woensdag 12 juli 2017

Recensie: Deep Sea Adventure

De kost gaat helaas vaak voor de baat uit. Zo ook voor duikers die op zoek zijn naar kostbare schatten. In Deep Sea Adventure ben je een armlastige duiker die op zoek gaat naar kostbare schatten op de zeebodem. Helaas ben je te arm om een eigen duikboot te huren en daarom moet je noodgedwongen samenwerken met nog een aantal andere duikers. En alsof het niet lastig genoeg is om met elkaar uit te vechten wie aan het raam mag zitten tijdens de boottocht, wordt het nog lastiger als jullie eenmaal beginnen met duiken. Want de duikboot heeft maar één zuurstoftank aan boord die jullie "eerlijk" moeten delen.

Aan het begin van Deep Sea Adventure wordt een duikboot-fiche op tafel gelegd waarop wordt bijgehouden hoeveel zuurstof er nog in de tank zit. Onder de duikboot wordt een spoor van fiches met schatten gelegd. Hoe verder de schatten van de duikboot verwijderd zijn, hoe waardevoller de schatten gemiddeld worden.

Elke speler krijgt een eigen pion (in de vorm van een duiker). In je beurt gooi je met twee dobbelstenen (op iedere dobbelsteen staat twee keer een 1, twee keer een 2 en twee keer een 3). Het aantal ogen dat je zo gooit geeft aan hoe veel stappen je mag lopen. Vakjes waar andere duikers staan moet je daarbij overslaan. Je mag vervolgens het eventuele schat-fiche oppakken van het veld waar je eindigt (je legt dan een rond fiche terug om aan te geven dat dat plekje leeg is).

Inderdaad, je mag de schat pakken, dit hoeft niet. Misschien wil je namelijk nog liever eerst een beetje dieper duiken voor je schatten begint te rapen. Er kleven namelijk grote risico’s aan het oprapen van schatten in dit spel. Allereerst begin je zuurstof te verbruiken zodra je een schat hebt opgepakt. Iedere beurt verbruik je net zo veel zuurstof als je schatten hebt opgeraapt. Hoe meer schatten iedereen heeft, hoe eerder de gezamenlijke zuurstoftank leeg is.

En alsof dat nog niet lastig genoeg is, blijken de schatten ook nog loeizwaar te zijn waardoor je minder makkelijk beweegt. Je voelt je net een toerist met een rolkoffer op de Amsterdamse keien. Iedere schat die je meesleept vermindert het aantal stappen dat je op basis van je dobbelsteen-worp gooit met één. De heenweg gaat in dit spel dus altijd makkelijker en sneller dan de terugweg.

Zodra de zuurstoftank leeg is, is de ronde afgelopen. Alle spelers die voor die tijd netjes met hun schatjes terug zijn gekeerd in de duikboot, scoren net zo veel punten als hun schatjes waard zijn. De spelers die echter nog onderwater waren, eindigen in een anoniem zeemansgraf.

Op deze manier speel je 3 rondes. Tussen de rondes in worden nog wel even de lege plekken weggehaald waardoor het minder ver duiken is naar de waardevollere schatten en de schatten van de verzopen duikers worden in stapeltjes van maximaal 3 achteraan het duikspoor gelegd. In de volgende ronde(s) tellen deze stapeltjes als één schat (soort van drie voor de prijs van één dus). Wie na drie ronden de meeste punten heeft verzameld, wint het spel.

