zorgt dan weer voor heel veel hilariteit.

Het is jammer dat dit spel in Nederland waarschijnlijk niet of nauwelijks te krijgen zal zijn, want dit spel verdiend een groter publiek. Het spel kan je online te bestellen op de site van Taiwan Boardgame Design (houd daarbij wel rekening dat je ook invoerrechten en belastingen moet betalen). Verder is het misschien volgend jaar ook weer bij hun stand op Spiel te kopen.







Auteur: Martin Kuan
Uitgever: Wild Boys Studio/Taiwan Boardgame Design
Aantal spelers: 4-7
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: 20 euro

zaterdag 3 februari 2018

Maandoverzicht: januari 2018 (Dagmar)


Ik begin er zo langzamerhand aan te wennen dat iedere maand een geweldige spellenmaand is. De afgelopen maand was het ook weer raak, 45 keer kwam er een spel op tafel. Het jaar begon goed met een spellendagje met Peter Hein, Anton, Roger en Frank (zeg maar een soort Spiel-reünie), een Spellenpret-dag en een bezoekje van mijn spellenminnende vriendin B.

Mijn meest gespeelde spel was Charterstone. Niek en ik waren in december met dit spel begonnen en hebben het in januari uitgespeeld. Zoals jullie in mijn recensie al hebben kunnen lezen ben ik er niet super enthousiast over. Maar dat neemt niet weg dat ik het spel met plezier heb gespeeld, ik denk alleen dat het voor een verwende veelspeler net wat te weinig om het lijf heeft en daarom tegenvalt.

Gelukkig stond deze maand ook Pandemic Legacy Season 2 weer op het programma. We begonnen vol goede moed aan februari. Ik vind Season 2 echt een stukje pittiger dan Season 1. In februari ging het lang best aardig, totdat het toch in eens heel snel minder goed begon te gaan. Maar door slim te spelen wisten we het tij te keren en was de overwinning binnen handbereik. Het enige wat mis kon gaan was dat we een hele ongelukkige combinatie van infectie-kaarten konden trekken. Jullie voelen het vast al aankomen: het ging mis. Als we deze infectie-fase hadden overleefd, dan hadden we de volgende beurt het spel kunnen winnen, maar helaas. De tweede keer wisten we meer grip op de situatie te houden. Ik wil niet zeggen dat het makkelijk ging (het spel is echt pittig), maar door slim te spelen wisten we dit keer de winst wel binnen te slepen en hadden we zelfs nog een behoorlijke veiligheidsmarge. Ik kijk nu al uit om verder te spelen.

Ik speelde deze maand 7 spellen voor het eerst. Van deze spellen speelde ik er één ook meteen voor het laatst, maar dat was wel meteen de leukste van de nieuwe spellen. Het gaat dan natuurlijk om Exit: de verlaten hut. Ik had afgelopen zomer met Niek al een spel uit de Exit serie gespeeld (namelijk De grafkamer van de farao) en dat was me toen slecht bevallen. Omdat ik toch veel positieve reacties over deze spellenlijn las en ik andere escaperoom-spellen met veel plezier gespeeld heb, wilde ik deze serie toch nog een keer een herkansing  geven. Ik had mijn vriendin B gevraagd en die wilde het spel wel proberen. En dit keer heb ik me echt kostelijk vermaakt met het Exit spel. We vonden de raadsels leuk en de meeste raadsels konden we ook zonder hulp redelijk vlot oplossen. Na deze positieve ervaring ben ik ook van plan om het laatste deel van deze serie (het geheime lab) nog een keer te gaan spelen. In Duitsland is de serie inmiddels al verder uitgebreid en het zou me verbazen als die spellen niet ook naar Nederland gaan komen.

