woensdag 22 februari 2017

Recensie: Karuba

Als je de doos van Karuba ziet, dan kan je niet anders dan meteen aan Indiana Jones denken. Op de doos staat namelijk een jonge look-a-like van Indiana  bij een Inca-tempel in een oerwoud trots een blinkend gouden beeld omhoog te houden. In dit spel mogen de spelers dan ook, net als Indiana Jones, op zoek naar kostbare schatten op een tropisch eiland.

Aan het begin van het spel krijgt elke speler een eigen bord van het eiland voor zich te liggen. Op het bord worden vier avonturiers op de aan het rand van het bord afgebeelde strand gezet. Aan de andere kant van het bord staat het oerwoud afgebeeld en hier worden vier schatten verstopt. De avonturiers willen zo snel mogelijk naar de schatten toe, maar daarvoor zullen eerst nog wegen moeten worden gebaand.

Elke speler heeft namelijk verder een set met vierkante tegels gekregen met daarop de wegen door het oerwoud. Op sommige plekken is zelfs nog een extra schat verstopt. Een speler schud de tegels en legt ze dicht. Deze speler trekt iedere ronde een tegel en vertelt de andere speler welke hij heeft getrokken (ze zijn genummerd). De andere spelers zoeken dan deze tegel op en gebruiken hem.

Je kan tegels op twee manieren gebruiken. Allereerst mag je de tegel op het bord leggen om daarmee wegen te creëren van de avonturiers naar de schatten. Je mag de tegels overal neerleggen en het hoeft niet eens passend. Je mag de tegels alleen niet draaien. Als er een schat op de tegel staat dan moet je die op de tegel leggen. Door het neerleggen ontstaan er gedurende het spel paadjes op de spelersborden.

De tweede manier waarop je de tegels kan gebruiken is door ze af te leggen om bewegingspunten voor je avonturiers te krijgen. De avonturiers mogen namelijk niet zo maar over het bord gaan lopen, daarvoor moet je tegels afleggen. Je mag maximaal net zo veel stappen doen als er paadjes een tegel aflopen. Of te wel met als er één weggetje op een tegel staat dan heb je twee uitgangen en mag je twee stapjes zetten en bij een tegel met een kruising zijn er vier uitgangen en mag je dus vier stapjes zetten. Je moet de stapjes met dezelfde avonturier zetten. Als je je beurt eindigt naast een schat dan mag je die oppakken. Het doel is om je avonturiers zo snel mogelijk naar de schatten aan de rand van het bord te sturen, want deze schatten leveren de meeste punten op. Hoe eerder je bij een bepaalde schat bent, hoe meer punten het namelijk oplevert.

Het spel is afgelopen als de laatste tegel is omgedraaid. Het komt regelmatig voor dat er dan nog avonturiers midden op het eiland staan. Dat is dan een gevalletje jammer maar helaas, zelfs als er al een goed pad naar hun schat leidt, dan nog mag je de schat niet even ophalen. Aan het eind van het spel tellen de spelers de punten op van de door hun avonturiers verzamelde schatten. Wie de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

...en de waardering

Karuba is een spel naar mijn hart. Het is zo uitgelegd, duurt niet te lang, heeft een aansprekend thema, speelt lekker weg en ziet er fantastisch uit (laat dat maar aan Haba over). En wat ook fijn is aan dit spel is dat iedereen altijd aan de beurt is. Iedereen heeft iedere beurt dezelfde tegel om iets mee te doen. Je hoeft dus nooit lang op je beurt te wachten ongeacht of je met hoeveel spelers je speelt. Doordat je de avonturiers en schatten iedere keer op een ander plekje op de rand van het bord kan zetten en de tegels iedere keer in een andere volgorde worden getrokken, is het spel bovendien iedere keer net even anders. Karuba is echt een perfect familiespel dat net zo goed in de smaak zal vallen bij mensen die af en toe eens een spelletje doen als bij verwende veelspelers.







Auteur: Rüdiger Dorn
Uitgever: Haba, 2015
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30-45 minuten
Prijs: circa 35 euro

zaterdag 18 februari 2017

Recensie: Trambahn

Een tijdje terug kwam ik op Boardgamegeek een lijstje tegen met de spellen die stelletjes hadden gespeeld. In dit lijstje schreef iemand een stukje over Trambahn dat mijn interesse wekte. Trambahn zou namelijk een beetje lijken op het geslaagde tweepersoonsspel Lost Cities. Trambahn stond al sinds Spiel 2015 ongespeeld in de kast te wachten om op tafel te komen. Het stukje op Boardgamegeek was hét zetje dat ik nodig had om eindelijk de regels van dit spe te gaan lezen.