...en de waardering

Deep Sea Adventure is een prachtig vormgegeven push-your-luck spelletje waar de pech van anderen gegarandeerd voor heel veel hilariteit zorgt. Het is niet ongebruikelijk dat zeker de eerste duikronde flink wat spelers niet meer op tijd boven komen. Maar lach niet te hard want voor je het weet raapt een speler die toch al reddeloos verloren is uit wraak nog wat schatten op waardoor hij nog meer zuurstof verbruikt en je zelf ook niet meer op tijd boven kan komen. Wie het laatst lacht, lacht immers het best. Door de dobbelstenen zit er natuurlijk een flinke geluksfactor in het spel, maar dat is alleen maar een extra kans op veel leedvermaak. Niet iedereen houdt van spellen waar geluk zo’n belangrijke rol speelt. Doordat het spel drie rondes duurt vind ik de geluksfactor niet erg, je kan altijd hopen dat het in de volgende ronde beter gaat en doorgaans ben je niet de enige met pech en kan je altijd nog heel hard lachen om het leed van een ander om je eigen ellende te vergeten.







Auteur: Jun Sasaki en Goro Sasaki
Uitgever: Oink Games, 2014
Aantal spelers: 2-6
Speelduur: 20 – 40 minuten
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Prijs: circa 17 euro

zondag 9 juli 2017

Recensie: Century de Specerijenroute

Cube-pushing klinkt non-gamers vast nog redelijk sportief in de oren. Mogelijk doet het ze denken aan vierkante gewichten die je aan een apparaat in de sportschool hangt voor je jezelf eens goed in het zweet werkt. Maar wij spellenliefhebbers weten wel beter. Cube-pushing doe je in een spel waar je eindeloos in de weer bent met blokjes. Soms moet je ze verplaatsen, soms moet je ze ruilen soms moet je kopen en verkopen. In dit genre is recent een nieuw spel op het toneel gekomen. Het spel heet Century de Specerijenroute (of Spice Road in het Engels).

De blokjes in Century de Specerijenroute stellen (niet geheel verrassend) specerijen voor: kurkuma (gele blokjes), saffraan (rode blokjes), kardemon (groene blokjes) en kaneel (bruine blokjes). Je moet tijdens het spel deze blokjes verzamelen, upgraden en ruilen om zo bepaalde combinaties te verwerven waarmee je opdrachten kan vervullen. De opdrachten leveren punten op en wie de meeste punten heeft wint het spel.

Aan het begin van het spel begint iedereen met een aantal blokjes en twee actiekaarten. Met de ene actiekaart mag je twee extra gele blokjes pakken en met de andere mag je twee blokjes een stap upgraden of één blokje twee stappen upgraden (van geel naar rood naar groen en ten slotte naar bruin). Op tafel liggen nog zes actiekaarten en 5 opdrachtkaarten. Er zijn grofweg 3 soorten actiekaarten. Sommige kaarten geven je het recht om blokjes te pakken (bijvoorbeeld 3 gele of 2 rode), sommige kaarten geven je het recht om een bepaald aantal upgrade-acties uit te voeren en de derde soort kaarten geeft het recht om blokjes om te ruilen in andere blokjes (ruil 3 gele in voor 1 groen en 1 rood blokje of ruil 2 groene blokjes in voor 3 rode en 2 gele blokjes).

In je beurt kan je allereerst een kaart uit je hand spelen. Je voert dan de actie uit die op die kaart staat. Een regels die je hierbij makkelijk over het hoofd ziet is dat je bij de ruil-actiekaarten je de ruil meerdere keren mag uitvoeren zolang je maar genoeg blokjes hebt. Bij de andere typen kaarten (pak blokjes of upgraden) mag je de actie maar één keer uitvoeren.

Je mag in je beurt ook een van de openliggende actie-kaarten pakken. De eerste kaart uit de rij is gratis, maar voor elke andere kaart moet je blokjes inleveren. Je moet namelijk een blokje leggen op elke kaart die je niet pakt. En als later iemand anders die kaart wel pakt dan krijgt hij of zij er die blokjes juist bij cadeau.

De derde actie die je kan doen is rusten. Je mag dan alle actie-kaarten die je gespeeld hebt weer op handen nemen zodat je ze opnieuw kan spelen.