De afgelopen maand stond Dominion weer een paar keer op tafel. Wat een geweldig spel is dat toch! Het is het eerste spel waarin deckbuilding als mechanisme werd geïntroduceerd. Goed voorbeeld doet goed volgen en inmiddels zijn er vele spellen die dit mechanisme gebruiken. Een van de recente tak aan de deckbuilding-boom is Clank!. Er zijn inmiddels al twee Clank! spellen te krijgen en voor ieder van deze spellen is er ook al een uitbreiding op de markt. Ik speelde de dungeon-crawler variant (de andere speelt zich af in de ruimte). Je bent in dit spel een onderzoeker die in een ondergrond grottenstelsel op zoek gaat naar monsters om te verslaan en schatten. In je hand moet je kaarten verzamelen waar je mee kan lopen, vechten of dingen kopen. Ik had me in het begin van het spel te veel gericht op het verzamelen van geld en ontdekte te laat dat als je niet kan lopen, je dus ook niet op de locaties komt waar je dat geld kan uitgeven. Ik heb me prima met dit spel vermaakt, maar geloof dat ik de voorkeur geeft aan Dominion.

Toen Frank aangaf dat hij Lifeboat meenam naar onze Spiel-reünie, dacht ik dat hij Rette sich wer kann bedoelde, maar dat bleek niet het geval. Lifeboat is een kaartspelletje dat een beetje aan weerwolven doet denken. Alle spelers zijn drenkelingen na een scheepsramp en krijgen in het geheim te horen op wie ze verliefd zijn en aan wie ze een hekel hebben. Tijdens het spel krijg je hulpkaarten (bijvoorbeeld water om te drinken, een reddingsvest om niet te verzuipen of een wapen om mee te vechten), die je eventueel ook andere spelers (bijvoorbeeld je geliefde) kan geven. Bij dit soort spelletjes helpt het altijd erg als je al een beetje weet wat er kan gebeuren dus ons eerste potje was wat chaotisch daardoor. Dit soort spellen komt beter tot zijn recht als je het vaker doet en ik zou er zeker geen bezwaar tegen hebben om dit spel nog eens te doen.

Op de Spiel-reünie kwam ook The Resistence op tafel. Ook dit is een spel uit het Weerwolven-segment. Dit keer speelden Helen en de kinderen van Peter Hein ook mee. In dit spel moeten geheime missies worden uitgevoerd. Een paar mensen hebben de taak om deze missies te verpesten en de rest probeert te voorkomen dat dit gebeurt. Om de beurt mag je een team samenstellen dat op missie gaat. Deze teams moeten alleen goedgekeurd worden door de andere spelers. Als je iemand dus verdenkt die op missie wordt gestuurd, dan moet je het team afkeuren. Ik zat in het team verraders en om geen verdenking op te laden hield ik me dus maar een beetje stil. Maar dat begon op een gegeven moment toch op te vallen waardoor er wat verdenkingen op me begonnen te vallen. Gelukkig deden mijn teamgenoten (Vera en Anton geloof ik) het beter en wisten we succesvol de boel te saboteren en er met de winst vandoor te gaan. Ook dit spel zou ik zonder bezwaar nog eens willen spelen.

Strozzi was een leuk biedspelletje van Knizia. In dit spel heb je een aantal fiches waar je schepen mee kan kopen. De schepen brengen verschillende goederen naar verschillende steden en iedere stad wordt apart gewaardeerd. Je weet alleen van te voren niet welke schepen er gaan komen. Bij ieder schip dat je kiest vraag je je dus af of je voor hetzelfde fiche niet later een beter schip kan kopen. Maar als je wacht loop je het risico dat je spijt hebt om wat je aan je neus voorbij hebt laten gaan. Het thema is natuurlijk zo oud als de weg naar Rome (ik ben wel een beetje klaar met handel op de middellandse zee), maar desondanks was het een leuk, vlot spelletje.