Trambahn speelt zich af in het München van het eind van de 19e eeuw. De tram is een groot succes in de stad en snel worden nieuwe routes aangelegd. De wetenschap staat ondertussen niet stil en er komen steeds betere trams op de markt. De spelers zijn het hoofd van een tram-maatschappij en proberen elkaar af te troeven door te investeren in mooie routes en moderne trams.

Het spel bestaat uit een enorme stapel kaarten in vier kleuren met waardes 1 tot en met 10. De kaarten kunnen op verschillende manieren gebruikt worden. Zo kunnen ze gebruikt worden als geld dat gebruikt wordt om nieuwe trams te kopen. Maar je kan ze ook gebruiken om routes mee te bouwen of als passagier om tellingen mee te veroorzaken.

Iedere beurt begin je met 6 kaarten op handen. Je moet altijd  1 of 2 kaarten afleggen als passagier. Zodra de vierde passagier van een kleur is neergelegd volgt meteen een waardering van de route in de bijbehorende kleur. Die routes bouw je in je beurt door uit je hand kaarten aan rijtjes aan te leggen. De rijtjes moeten op oplopende volgorde worden gebouwd (daar hebben we de link naar Lost Cities). De hogere kaarten zijn meer punten waard dan de lagere.  Je mag trouwens meerdere rijtjes van dezelfde kleur maken, zolang elk rijtje maar netjes oplopend is. Het laatste wat je kan doen is kaarten afleggen als geld. Met dit geld kan je een nieuwe tram kopen en die heb je nodig om een nieuw rijtje te starten. De trams die in het spel komen worden steeds beter, maar helaas ook steeds duurder. Aan het eind van een beurt vul je je hand weer aan tot 6 kaarten.

Het loont overigens om lange rijtjes te maken, als een rijtje 8 kaarten lang is, dan volgt meteen een extra waardering van dit rijtje. Om deze reden is het slim om ook te investeren in rijtje die beginnen met lage getallen ook al zijn die weinig punten per kaart waard.

Als  een reguliere waardering wordt getriggerd, dan tel je de punten van je routekaarten bij elkaar op en vermenigvuldig je deze met de waarde van je tram (of te wel met 2, 3 of 4 afhankelijk van hoe goed de tram is). Na 10 waarderingen is het spel afgelopen en wie dan de meeste punten heeft verzameld wint het spel.

Ik moet trouwens wel bekennen dat Niek en ik ons niet helemaal aan de regels van dit spel houden. Er zijn twee regels waar we het nut niet van inzien en die we dus negeren. Allereerst krijgt de startspeler net wat minder geld dan de nummer twee. Ik zie niet echt wat het startspelervoordeel is en dus hoeft dat ook niet gecompenseerd te worden (door het extra geld wil je eigenlijk liever de tweede speler zijn). De tweede regel is dat je eigenlijk de helft van je geld af moet leggen op het moment dat de trekstapel leeg is en geschud moet worden. Deze regel stimuleert dat je niet hamstert, maar soms kan je er niets aan doen dat je nog net niet genoeg kaarten hebt voor een nieuwe tram en dan is de straf wel heel hoog.

...en de waardering

Ik vind Trambahn een erg leuk tweepersoonsspelletje. Niek is het gelukkig met me eens. Het spel stond in een week tijd dan ook zes keer op tafel en dat wil wat zeggen. We moesten echt even op zoek naar de flow van dit spel. Ik houd er van om te hamsteren en had dus de neiging om kaarten te bewaren voor rijtjes die ik later ging bouwen. Dit schoot echter niet op omdat je je hand altijd aanvult tot 6 kaarten. Als je dus veel kaarten bewaart, dan krijg je minder nieuwe en duurt het dus langer voor je de gewenste kaarten hebt. Ook wil je graag kaarten gebruiken om rijtjes uit te bouwen, maar rijtjes worden pas gewaardeerd als er vier kaarten als passagier zijn afgelegd. Op een gegeven moment moet je dus juist kaarten gaan gebruiken als passagier en niet meer investeren in rijtjes. En alsof het niet lastig genoeg is om te beslissen of je kaarten als routekaart voor rijtjes of als passagier voor de waardering gebruikt, moet je ook nog zorgen dat je genoeg kaarten aflegt als geld om nieuwe trams te kunnen kopen omdat je anders geen nieuwe rijtjes mag starten. Je moet dus de balans zoeken tussen de verschillende mogelijkheden en dat valt niet mee, maar maakt het spel wel heel leuk.