De laatste actie die je mag dien is het uitvoeren van één van de openliggende opdrachten. Je levert dan de juiste combinatie van blokjes in en pakt de opdrachtkaart. Sommige kaarten zijn heel makkelijk te realiseren (weinig blokjes en/of goedkope blokjes nodig) en andere zijn lastiger (veel blokjes en/of dure blokjes nodig). Hoe lastiger de opdracht is, hoe meer punten je er voor krijgt. Voor het vervullen van de eerste twee kaarten uit de opdracht-rij krijg je bovendien (zolang de voorraad reikt) nog 3 of 1 bonuspunten in de vorm van een muntje.

Het spel eindigt zodra een speler zijn vijfde of zesde (afhankelijk van het aantal spelers) opdrachtkaart heeft voltooid. De ronde wordt dan nog uitgespeeld en wie de meeste punten heeft wint het spel.

...en de waardering

Century de Specerijenroute wordt veelvuldig vergeleken met het immens populaire Splendor. Wat deze spellen gemeen hebben is dat ze heerlijk vlot doorspelen. Beurten duren zelden lang en iedereen is gewoon lekker bezig. In Century de Specerijenroute probeer je aan het begin van het spel mooie actiekaarten te pakken die samen een mooie combo vormen om snel goedkope blokjes in dure blokjes te transformeren om zo waardevolle opdrachten te vervullen. Maar ja, iedere beurt waarin je een nieuwe actie-kaart pakt is ook een beurt waarin je geen stappen vooruit zet (tenzij er net wat blokjes op de betreffende kaart liggen). Soms moet je het dus ook maar gewoon doen met de actiekaarten die je al hebt en er daar dan maar wat langer over doen.

Maar daar houdt de vergelijking voor mij dan ook wel op. Ik vind Splendor veel spannender en leuker. Ik vind Century de Specerijenroute een degelijke cube-pusher, maar het heeft niets extra’s waardoor het boven het maaiveld uitsteekt. Ik mis de opbouw die in Splendor zit waar elke vervulde opdracht je een voordeeltje oplevert voor de rest van het spel en je door slim de opdrachten te kiezen je een pad baant naar steeds sneller mooie opdrachten vervullen. In Century: de Specerijenroute begin je na het vervullen van elke opdracht gewoon weer helemaal opnieuw (los van dat je wellicht nog wat blokjes over hebt).








Auteur: Emerson Matsuuchi
Uitgever: Plan B Games
Aantal spelers: 2-5
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30-45 minuten
Prijs: circa 35 euro

zondag 2 juli 2017

Maandoverzicht: juni 2017 (Dagmar)


Mei was weer een geweldige spellenmaand waarin 44 keer een spel op tafel kwam.  Het zwaartepunt van al dit speelplezier lag in de tweede helft van de maand door een bezoek van mijn spellenminnende vriendin B, een spellenavond met Lody, Caroline en Lotte, een dagje spellenpret en een spellendagje met Anton en Peter Hein. De eerste helft van de maand kwamen er door een korte vakantie in Rome namelijk niet heel  veel spellen op tafel.

Negen van deze spellen speelde ik voor het eerst. Twee spellen sprongen er daarbij uit: Escape Room: the Game en Eternity. Ik had Escape Room: the Game op de spelen voor spieren bordspelveiling gekocht (lees hier de recensie die ik vorige week over dit spel schreef). Ik had nog nooit iets gespeeld of gedaan op dit vlak en had eigenlijk verwacht dat het niets voor mij was. Ik houd namelijk helemaal niet van het oplossen van puzzels. Maar het spel verraste me! Het was echt leuk om met een klein groepje uit te vogelen wat de bedoeling was en vervolgens de puzzels en raadsels op te lossen. Ik wil natuurlijk niets verklappen, maar er zaten echt een paar hele leuke verrassingen in het basisspel. Ik heb inmiddels al twee uitbreidingen gekocht en kan niet wachten tot ik deze ga spelen.