Over de weg naar Rome gesproken, deze leidt natuurlijk naar…..Rome. En laat in die stad nou de locatie zijn voor het volgende spel in deze lijst: Tribune: Primus inter Pares. Dit spel ziet er zo ongelooflijk lelijk uit dat het van mij rechtstreeks bij het oud papier had gemogen. Maar daar dachten mijn Spiel-reünie medespelers anders over. Ze vonden het alle vier een geweldig spel en dus kwam het op tafel. En ik moet toegeven: het spel was een stuk beter dan de verpakking. In Tribune zijn de spelers machtige Romeinse families die strijden om de macht (nog zo’n thema waar we echt al genoeg spellen van hebben). Je plaatst om de beurt een poppetje op een van de bekende locaties in Rome die op het bord staan afgebeeld. Soms krijg je wat op zo’n locatie (bijvoorbeeld geld), soms moet je bieden om iets te krijgen  (handkaarten) en soms kan je dingen ruilen (handkaarten voor punten). Het aantal plaatsen per locatie is beperkt en dus de volgorde van de locaties waar je je mannetjes plaatst is belangrijk. Als dit spel een goede make-over zou krijgen met een mooiere uitvoering en een aansprekender thema, dan zou het nog wat kunnen worden. Het spel is namelijk best ok, maar niet ok genoeg om mijn verlangens om dit spel nog eens te spelen aan te wakkeren.

Het laatste nieuwe spel dat ik speelde was geen nieuw spel, maar een uitbreiding. Niek en ik hebben namelijk een potje Terraforming Mars op de Elysium kant van de Elysium-Hellas uitbreiding gedaan. Deze uitbreiding bestaat alleen uit een nieuw bord waar een ander deel van Mars is op afgebeeld en met andere milestones en awards. Verder is alles hetzelfde gebleven. En aangezien ik Terraforming Mars een topspel vind, vond ik het op een ander bord ook een topspel. Het was weer een zenuwslopend spannend potje. Ik begon heel sterk, maar Niek kwam steeds meer op stoom en wist me in het eindspel te overklassen. Ik hoop dat ik snel de kans krijg om mij te revancheren, want Terraforming Mars verveelt me nog lang niet.


woensdag 24 januari 2018

Recensie: Charterstone

Charterstone is een legacy-spel waarin elke speler gedurende 12 spellen een wijk in een stad volbouwt. Hierbij is het eindplaatje van elk spel het startpunt van elk volgend potje. Na 12 potjes is de stad als het goed is afgebouwd en heb je door te spelen je eigen unieke spel gecreëerd dat je nog onbeperkt kan blijven spelen. Omdat een legacy-spel draait om het ontdekken, zal ik in deze recensie natuurlijk niet meer verklappen dan dat wat je weet nadat je zelf de spelregels hebt gelezen en het bord hebt klaargezet voor het eerste potje. Je hoeft dus niet bang te zijn voor spoilers.

Als je de doos van Charterstone voor het eerst openmaakt dan tref je daarin een dubbelzijdig bord waarvan alleen het midden en de randen zijn bedrukt. Verder zie je heel veel dichte doosjes in verschillende maten. Een aantal van deze doosjes mag je al tijdens het eerste potje open maken. 

Zo krijgt iedere spelers zijn eigen Charter Chest waarin je je eigen spelmateriaal bewaard. Zo begin je al meteen met twee speelstukken in de vorm van een mannetje. Gedurende de 12 potjes die je speelt zal je doosje steeds voller worden. 

De langwerpige doos met Index er op, zit bomvol met kaarten, waaronder kaarten met stickers die je op het bord en in de spelregels zal gaan plakken. In het eerste potje krijg je daar al een aantal van te zien en gedurende het spel zal je er steeds meer ontdekken. 

In het scriptorium zit en bewaar je het overige spelmateriaal, zoals het geld en de grondstoffen. De archive is aan het begin van het spel leeg, maar hier bewaar je gebruikte kaarten in die je niet meer nodig zult hebben. En dan zijn er nog vier genummerde doosjes waarvan de inhoud pas in de loop van de spellen onthult zal worden en waar ik dus niets over ga zeggen.  

Charterstone is een werkverschaffingsspel. Als je het bord voor de eerste keer op tafel legt, dan staan er al een aantal gebouwen op afgebeeld waar je je mannetjes naar toe kan sturen om acties voor je uit te voeren. Hoe verder je in het spel komt, hoe meer gebouwen er door de spelers gebouwd zullen zijn, hoe meer acties er zijn om uit te kiezen. In je beurt plaats je telkens een van je poppetjes op een gebouw en voer je de bijbehorende actie uit. Als je je poppetje zet bij een ander poppetje, dan gaat dat andere poppetje meteen terug naar zijn eigenaar. Als je beide poppetjes op het bord staan aan het begin van je beurt, dan moet je een beurt besteden om ze weer terug te halen. Er zijn in het spel grofweg twee soorten gebouwen: gebouwen waar je wat krijgt (geld of grondstoffen bijvoorbeeld) en gebouwen waar je iets omzet in iets anders (bijvoorbeeld grondstoffen in een gebouw). Sommige gebouwen leveren bovendien ook punten op.