Auteur: Helmut Ohley
Uitgever: Mayfair Games, 2015
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: circa 20 euro

woensdag 1 februari 2017

Maandoverzicht: januari 2017 (Dagmar)


Als een goed begin het halve werk is, dan komt het met 2017 wel goed. In de eerste maand van dit nieuwe jaar had ik namelijk al een Spiel-Natuurvriendenhuis-reünie-spellendag, een Spellenpret-middag, een spellenmiddag-speelafspraak en een paar spellenavonden op kantoor. En daarnaast speelde ik ook nog af en toe met Niek een spelletje. In januari kwam daardoor 32 keer een spel op tafel, waaronder 7 spellen die ik voor het eerst deed. Ik speelde naast deze nieuwe spellen ook een aantal golden oldies.

Het leukste spel dat ik deze maand voor het eerst deed was Terraforming Mars (met lichtjaren voorsprong op de andere spellen). In dit spel ga je samen met de andere spelers aan de slag om het leefbaar te maken op mars. Zo moet je watervlaktes aanleggen, het zuurstofniveau verhogen en zorgen dat de temperatuur op de planeet flink omhoog gaat. Als je deze omschrijving leest, dan lijkt het net of dit een coöperatief spel is, maar dat is niet zo. Je werkt dan wel samen aan een doel, maar je scoort punten voor jouw bijdragen aan dit doel en wie de meeste punten heeft wint. Het is een spel met een stevige speelduur, maar de tijd vloog voorbij. Terraforming Mars is verder een goed gestroomlijnd spel waarbij je iedere ronde uit een aantal acties kan kiezen waardoor je het verblijf op Mars steeds aangenamer maakt. Er zijn een aantal acties die je altijd uit kan voeren en voor de andere acties ben je afhankelijk van de kaarten die je trekt. Zo kan je investeren in het bouwen van fabrieken waardoor je iedere volgende ronde extra grondstoffen krijgt die je weer kan verkopen of gebruiken. Zo bouw je langzaam aan je eigen economie op waardoor je met steeds grotere stappen de planeet leefbaar maakt. Thematisch zit het spel ook goed in elkaar en ik heb gehoord dat zelfs de wetenschap achter de mogelijke acties op de kaarten klopt (ik ben maar een simpele econoom en dit element gaat mij dus boven mijn pet). Er zitten echt heel veel kaarten in het spel dus je kan altijd wel iets leuks en het spel zal iedere keer anders verlopen. Omdat ik denk dat zelfs Niek (die het toch niet zo heeft op lange spellen) gaat overtuigen, verwacht ik dit spel wel in mijn spellenkast te gaan verwelkomen. Maar daarvoor moet ik wel even geduld hebben want op dit moment is het uitverkocht en wacht de spellenwereld met ingehouden adem op de tweede druk in het Engels (februari) of de eerste druk in het Nederlands (tweede kwartaal).

Tot mijn grote genoegen lukte het verder om deze maand mijn impuls aankoop van Spiel op tafel te krijgen. Op Spiel kocht ik het bizarre Japanse spel Who soiled the toilet. In dit spel strijden de Nette Mensen tegen de Viespeuken op het toilet. Het is een spel met geheime (WC-)rollen dat in twee fases wordt gespeeld. In de eerste fase bepaalt de startspeler welke spelers en in welke volgorde van het toilet gebruik gemaakt mag worden (het spel bepaalt hoeveel mensen mogen gaan). De andere spelers mogen vervolgens hun veto inzetten om de volgorde te veranderen (iedereen heeft maar 1 veto dus je moet hem slim gebruiken). Vervolgens gaan de uitverkoren naar het toilet. De Nette Mensen laten het toilet achter zoals ze het aantroffen (netjes dan wal vies) terwijl de Viespeuken de keus hebben om een net toilet te bevuilen (door de wc-kaart op de vieze kant te draaien). In het spel zijn ook nog behendigheidsrondes waarin je moet proberen van een gepaste afstand een pokerfiche op de speldoos (in de vorm van een toilet) te gooien. Toen ik dit spel kocht waren mijn verwachtingen laag omdat spellen met een bizar thema vaak tegenvallen (het spel verkoopt op het thema maar niet op de spel zelf). Nou wil ik niet meteen zeggen dat Who soiled the toilet een fantastisch spel is, maar er zat meer spel in dan ik had verwacht. In het potje wat ik speelde was het vooral heel jammer dat de Nette Mensen niet zo handig waren in de behendigheidsronde zodat de Viespeuken we heel makkelijk de winst binnen wisten te slepen. Ik hoop dat ik nog eens een groep mensen zo ver krijg dat ze dit met me willen spelen want ik vond het best leuk en denk dat het leuker wordt als je het vaker speelt. Maar ja, dat thema, dat schrikt toch best veel mensen af zo heb ik ontdekt.