De tweede verrassing van de maand was Eternity. Dit slagenspelletje had Peter Hein meegenomen naar ons spellendagje. In dit slagenspelletje moet je zowel slagen halen als fiches verzamelen waardoor je slagen ook punten waard worden. Deze fiches verzamel je door in een ronde niet mee te spelen maar te pledgen. Je speelt dan gewoon een kaart en afhankelijk van de waarde van de kaart krijg je 0, 1 of 2 fiches (hoe hoger de kaart, hoe meer fiches). Elke ronde mag echter maar één speler (en dat mag niet degene die uitkomt zijn) pledgen. Je krijgt in een ronde in principe net zoveel punten als je setjes van een behaalde slag en een fiche hebt. Tenzij je meer pledges hebt dan behaalde slagen, dan krijg je namelijk geen punten. En als je precies evenveel behaalde slagen als pledges hebt dan krijg je drie bonuspunten. Het luistert allemaal dus nogal nauw. Liefhebbers van het betere slagenspel kan ik dit spel van harte aanbevelen.

Ik speelde verder Century: Spice Road voor het eerst. Dit spel wordt op dit moment behoorlijk gehyped als de opvolger van het immens populaire Splendor. Ik ben een groot Splendor-fan en rende dus onmiddellijk naar de spellenwinkel om dit spel in huis te halen. Century: Spice Road is een onvervalste euro waarin je blokjes verzamelt om ze vervolgens in meerdere stappen om te ruilen voor andere blokjes om ten slotte een bepaalde combinatie van blokjes te gebruiken om een opdracht te vervullen om daarmee punten te scoren. Iedere speler begint met een aantal blokjes en twee actiekaarten. Met de ene kaart mag je 2 nieuwe gele blokjes pakken en met de andere mag je twee keer een blokje upgraden naar een hogere soort (geel => rood => groen => bruin). Op tafel liggen verder nog nieuwe actiekaarten en opdrachtkaarten. Er zijn grofweg twee soorten actiekaarten: met sommige krijg je nieuwe blokjes en met de andere mag je blokjes die je hebt omruilen in andere blokjes. In je beurt mag je één ding doen waarbij je keuze hebt uit het pakken van een nieuwe actiekaart (de eerste in de rij is gratis, maar als je die niet wil dan moet je een blokje leggen op elke kaart die ligt voor de kaart die je wel pakt), een actiekaart uit je hand uitvoeren, al je gespeelde actiekaarten weer terug op handen nemen óf een opdracht vervullen. Zodra een speler 6 opdrachten heeft vervuld is het spel afgelopen. Wie de meeste punten heeft wint het spel. Het nadeel van hooggespannen verwachtingen is dat er veel ruimte is om daar niet aan te voldoen. Ik vind Century: Spice Road best een leuk spel, maar het komt niet in de buurt van het speelplezier dat ik aan Splendor beleef. Century: Spice Road is absoluut een goede, familievriendelijke en degelijke euro, maar hij heeft niet dat stukje ongrijpbare magie dat van een goed spel een geweldig en verslavend spel maakt. 
 
Toen ik toch in de spellenwinkel was om Century: Spice Road te kopen, heb ik ook Dr. Eureka gekocht. Ik had op het blog De tafel plakt een hele enthousiaste recensie van dit spel gelezen waardoor mijn interesse was gewekt omdat dit spel me aan Number Rumba deed denken. Number Rumba is een tweepersoonsspel waarin elke speler een rekje met vier pinnen voor zich heeft staan met daarop 9 blokjes in drie kleuren. Vervolgens draai je een opdracht kaartje op en moet je zo snel mogelijk proberen je blokjes in dezelfde volgorde te krijgen als op dat kaartje staan. Ik vind dit een heel leuk puzzelspelletje. Dr. Eureka doet ongeveer hetzelfde maar dan met knikkers in reageerbuisjes. Elke speler heeft drie reageerbuisjes met daarin 2 knikkers (er zijn rode, groene en paarse knikkers).  Vervolgens draai je een kaartje op waarop staat en moet je door de knikkers over te gieten tussen de reageeerbuisjes er voor zorgen dat ze op dezelfde manier in de reageerbuisjes komen te zitten als op het plaatje. Bovenop het uitdokteren hoe je dit met zo min mogelijk handelingen doet, komt dan ook nog het behendigheids-element (het valt niet mee om de knikkers over te gieten). Je kan ook nog de variant voor gevorderden spelen waarin je eerst moet zeggen met hoeveel handelingen je de knikkers goed kan krijgen. De speler die dan het laagste aantal claimt, mag het proberen. Ik vind dit een erg leuk tussendoortje. Het lijkt zo makkelijk om die knikkers over te gieten, maar dat valt onder druk echt behoorlijk tegen.

Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik in mijn spellenkamer ook een aantal spellen heb liggen die ik nog nooit gespeeld heb. Limes was zo’n spel dat al een tijdje op zijn moment op de spellentafel lag te wachten. En deze maand is dat gelukt. Limes is een leuk tweepersoonsspelletje van de maker van Cities dat ook wel een beetje aan dit spel doet denken. In dit spel bouwen de beide spelers met vierkante kaarten langzaamaan een landschap van 4 bij 4 tegels. Elke kaart is verdeeld in vier kwadranten waarop verschillende landschapssoorten staan (bos, meer, weiden, etc.)Je mag elke beurt ook een poppetje plaatsen óf een al geplaatst poppetje één stapje laten lopen. Aan het eind van het spel worden alle poppen op verschillende manieren gescoord en wie de meeste punten heeft wint. Dit tweepersoonsspelletje is mij goed bevallen. Het is een lekker vlot en luchtig spelletje voor twee spelers dat je zo maar een paar keer achter elkaar kan spelen. 

Ik speelde deze maand op Spellenpret Orléans voor het eerst. Dit is een pittige euro waarin je geen blokjes in blokjes omzet, maar meeples in meeples! Elke speler begint met vier verschillende meeples die in je beurt op een bordje geplaatst kunnen worden. Afhankelijk van waar je ze plaatst krijg je nieuwe meeples en doe je stapjes op het spoor van de betreffende meeple-soort. Elk spoor heeft zo zijn eigen voordelen (bijvoorbeeld meer meeples mogen gebruiken in een ronde). Uiteindelijk probeer je je meeples te promoveren naar een mooie publieke functie want daar krijg je punten voor. Orléans is best een complex spel en daardoor vind ik het lastig om er nu al aan te geven wat ik er van vindt. Dit was voor mij echt een oefenpotje. Mijn eerste indruk is dat het een degelijk en best ok spel is, maar dat het ook een beetje droog is en daardoor voor mij dat beetje extra mist om het een echt leuk spel te vinden. Dit is een spel dat je echt een paar keer moet doen zodat je goed snapt hoe alles in elkaar grijpt zodat het spel tijdens het spelen optimaal tot zijn recht komt.

Ik speelde deze maand ook voor het eerst Spectaculum. In dit spel speculeer je met aandelen van rondreizende circussen. Iedere ronde mag je twee aandelen aan- of verkopen en daarnaast beïnvloed je de waarde van de circussen door hun route op het bord te bepalen. Het circus waar de andere spelers veel aandelen van hebben stuur je natuurlijk naar de slechte plekken waardoor hun waarde daalt (mogelijk nadat je zelf net de aandelen van dit circus hebt verkocht). De hardcore spellenliefhebber herkent in deze beschrijving natuurlijk onmiddellijk dat dit eigenlijk een onvervalst treinenspel uit de 18XX serie is, maar dan korter, vlotter en met een wat schattiger thema. Ik vond Spectaculum een aardig tussendoortje, maar niet echt heel bijzonder.