Op het bord staat een voortgangs-spoor afgedrukt. Ieder keer dat bepaalde acties zijn gedaan (bijvoorbeeld een gebouw bouwen), zet je het pionnetje op dit spoor een stapje naar voren. Soms triggert dit weer een bepaalde bonus. Als het pionnetje het laatste vakje bereikt, dan is het spel afgelopen. Wie aan het eind van het spel de meeste punten heeft verzameld, wint het spel.

De Charter Box wordt niet alleen gebruikt om bepaalde zaken (bijvoorbeeld je poppetjes) te bewaren tussen twee potjes in, maar ook om bij te houden hoe goed je het ieder potje hebt gedaan. Als je bijvoorbeeld wint, dan kruis je dat aan op je Charter Box. Het aantal overwinningen dat je hebt behaald telt na 12 potjes mee om te bepalen wie de overall winnaar van het spel is geworden (en natuurlijk tellen er ook nog andere dingen mee, maar wat precies is aan het begin van het spel nog geheim).

…en de waardering

Ik vind Charterstone lastig om te waarderen. En omdat ik graag recht wil doen aan dit spel, betekent dat ik voor deze keer de vrijheid neem om flink wat alinea’s te schrijven over wat ik leuk en minder leuk vond aan dit spel.

Aan de ene kant hebben Niek en ik het spel met veel plezier gespeeld en denk ik dat het veelzeggend is dat we het spel in een maand hebben uitgespeeld. Charterstone is een degelijke workerplacer waar je op verschillende manieren punten bij elkaar kan sprokkelen. Na ieder potje (zeker als je verloor) waren we aan het nadenken over hoe we het de volgende keer beter zouden kunnen doen. Het spel wist ons ook een paar keer aangenaam te verrassen met wat we ontdekten. Het spelmateriaal is ook dik in orde.

Maar aan de andere kant zagen we ook wel wat minpunten in het spel. Het grootste minpunt was voor ons dat potjes wel heel kort duurden. We waren vaak al in een half uurtje uitgespeeld. Als je met meer spelers bent, zal het spel zeker langer duren, maar ik denk dat je per speler nog steeds ongeveer even veel beurten hebt (voor iedere extra speler komt er een vast aantal vakjes op het voortgangsspoor bij). Je hebt dus eigenlijk geen tijd om een beetje langere termijn strategie uit te proberen. De keren dat ik dit probeerde, was het spel al afgelopen voor ik mijn masterplan kon uitvoeren omdat Niek acties koos die de pion op het voortgangsspoor naar voren zette.

Een ander belangrijk minpunt vond ik dat er de eerste drie potjes nog niet zo veel te doen was doordat er nog niet zo veel gebouwen op het bord stonden. Het spel werd leuker toen het bord wat voller begon te worden. Omdat je het spel maar 12 keer kan spelen in de Legacy-modus, is het wel een beetje een domper als het spel pas in potje vier echt op gang begint te komen.

Op de doos staat dat het spel speelbaar is voor kinderen vanaf 14 jaar. Op basis hiervan verwachtte ik toch wel een wat pittiger spel dan wat Charterstone is. Ik schat zelf in dat je het spel ook al prima kan spelen met kinderen vanaf een jaar of 10. Charterstone is prima geschikt om in gezinsverband te spelen en zeker geen pittig liefhebbersspel. Voor mij (als verwende veelspeler) had het spel wel wat complexer mogen zijn dan het nu was.

Ik vond het verder jammer dat het verhaal eerder een bijzaak was dan dat het een belangrijke rol speelde in hoe het spel zich ontvouwde. Charterstone is een degelijke Euro-game waarin het spelsysteem zich ontwikkelt (er komen nieuwe mechanismen bij) en niet zo zeer het verhaal. Ja, je mag soms dingen namen geven en stickers plakken, maar voor ons ging het thema nooit echt leven.