Tragedy Looper speelde ik zelfs twee keer. Tragedy Looper is een deductiespel waarin de spelers proberen bepaalde gebeurtenissen te voorkomen. Dit lukt zelden in een keer dus je kan een paar keer terug in de tijd waarna je de kennis uit eerdere rondes gebruikt om de gebeurtenis te voorkomen. Ik houd niet zo van deductiespellen omdat ze me al snel te complex worden en dat was ook bij dit spel het geval. Het eerste scenario vond ik nog leuk, maar het tweede werd me al te ingewikkeld. En dan te bedenken dat dat ook nog steeds maar een instapscenario was en de echt moeilijke nog moesten komen. Ik kan me goed voorstellen dat mensen die van het ontrafelen van puzzels en raadsels houden dit een geweldig leuk spel vinden. Mijn ding was het alleen niet.

Verder speelde ik deze maand nog de volgende spellen voor het eerst. Oceanos, een alleraardigst familiespelletje dat op valt door zijn prachtige uitvoering. Not Alone, ook een prachtig spel waarin een speler een buitenaards wezen speelt die onaangekondigd bezoek krijgt van een stel ruimtereizigers en deze probeert te verjagen terwijl de ruimtereizigers proberen te overleven. Dit spel kwam niet helemaal uit de verf omdat de regels ons niet helemaal duidelijk waren. Ik speel het graag nog eens want het heeft wel potentie om leuk te zijn (en dan vooral met meer dan 2 spelers denk ik). Jórvik is een geupgrade remake van Die Speicherstad maar dan met Vikingen in plaats van Hamburgers. Het is een interessant biedspel waarin je altijd geld te kort hebt. En ook Fuji Flush speelde ik voor het eerst. Dat dat spel me niet zo goed beviel hebben jullie in mijn recensie al kunnen lezen.

Deze maand kwamen er ook nog een paar spellen onder het stof vandaan. Zo speelde ik met Niek twee keer Lost Cities. Dit oudje van Knizia hoeft wat mij betreft nog lang niet met pensioen. Dit is een spel waarin je oplopende rijtjes van kaarten moet maken 2-10). Je begint met acht kaarten op handen en moet elke ronde een kaart afleggen. Deze kaart mag je aan een van je eigen rijtjes leggen of afleggen in het midden. Daarna trek je een kaart van de trekstapel of van een van de stapels met eerder afgelegde kaarten. Doordat je gedwongen wordt een kaart af te leggen moet je continue lastige keuzes maken doordat rijtjes oplopend moeten zijn en je een overgeslagen nummer dus later niet alsnog kan aanleggen. Je wilt niet weten hoe zuur het is om een 8 neer te leggen en dan de 7 zeven in dezelfde kleur te trekken. En je wilt al helemaal niet weten hoe vaak me dit overkomt. Maar daar staat het genoegen tegenover dat je niet de zeven maar de negen trekt en je de beurt daarna even niet hoeft te twijfelen over welke kaart je speelt. Wat mij betreft verdwijnt dit spel niet weer onder het stof maar ligt het snel weer op tafel.


Een ander spel dat te lang in de kast had gestaan was That’s life. Ook dit spel stond zelfs twee keer op tafel. Het is net als Lost Cities een spel waar je tegen wat frustratie en tegenslag moet kunnen. In dit spel wordt een spoor gemaakt van kartonnen tegels met pluspunten, minpunten en klavertjes vier (die je een minpunten kaart laten veranderen in een pluspunten kaart). Omstebeurt gooi je met een dobbelsteen en zet je een van je pionnen het gegooide aantal stapjes vooruit. Als je als laatste van een tegel vertrekt dan moet je die tegel pakken. Als het pluspunten zijn dan is dat natuurlijk geen bezwaar maar een tegel met minpunten laat je natuurlijk graag aan je neus voorbij gaan. In dit spel wil je vaak eigenlijk helemaal niet bewegen want je wilt dat de anderen eerst weg gaan van jouw pluspunten tegel. Of je wilt pas weg als er een andere stakker is om achter te laten op de minpunten tegel. Maar je moet wat doen en dat zorgt voor veel leedvermaak waarbij iedereen wel een keer moet incasseren. Ik vind dit echt een heerlijk spel omdat de regels zo lekker simpel zijn, maar de keuzes waar je voor gezet wordt dat niet zijn. En dan zijn de afbeeldingen op de tegels ook nog eens heel grappig. 


zondag 29 januari 2017

Recensie: Tides of Madness

Het overkomt iedereen die een stuk schrijft of op een andere manier iets maakt, net nadat je stuk klaar is en je er niets meer aan kan doen krijg je een geweldig idee waardoor het nog beter had kunnen worden. Zo is het misschien ook wel gegaan nadat Kristian Curla Tide of Times had bedacht. Het spel was af, lag in de winkels en hij had een idee waardoor het spel nog beter had kunnen worden. Of het echt zo gegaan is weet ik niet, maar het zou zo maar kunnen.