In een  heel ver, grijs verleden (zo’n 12 jaar geleden) heb ik Bongo al eens gespeeld. Ik had er van onthouden dat het een reactiespelletje is met ontzettend ingewikkelde beslisregels waardoor de lol er voor mij snel af was. Toen ik eind april bij All Games in Essen was zag ik dit spelletje voor een paar euro liggen. Mijn spellenminnende vriendin B had net verteld dat ze met zo veel plezier Vlotte Geesten had gespeeld. Bongo leek me wel wat voor haar en daarom nam ik het mee. Toen ze deze maand bij me op bezoek was hebben we samen een potje gedaan. En het viel me mee! Misschien ben ik slimmer geworden de afgelopen jaren, maar de beslisregels waren inderdaad pittig, maar wel te doen. Je gooit in dit spel met een drie dobbelstenen met daarop bongo’s (een soort hert), gnoe’s (een soort koe) en neushoorns en met twee dobbelstenen met daarop 1, 2 of 3 bamboestokjes. Je kijkt dan eerst naar de dobbelstenen met bamboestokjes. Als deze hetzelfde getal aangeven dan is dat het aantal dieren waar je naar op zoek bent en anders moet je het getal hebben dat juist niet is gegooid. Vervolgens kijk je naar de dierendobbelstenen, als er maar een diersoort is die het juiste aantal keer gegooid is dan is die diersoort het juiste antwoord. Als meerdere diersoorten het juiste aantal keer gegooid zijn, dan zijn het juist die soorten niet maar is het weer de ander. Kortom: snel tellen, snel denken en je af en toe vergissen. Dit soort spelletjes zou eigenlijk standaard naast elk koffieautomaat op kantoor moeten staan. Als je dit even een paar rondjes speelt ben je net zo wakker als na een bakkie pleur.

Het laatste nieuwe spel dat ik deed was een ongepubliceerd prototype. Seb had op Spellenpret een zelfbedacht spel meegenomen dat hij wilde uitproberen. Ik ga natuurlijk niets verklappen over het spel zelf. Wat ik er grappig aan vond was dat omdat het spel nog op de tekentafel lag, we na afloop met elkaar gingen brainstormen wat je nog meer met de basisideeën kon doen. Ik ben heel benieuwd hoe dit spel uiteindelijk gaat worden.


zondag 25 juni 2017

Recensie: Escape Room the Game

Escape Rooms springen al een paar jaar als paddenstoelen uit de grond. Een Escape Room is een locatie waar je wordt opgesloten en waaruit je binnen een uur moet zien te ontsnappen. Op de plek waar je bent opgesloten zijn allemaal hints, raadsels, puzzels en andere hersenkrakers verstopt die je moet combineren tot de code die je nodig hebt om te ontsnappen. De spellenwereld heeft inmiddels het Escape-fenomeen ook omarmd. Het ene na het andere Escape Room spel duikt inmiddels op in de spellenwinkel. Ik heb nog nooit een Escape Room gedaan, maar heb me inmiddels wel gewaagd aan Escape Room, the Game van Identity Games. Je kan rustig deze recensie lezen, ik zal geen geheimen verklappen voor de mensen die het spel nog willen lezen.

In Escape Room the Game zitten vier escape-avonturen van oplopende moeilijkheidsgraad. Escape Room the Game is natuurlijk een coöperatief spel waarin je samen probeert het avontuur tot een goed einde te brengen. Ieder avontuur moet binnen een uur worden opgelost. Voor het bijhouden van de tijd gebruik je de Chrono Decoder die in de doos zit. Deze decoder telt af van 60 minuten naar 0.

Het spel begint met het lezen van een instructie, die vertelt aan welk avontuur je begint. Elk avontuur bestaat uit drie fases die in aparte enveloppen verpakt zijn. Nadat je de introductie hebt gelezen, pak je de eerste envelop en maak je die open. Ik ga natuurlijk niet vertellen wat je precies in de enveloppen gaat tegenkomen. Op de een of andere manier moet je met wat je gekregen hebt een code van vier posities ontrafelen.