Ik denk verder dat het spel beter tot zijn recht komt als je het met meer dan twee spelers doet omdat je dan meer kan ontdekken. In de doos zitten nog wel regels waarmee je extra fictieve spelers (Automa’s) in het spel kan brengen om voor meer concurrentie te zorgen als je met minder spelers bent, maar wij hadden geen zin in de extra administratieve handelingen die je dan zou moeten uitvoeren. Wij wilden zelf spelen en niet de helft van het spel bezig zijn om de taken van de fictieve spelers uit te voeren.

Ik heb verder zo mijn vraagtekens over hoe leuk het is om het spel nog te spelen nu het Legacy-deel is afgelopen. Ik zie zeker dat het kan, maar Niek en ik hebben er beide niet echt zin in. Voor mij is de kern van de pret van het spelen van een Legacy-spel om te ontdekken hoe het spel zich ontwikkeld. Door dat weg te nemen, valt voor mij het hart van het spel weg.

Wat ik heel positief vind is dat het mogelijk is om het spel nog een tweede keer te spelen zonder een complete nieuwe doos te kopen. Je speelt dan op de achterzijde van het bord. Je moet dan nog wel voor ongeveer 35 euro een zogenaamde Recharge Package kopen waar de benodigde vervangende spelonderdelen inzitten (dus wel allemaal nieuwe kaarten, maar geen nieuwe grondstoffen en geld). Ik zou op deze manier nog best een keer het spel met vier spelers willen proberen om te kijken hoe het spel dan gaat. Ik zou dan wel een voorsprong hebben doordat ik bepaalde kennis heb over wat er gaat komen, maar die voorsprong zou niet zo groot zijn dat het voor de anderen niet leuk meer is om met me te spelen.

Alles bij elkaar opgeteld wegen trekken de minpunten mijn waardering flink omlaag. Maar misschien komt dat doordat ik eigenlijk niet tot de doelgroep voor dit spel hoor. Charterstone is denk ik net te simpel voor twee verwende veelspelers. Maar ik kan me heel goed voorstellen dat het spel wel aanslaat als je het in gezins- of familieverband speelt waarbij ook kinderen en mensen met minder spelervaring aanschuiven. 

 





Auteur: Jamey Stegmaier
Uitgever: Stonemaier Games
Aantal spelers: 2-6
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 30-120 minuten (afhankelijk van het aantal spelers)
Prijs: circa 75 euro

zondag 14 januari 2018

Recensie: Clans of Caledonia

Clans of Caledonia is een spel waarin de spelers in de huid van clans in Schotland kruipen in de periode van de industriële revolutie. Door de opkomst van fabrieken konden steeds sneller grondstoffen bewerkt worden tot waardevollere producten die vervolgens verhandeld konden worden. Het bekendste Schotse voorbeeld is natuurlijk dat van graan lekkere whisky gemaakt kan worden.

Ieder spel begint er mee dat alle spelers kiezen met welke clan ze spelen. Iedere clan heeft zo zijn eigen speciale mogelijkheden waar je je voordeel mee kan proberen te doen. Zo kan de clan Cunningham als enige melk  voor een vast relatief hoog bedrag verkopen, de clan MacKenzie maakt extra lekkere (en dus dure) whisky en de clan Campbell weet het meest efficiënt (en dus goedkoop) fabrieken te bouwen.

Het spel bestaat uit 5 rondes met ieder vier fases. In de eerste fase is een administratieve fase waarin je alles klaar zet voor de nieuwe ronde (denk aan aanvullen van voorraden, gebruikte fiches omdraaien en mannetjes naar huis halen). De tweede fase is het hart van het spel. Hierin voeren de spelers om de beurt acties uit waardoor hun clan welvarender wordt, net zo lang totdat iedereen past.  Ik zal hier zo meer over vertellen. In de derde fase krijgt iedereen inkomsten gebaseerd op wat je tot nu toe hebt opgebouwd. En in de vierde fase krijg je punten.  Aan het begin van het spel worden er uit een voorraad vijf fiches getrokken waarop staat wat er aan het eind van de verschillende rondes gewaardeerd wordt. De ene keer krijg je punten voor bepaalde goederen in je voorraad, de andere keer voor hoeveel mannetjes op het bord hebt staan of voor hoeveel plekjes van een bepaalde waarde je hebt bezet op het bord. Omdat in ieder spel een andere combinatie van fiches kan worden getrokken die ook nog in een andere volgorde kunnen liggen, is ieder spel net even anders.