Voor wie het niet kent, Tides of Time is een draftspel voor twee spelers. Je speelt drie rondes waarin je iedere keer begint met vijf kaarten op hand. Je kiest een van deze kaarten uit en geeft de rest door naar de andere speler. Vervolgens draai je beide de gekozen kaart open. Daarna kies je uit de vier kaarten die je kreeg weer een kaart, geef je de resterende drie kaarten door, etc. Alle kaarten bevatten twee elementen die van belang zijn, namelijk een gekleurd symbool en een puntenvoorwaarde. Zo is er een kaart waar je drie punten krijgt voor elke kaart met een rood sybool (maar deze kaart heeft dan zelf geen rood symbool maar een groen). Aan het eind van iedere ronde bepaal je je score. Beide spelers kiezen vervolgens één kaart uit die uit het spel gaat en één kaart die ze permanent houden (meenemen naar de volgende rondes). Vervolgens trek je twee extra kaarten zodat je weer vijf kaarten op handen hebt en speel je verder. Wie aan het eind de meeste punten heeft wint het spel.

Tides of Madness verloopt exact hetzelfde als Tides of Times, met één klein maar interessant verschil. Op sommige van de kaarten staan de tentakels van Cthulhu afgebeeld. Deze tentakels staan symbool voor de Madness die je langzaam steeds verder in zijn greep krijgt. Voor iedere kaart met de tentakels moet je tijdens de waardering aan het eind van een ronde een Madness-fiche pakken.

Aan de ene kant is dit fijn, want als je de meeste van deze fiches hebt gekregen in een ronde dan mag je kiezen uit het scoren van 4 bonuspunten óf het afleggen van één van de Madness-fiches. Nu vraag je je vast af waarom je in hemelsnaam voor het afleggen van een fiche zou kiezen als je punten kan scoren. Nou dat zit zo. Het is niet geheel zonder gevaar om veel Madness-fiches te verzamelen. Als je er namelijk negen of meer hebt dan is het spel onmiddelijk afgelopen en heb je verloren.

...en de waardering

Ik vond Tides of Time al een heel alleraardigst tweepersoonsspelletje, maar de kleine toevoeging van de Madness-fiches maakt het spel nog leuker. Het geeft je namelijk zowel een extra kans om punten te scoren, maar je loopt ook het risico dat het je ondergang wordt. Je moet dus echt opletten dat je niet zo veel fiches verzameld dat je in de gevarenzone komt waarbij je tegenstander je door constant alle kaarten zonder Cthulhu-tentakels te kiezen jou uiteindelijk met te veel kaarten met Cthulhu-tentakels opzadelt waardoor je je negende fiche krijgt. Dit geeft het spel echt een nieuwe dimensie die mij zo goed bevalt dat ik niet denk dat ik Tides of Time nog snel zal spelen omdat ik altijd liever dit spel uit de kast trek.







Auteur: Kristian Curla
Uitgever: Portal Games
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 15 minuten
Prijs: circa 10 euro

zaterdag 7 januari 2017

Recensie: Fuji Flush

Friedemann Friese is bekende spelauteur die succesvolle spellen als Hoogspanning en FünfGurken op zijn naam heeft staan. Hij verft zijn haar al jaren knalgroen en kan op spellenbeurzen dus niet anoniem rondlopen. Vorig jaar had hij een idee voor een vlot kaartspelletje waar hij zelf heel enthousiast over was. Hij was benieuwd wat mensen van dit spel zouden vinden zonder te weten dat hij de auteur was (dat creëert toch bepaalde verwachtingen). Daarom heeft hij 150 exemplaren van dit spel laten maken en deze met een valse afzender naar een aantal recensenten gestuurd en stiekem op een spellenbeurs neergelegd in de hoop hier een hype mee te creëren. Dit is tot zijn grote teleurstelling niet gebeurt (lees hier het volledige verhaal), maar ik vind het dapper dat hij het lef heeft gehad om dit experiment uit te voeren.

Fuji Flush (of Futschikato in het Duits) is een kaartspel waar je moet proberen zo snel mogelijk je hand leeg te spelen. Wie dit als eerste doet wint. Het spel bestaat uit kaarten met de nummers 2 tot en met 20. Hoe hoger het nummer is hoe minder vaak de kaart voor komt. Alle spelers beginnen met een hand van 7 kaarten.

De spelers spelen omstebeurt een kaart. Als er na jou een kaart gespeeld wordt met een waarde die hoger is dan je eigen kaart, dan moet je jouw kaart op de aflegstapel leggen en een nieuwe kaart trekken. Pas als je weer aan de beurt bent én je kaart nog voor je ligt, dan mag je kaart op de aflegstapel zonder een vervangende kaart te spelen.