In het spel zitten 16 plastic sleutels waar allemaal cijfers, letters, puntjes, vormpjes en dingetjes en dangetjes op staan. Als je de code gekraakt hebt dan pak je de 4 bijbehorende sleutels en die stop je in de gleuven van de decoder. Als je dan een boze piep hoort dan was het niet goed, maar bij een blij geluidje weet je dat je het goed had en dat je door mag naar de volgende envelop.

Het kan voorkomen dat je de oplossing echt even niet ziet. Gelukkig maakt de decoder ook af en toe geluidjes die aangeven dat je een hint-kaart mag bekijken. Soms geeft deze net het zetje dat je nodig hebt om verder te komen. Of (wat eigenlijk leuker is) bevestigt de hint wat je zelf ook al  had uitgedokterd. Je hoeft de hint-kaarten niet te gebruiken, als je het echt op eigen kracht wilt doen dan mag dat natuurlijk ook.

Als het je lukt om binnen het uur de drie codes te kraken, dan heb je gewonnen. Natuurlijk kan je als de 60 minuten zijn verstreken gewoon doorspelen. Je hebt dan wel niet officieel gewonnen als je meer dan 60 minuten nodig hebt gehad, maar als je de codes uiteindelijk toch weet te kraken dan heb je ook niet helemaal verloren (vind ik). Als je er echt niet uitkomt en wilt weten wat je had moeten doen, dan kan je op de website van het spel een walkthrough downloaden waarin precies wordt uitgelegd hoe je de codes had moeten kraken.

...en de waardering

Ik heb me echt uitstekend vermaakt met de vier avonturen uit Escape Room the Game. Ik vond het best lastig om de codes te kraken en weet niet of het me in mijn eentje was gelukt. Maar gelukkig speel je niet in je eentje, maar met een team waarin mensen verschillende kwaliteiten hebben. Je kan dit spel doen met 3 tot 5 spelers en ik denk dat dat een goede indicatie is. Met zijn tweeën is er wel heel veel te doen in een uur, maar als je met zijn zessen bent dan is er weer te weinig te doen om iedereen bezig te houden. Wat ik knap vond is, is hoeveel variatie er in de avonturen zat. De makers hebben echt heel veel verschillende hersenkrakers in het spel verwerkt.

Je kan elk avontuur natuurlijk maar 1 keer spelen. Je betaald dus 45 euro voor 4 uur speelplezier. Dit is best veel geld, maar ik heb eens even gekeken wat een uurtje in een echte Escape Room kost en dat is zo maar het dubbele. In vergelijking daarmee valt 45 euro dus nog best mee (al geloof ik onmiddellijk dat een echte Escape Room nog veel leuker en intenser is). Bovendien hoef je het spel na elk avontuur één keer gespeeld te hebben niet weg te gooien. Elk avontuur kan namelijk nog zo vaak als je wilt door andere teams gespeeld kan worden. Op de website van het spel kan je namelijk bepaalde onderdelen die je niet kan hergebruiken (bijvoorbeeld omdat je er op hebt geschreven) gewoon downloaden en printen.

Er zijn inmiddels al 4 uitbreidingen te koop (voor een tientje per stuk) en wie weet volgen er nog wel een paar.







Auteur: Onbekend
Uitgever:Identity Games, 2016
Aantal spelers: 3-5
Leeftijd: vanaf 16 jaar
Speelduur: 60 minuten
Prijs: circa 45 euro

woensdag 14 juni 2017

Recensie: Ticket to Ride Rails & Sails

Grote delen van de wereld konden al met de treintjes van Ticket to Ride bedekt worden, maar tot nu beperkte het spel zich tot het vasteland. Daar is door de komst van Ticket to Ride Rails & Sails verandering in gekomen. De titel verklapt het al: in dit spel reis je niet alleen met de trein over het land, maar gaat je reis verder met de boot over het water.