De kern van het spel is dus de tweede fase waarin je langzaam aan de economische mogelijkheden van je clan steeds verder uitbouwt. Er zijn acht verschillende acties die je kan uitvoeren. Je kan bijvoorbeeld investeren in scheepvaart zodat je ook aan de andere kant van kanalen of lochs kan bouwen of je kan een handelaar inhuren die op de markt goederen voor je kan kopen of verkopen. Of je investeert in het gereedschap van je houthakkers en mijnwerkers zodat ze meer geld voor je verdienen in een ronde.

De belangrijkste actie is dat je tijdens het spel boerderijen, fabrieken of werklui gaat bouwen op het bord. Iedere speler heeft aan het begin van het spel een bordje voor zich liggen met daarop alles wat gebouwd kan worden. Op dit bordje staat ook de bouwprijs aangegeven (een schapenboerderij kost bijvoorbeeld 8 geld, een graanboerderij 18 geld en een whisky-distilleerderij  10 geld). Je moet daarnaast ook nog betalen voor de grond waar je op wil bouwen. De prijs hiervan staat op het bord aangegeven en varieert van 1 tot 6 geld. Zodra je iets bouwt, zie je op het bordje verschijnen wat je aan inkomsten krijgt in de inkomstenronde (dit systeem kennen we uit Terra Mystica). Een melkvee-boerderij levert bijvoorbeeld melk op en een graanboerderij graan. Sommige gebouwen geven je het recht om onbewerkte goederen te verwerken tot bewerkte goederen. Zo kan je van een graan in een whisky-distilleerderij bijvoorbeeld een vat whisky maken en maak je met een kaasmakerij van melk kaas.

De goederen die je zo verzameld kan je vervolgens op verschillende manieren gebruiken. Allereerst kan je ze gaan verhandelen op de markt, zodat je meer geld krijgt waardoor je weer meer acties kan uitvoeren. Maar je kan ze ook gebruiken om handelscontracten mee te vervullen. Je levert dan een bepaalde combinatie van goederen in en krijgt daar een combinatie van punten, geld, handelsgoederen en andere voordeeltjes voor terug. Met de handelsgoederen die je met de contracten kan verzamelen, kan je heel veel punten scoren aan het eind van het spel.

Na vijf rondes is het spel afgelopen en volgt nog een eindwaardering waarin punten vergeven worden voor geld en goederen die je over hebt, voor handelsgoederen, voor wie de meeste contracten heeft en wie de meeste nederzettingen op het bord heeft gebouwd. Wie daarna de meeste punten heeft wint het spel.

…en de waardering

Clans of Caledonia is zware kost voor de liefhebber. Het spel is grotendeels best goed gestroomlijnd en dus makkelijk te leren, maar stiekem zitten er toch best veel kleine regeltjes in die ik de eerste keer niet allemaal goed kon onthouden. In je beurt kan je kiezen uit 8 acties, maar omdat veel van deze acties ook op verschillende manieren uitgevoerd kunnen worden, is het aantal opties dat je hebt vele malen groter. Als je bijvoorbeeld voor bouwen kiest, dan zijn er al 8 verschillende dingen die je kan bouwen en zijn er op het bord eigenlijk ook altijd wel weer meerdere plekken waar je iets kan bouwen. Voor de fanatieke veelspeler is dit genieten geblazen. Het is belangrijk om iets van een strategie te hebben, maar je moet ondertussen flexibel blijven om je aan te passen aan wat de andere spelers doen. Het nadeel hiervan is dat de speelduur flink op kan lopen. Reken vooral op gemiddeld een half uur á drie kwartier per speler. Clans of Caledonia is daardoor een spel dat voor veel mensen te lang zal duren en te ingewikkeld is.