De twist in dit spel is dat spelers mogen samenwerken. Als je namelijk dezelfde waarde speelt als een of meer andere spelers dan worden de waardes van deze kaarten opgeteld. Op deze manier kan je dus met meerdere lage kaarten toch een hoge kaart verslaan. Stel dat iemand een 11 speelt en zijn buurman speelt een 4. De vier is lager dan de 11 en dus mag de 11 blijven liggen. Maar als nou nog twee spelers een 4 spelen dan zijn deze kaarten samen 12 waard en verslaan ze de 11 wel. En om het nog aantrekkelijker te maken, zodra de eerste speler van de samenwerkers weer aan de beurt is mogen alle spelers hun kaart afleggen zonder een nieuwe te trekken. Als je dus samenwerkt met je linkerbuurman dan weet je zeker dat je je kaart weg kan spelen!

…en de waardering

Ik houd erg van vlotte kaartspelletjes en mijn eerste indruk van Fuji Flush was positief. De eerste ronden speelt het kaartspel lekker weg en is het leuk om coalities te smeden om samen hogere kaarten verslaan (daar komt veel leedvermaak bij kijken). Het venijn zit bij dit spel alleen in de staart. Zolang je meerdere kaarten op handen hebt kan je namelijk kiezen welke kaart je speelt  maar zodra je je laatste kaart moet spelen, ben je echter aan de goden overgeleverd. Meestal zal je proberen je hoogste kaart vast te houden om hem als laatste te spelen. Als je heel veel geluk hebt, dan slaag je hierin. Maar vaker is er wel een speler die je overtroeft of werken de andere samen om je te verslaan. En dan moet je je kaart afleggen en trek je een nieuwe kaart en als je weer aan de beurt bent dan speel je dus die kaart. Je hebt dan niets meer te kiezen en moet hopen dat je het geluk hebt dat niemand je overtroeft of dat je toevallig samen werkt met andere spelers waardoor je wint. Dit verpest voor mij het spel. Ik snap dus wel dat het experiment van Friedemann Friese geen hype heeft gecreëerd, daar was het spel gewoon niet goed genoeg voor. Jammer want dit soort experimenten verdienen eigenlijk een happy end.








Auteur: Friedemann Friese
Uitgever: Stronghold Games
Aantal spelers: 3-8
Leeftijd: Vanaf 8 jaar
Speelduur: 10-20 minuten
Prijs: circa 10 euro

zondag 1 januari 2017

Jaaroverzicht 2016 (Peter Hein)

2016 was in veel opzichten misschien een jaar om snel te vergeten. Maar hier blik ik alleen terug op de spellen die ik speelde. Dan is er maar één conclusie mogelijk: 2016 was een jaar om in te lijsten. Dat betekent niet dat ik al mijn voornemens gehaald heb. De klassiekers kwamen te weinig op tafel en mijn geliefde Race for the Galaxy bleef steken op 10 potjes. De 500 is dus niet gehaald.

Maar dat woog niet op tegen de grote diversiteit aan spellen die ik gespeeld heb, bijna 250 verschillende titels. En mijn belangrijkste voornemen heb ik gehaald: van alle spellen in mijn verzameling heb ik bijna twee derde gespeeld, een absoluut record.

Natuurlijk kwamen er ook weer nieuwe spellen op tafel. De meeste waren prima, sommige matig, maar echte tegenvallers zaten er niet bij. Dat komt vooral doordat er weinig spellen waren waar ik erg hoge verwachtingen van had. Als een spel al niet mijn ding was, zoals het Hoogspanning kaartspel, dan wist ik meestal wat me te wachten stond.

Van de leukste nieuwe spellen licht ik er een paar uit.

Codenames Pictures is nauwelijks een nieuw spel te noemen. De regels zijn gelijk aan die van Codenames, maar nu zijn de woorden vervangen door plaatjes. Na mijn eerste potjes op het Spellenspektakel was ik dan ook sceptisch: leuk hoor, maar waarom aanschaffen als je Codenames al hebt? Wat later ging ik toch overstag (een goddelijke ingeving?). Daar heb ik geen spijt van gekregen. In krap een maand tijd werd dit mijn op één na meest gespeelde spel van 2016. Alleen Codenames speelde ik vaker. Dat zegt iets over mijn enthousiasme. Het mooie van het concept is dat je het met iedereen kunt spelen, een uitleg vrijwel niet nodig is en het altijd en overal kan. De plaatjes zorgen toch voor een wezenlijk verschil: voor Codenames is een zeker taalgevoel erg handig, hier helpt een sterk visuele fantasie goed. Het is ook nog eens goed te spelen met kinderen die nog niet zo goed lezen of dyslectisch zijn. Ook ligt het niet helemaal aan mij: iedereen met wie ik dit speel vindt het een ontzettend leuk spel. Ik ken zelfs iemand voor wie spellen soms een verplicht nummer zijn, maar die Codenames Pictures op de verlanglijst heeft gezet.


Heel ander materiaal is Terraforming Mars. Ik heb het al een paar jaar helemaal gehad met het laatste nieuwe vette spel onder spelliefhebbers, vol met toeters en bellen en een opgeblazen speelduur. Niet zelden is iedereen ze na een paar jaar weer vergeten en wacht ons de volgende hype. Terraforming Mars leek me zo'n spel, dus niet iets waar ik naar uitkeek. Maar zoals een spel waar je veel van verwacht kan tegenvallen, kan een spel waar je niks van verwacht enorm meevallen. Of sterker: gewoon echt goed blijken.
Niet dat ik me helemaal vergiste. Terraforming Mars zit gewoon tjokvol regeltjes en systeempjes. Met ruim twee uur (reken voor de eerste potjes zeker op drie) is het niet kort te noemen.
Maar je krijgt er veel voor terug. Beleving is het toverwoord. Veel van die puntenbrijspellen, zoals Terra Mystica en de meeste spellen van Stefan Feld, blijven gortdroge en zielloze optimalisatiepuzzels. Terraforming Mars vertelt een verhaal, met een duidelijk begin, midden en eind. De talloze verschillende kaarten geven het spel veel thematische ondersteuning. Het voelde een beetje als een mix tussen Race for the Galaxy en Agricola. De kaarten sturen je strategie, maar de keuzes in het spelen van kaarten en het moment waarop zijn belangrijker dan het trekken van de juiste kaarten. Met alles valt iets te beginnen, maar je moet het wel goed aanpakken. Tussen het opbouwen van je motor door moet je nog wel een goede neus voor timing hebben. Soms moet je gewoon op de punten letten en die motor even laten voor wat het is.
Het grootste probleem bij dit spel is de vraag of ik het wil aanschaffen. Met het groepje waar ik zoiets het snelst op tafel krijg is het al in bezit. In een ander gezelschap zie ik het mezelf niet zo snel spelen. Maar je weet nooit hè. Gelukkig is het nog even niet beschikbaar, dus ik hoef nog geen keuze te maken.

De laatste titel is lekker conventioneel. First Class is een echt eurospel, dat je er zelfs van zou kunnen beschuldigen een zielloze puntenbrij te zijn. Misschien, maar het is er wel een van het bijzonder elegante soort. Beurten zijn lekker snel: kaartje kiezen en klaar. Na drie kaarten punten punten tellen. Je kunt First Class nog het beste omschrijven als Russian Railroads: het kaartspel. Dat vond ik al een van de leukste werkverschaffers in jaren. First Class biedt misschien minder mogelijkheden tot optimalisatiepuzzeltjes, maar speelt ontzettend lekker weg. En dan heb ik nog alleen maar de twee standaardmodules gespeeld. Nog genoeg te ontdekken dus.

Nog één laatste hoogtepuntje. Jaren lag het Dungeons & Dragons bordspel te verstoffen en -pieteren in de kast. Maar ik heb nu kinderen in een leeftijd waarop hun mogelijke enthousiasme voor dit type spel optimaal is. Dus ik trok de stoute schoenen aan en heb alle miniaturen (veertig in totaal) beschilderd. De dames waren natuurlijk getuige van dit proces, schilderden zelfs wat mee en werden zo al wat lekkerder gemaakt voor het spel zelf. Deze kerstvakantie kwam het er dan eindelijk van en begonnen we tijdens een druilerige middag met het eerste scenario. 24 uur later werd scenario 4 met de kleinst mogelijke marge succesvol afgerond en waren alle helden maar net in leven. Missie volbracht dus. Het schilderen zelf bleek een stuk leuker dan ik had gedacht en over het eindresultaat was ik niet eens heel ontevreden. BattleLore lijkt me een mooi volgend project. Eens zien hoever ik daar ik een jaar mee kom.

Over 2016 dus geen klachten op spellengebied. Wat mij betreft wordt 2017 er weer zo een. Vooral spellen blijven spelen die ik al heb, misschien iets minder kopen en zeker meer spellen weg doen. Ik heb eigenlijk geen flauw idee wat voor titels er aan zitten te komen. Ik laat me tegen die tijd wel verrassen. Vervelen zal ik me niet. En anders heb ik nog genoeg spellen met onbeschilderde miniaturen.

Tot slot wil ik graag alle lezers van dit blog weer een spelrijk en gelukkig nieuwjaar toewensen. Ik kom je graag eens tegen aan de speeltafel.