Maar voor mij geldt dat niet. Ik vind het een heerlijk spel. Iedere keer dat ik het doe ontdek ik nieuwe dingen waar ik mijn voordeel mee kan doen. Doordat je iedere keer andere clans en scoretegels gebruikt en ook het bord op verschillende manieren is neer te leggen is bovendien ieder spel anders en heb je iedere keer de kans om weer nieuwe strategieën te onderzoeken. Na ieder potje wil ik eigenlijk het spel meteen nog een keer spelen om nieuwe ideeën uit te proberen.







Auteur: Juma Al-JouJou
Uitgever: Karma Games, 2017
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: 90-180 minuten
Prijs: 55 euro

woensdag 10 januari 2018

Recensie: Dr. Eureka

Whizzkids opgelet! Dr. Eureka heeft hulp nodig in zijn super geavanceerde laboratorium. Dr. Eureka kan namelijk sneller nieuwe combinaties bedenken dan dat hij ze kan samenstellen. Hij zoekt daarom knappe koppen die met vaste hand de meest moeilijke combinaties weten te maken.

In Dr. Eureka beginnen alle spelers met drie reageerbuizen voor hun neus. In iedere reageerbuis zitten twee knikkers (de moleculen). In iedere reageerbuis zit een andere kleur knikkers (rood, groen en paars). Aan het begin van iedere ronde wordt er een nieuwe opdracht omgedraaid waarop staat hoe de knikkers in de reageerbuizen moeten komen te zitten. De spelers moeten dan zo snel mogelijk aan de slag om de knikkers op die manier te krijgen door de knikkers van reageerbuis naar reageerbuis te gieten (er kunnen maximaal 4 knikkers in een reageerbuis).

Je mag daarbij de knikkers niet met je hand aanraken of ze op de grond laten vallen. Als je dat toch doet, dan lig je uit het spel (maar de volgende ronde mag je weer gewoon meedoen natuurlijk). De speler die als eerste de knikkers op de juiste manier weet te krijgen, roept Eureka en wint het opdrachtkaartje. Het doel is om zo snel mogelijk vijf opdrachten te winnen. De speler die dat als eerste lukt, heeft het spel gewonnen.

Echte slimmeriken kunnen nog een variant spelen waarbij de spelers van te voren moeten aangeven hoeveel handelingen ze nodig hebben om de knikkers in de gewenste volgorde te krijgen. De speler die het laagste aantal handelingen claimt mag het daarbij als eerste proberen. Ook hier is het doel om als eerste vijf opdrachten te vervullen.

…en de waardering

Dr. Eureka is een leuk reactiespel waar je ook goed bij moet nadenken. Hoe vaker je het doet, hoe sneller je ziet hoe je slim de gewenste combinatie van knikkers kan bereiken. Maar weten wat je moet doen is niet genoeg om te winnen. Als je snel probeert te werken, dan is het nog best lastig om de knikkers van de ene reageerbuis in de andere te gieten. Een foutje is zo gemaakt waardoor je te veel knikkers overgiet of knikkers laat vallen. In de variant waar je van te voren moet zeggen hoeveel handelingen je gaat verrichten is de uitdaging vooral om je goed voor te stellen hoe je reageerbuizen er uit zien als je verschillende keren knikkers hebt verplaatst. Ik schat in dat dat voor de meeste jonge kinderen nog echt te moeilijk is, maar het is wel een leuke uitdaging voor oudere spelers.  

Dr. Eureka is een leuk, kort tussendoortje. Het spelmateriaal ziet er heel uitnodigend uit. De regels zijn simpel en dus snel uit te leggen. Je speelt zo een paar rondjes weg. Na een paar rondjes vind ik het zelf alleen wel weer genoeg geweest omdat elk rondje toch een beetje meer van hetzelfde is. Dr. Eureka is daardoor oprecht leuk voor af en toe een potje, maar reken er niet op dat je het spel meerdere keren achter elkaar wil spelen. Daarvoor heeft het net te weinig om het lijf.







Auteur: Roberto Fraga
Uitgever: White Goblin Games, 2017
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 6 jaar
Speelduur: circa 15 minuten
Prijs: circa 30 euro