Jaaroverzicht 2016 (Dagmar)

Over 2016 kan ik op spellengebied niets anders zeggen dan dat het een geweldig jaar was. Ik heb ontzettend veel spellen gespeeld (409!), ik ben naar leuke spellenbeurzen en spellendagen geweest en ik heb nog wat spellen verkocht ook. Als volgend jaar net zo uitpakt als het afgelopen jaar, dan mag ik in mijn handjes knijpen.

Mijn meest gespeelde spellen waren Scrabble (30 keer), Dominion (26 keer) en Qwinto (18 keer). Los van dat dit geen nieuwe spellen zijn en hoe leuk ik deze spellen ook vind, kies ik een ander spel als mijn spel van 2016, namelijk Pandemic Legacy. De oplettende lezer vraagt zich nu af hoe dit kan, aangezien dit ook vorig jaar al mijn favoriete spel van het jaar was. Ik geef toe dat dat een beetje vreemd is, maar aangezien Pandemic Legacy ieder potje verandert, vind ik dat ik het best nog een keer mag kiezen. Tegen het spelplezier dat ik aan Pandemic Legacy heb beleefd, kan geen ander spel op. Het spel zelf is al super leuk, maar het verhaal dat je door het spelen van de verschillen potjes “ontdekt” maakt dat dit spel op een eenzaam niveau staat wat betreft spelplezier. Na iedere sessie die ik met mijn collega’s speelde, kon ik niet wachten om verder te spelen en het verhaal verder te ontdekken. Ik kijk dan ook reikhalzend uit naar het tweede deel van Pandemic Legacy dat komende zomer waarschijnlijk in de winkels gaat liggen (Pandemic Legacy Season 2 genaamd).  

Mijn grootste teleurstelling van het afgelopen jaar op spellengebied was T.I.M.E Stories. Ik had me erg verheugd op dit spel waarin ook weer het ontdekken van een verhaal centraal staat. Het eerste potje van dit spel vond ik nog leuk, maar daarna werd het snel minder. Onderdeel van het concept van dit spel is dat het een soort optimalisatie-vraagstuk is. Je moet een soort raadsel oplossen binnen een bepaalde hoeveelheid tijd. Als dat niet lukt dan moet je weer opnieuw beginnen. En dat betekent dat je in herhaling valt (al leer je natuurlijk van je fouten waardoor je bepaalde keuzes geen tweede keer maakt). Ik vond het leuk om het verhaal te ontdekken in dit spel, maar de herhaling verveelde me snel. Sommige mensen vermaken zich kostelijk met dit spel en ik vind het echt jammer dat ik daar niet bij hoor. Ik had dit spel zo graag leuk gevonden, maar helaas. Doordat ik zo veel van dit spel verwachtte, was de teleurstelling des te groter, dus vandaar dat dit mijn grootste tegenvaller in dit spellenjaar was.

Wat me terugkijkend verder erg opvalt is dat ik dit jaar vooral veel wat lichtere spellen heb gespeeld (bijvoorbeeld Qwinto, Splendor, Keer op Keer, Fabled Fruit, Tides of Time/Madness en Potion Explotion). Dat komt doordat Niek en ik regelmatig ’s avonds een spelletje spelen maar dan te moe zijn en de tijd niet hebben voor een groot spel. We grijpen dan vaak naar spellen van circa een half uurtje. Gelukkig is het aanbod in dit genre groot. Mijn favoriete spellensnacks van dit jaar zijn Tides of Maddness, Keer op Keer en Fabled Fruit. Ik verwacht dat deze spellen volgend jaar nog veelvuldig op tafel zullen komen.

In 2015 heb ik voor het eerst flink wat spellen verkocht, maar afgelopen jaar ben ik er ook nog een paar kwijtgeraakt. Ik vind dat best lastig (welke spellen mogen weg, wat kan je er voor een tweedehands spel vragen, hoe regel je de overdracht), maar ik ben altijd blij als het weer gelukt is. Maar dat neemt niet weg dat ik nog steeds een kleine 100 spellen heb die op zich wel weg mogen (zie hier de link als je geïnteresseerd bent en stuur me dan een mailtje op spellengekdagmar@hotmail.com).

Voor het komend jaar herhaal ik graag mijn goede spellenvoornemen van 2016: meer spelen, minder kopen, meer schrijven en wellicht nog wat spellen verkopen. Het jaar gaat in ieder geval goed beginnen met in de eerste week twee spellendates en een dagje Spellenpret. Laat het nieuwe jaar dus maar komen, de voortekenen dat het weer een geweldig leuk jaar gaat worden zijn goed!


En als laatste wil ik bij deze terug blik al onze lezers een heel gelukkig nieuw jaar wensen. Of te wel (met een knipoog naar The Hungergames): May the dice be ever in your favor!