Ticket to Ride Rails & Sails bevat een dubbelzijdig bord met aan de ene kant een wereldkaart en aan de andere kant een kaart van het grote meren gebied in Amerika en Canada. Op deze beide kaarten staan met de bekende rechthoekige gekleurde vakjes aangegeven waar ruimte is voor treinen. Maar daarnaast staan er gekleurde ovale vakjes op het bord op de oceanen, zeeën en meren. Op deze plekken mogen bootjes geplaatst worden. 

Het spel verloopt eigenlijk identiek aan alle andere Ticket to Ride spellen, met een paar (kleine) verschillen. Ticket to Ride is inmiddels zo bekend dat ik in deze recensie alleen in zal gaan op de verschillen ten opzichte van het standaard spel (lees hier de recensie als je het spel niet kent of je even je geheugen wil opfrissen).  

Het eerste verschil heeft te maken met de introductie van de bootjes. Je moet namelijk aan het begin van het spel kiezen hoeveel bootjes en hoeveel treintjes je wilt hebben. Het totaal aantal speelstukken dat je krijgt is voor iedereen hetzelfde (50 voor de Grote Meren variant en 60 voor de wereldkaart-variant), maar je mag zelf bepalen hoeveel bootjes en hoeveel treintjes je pakt. Als je in de loop van het spel ontdekt dat je een verkeerde mix hebt gekozen, dan mag je een beurt gebruiken om treintjes en bootjes om te wisselen, maar dit kost (behalve je beurt) ook nog eens 1 punt per omwisselactie.

Het tweede verschil is dat je niet alleen treinkaarten hebt, maar ook bootkaarten. Aan het begin van het spel liggen er drie van iedere soort open. Als je in je beurt openliggende kaarten pakt, dan mag je zelf weten of je de leeggevallen plek opvult met een bootkaart of met een treinkaart. Je kan dus een treinkaart pakken en een nieuwe bootkaart op de lege plek leggen. Jokers komen alleen voor in de stapel treinkaarten, maar deze mag je gelukkig ook gebruiken als bootkaart. Een groot deel van de bootkaarten bestaat uit zogenaamde dubbele-boot-kaarten. Zo’n kaart telt eigenlijk als twee gewone bootkaarten en geeft dus het recht om twee bootjes op de kaart te plaatsen. Dat schiet dus lekker op!

De derde en laatste verandering is de introductie van havens. Iedere speler krijgt aan het begin van het spel drie havens. Deze mag je tijdens het spel bouwen, maar dat is wel duur. Je moet daarvoor namelijk 2 bootkaarten en 2 treinkaarten in dezelfde kleur afleggen. Deze kaarten moeten ook nog eens voorzien van een anker-symbooltje (dit symbool staat op een deel van de kaarten, waaronder op alle jokers en nooit op de dubbele bootkaarten). Geloof me, het is een uitdaging om dat bij elkaar gesprokkeld te krijgen. Maar voor niets gaat de zon op en dus doe je dit zeker niet voor niets. Aan het eind van het spel krijg je namelijk 10 punten voor elke afgemaakte routekaart die je hebt die in deze plaats begint of eindigt. Havens die je niet bouwt, leveren je bovendien 4 strafpunten op aan het eind van het spel.

En verder is het spel business as usual. De speler die aan het eind van het spel de meeste punten heeft verzameld wint dan ook het spel. 

...en de waardering

Er zijn al zo veel Ticket to Ride varianten verschenen, dat ik bij elke nieuwe variant me voorneem hem niet te kopen. Maar (bijna) ieder keer ga ik toch voor de bijl. Zo ook met deze Rails & Sails variant. Dit spel is tegelijkertijd gewoon good old Ticket to Ride, maar de paar kleine veranderingen zorgen er toch voor dat het spel weer een nieuwe glans krijgt. Het spel is niet ingewikkelder dan het basisspel, maar duurt wel iets langer (ongeveer een half uurtje). Dit komt doordat je meer treintjes/bootjes hebt die gebouwd moeten worden (in het originele spel heb je er 45 tegen 50 of 60 bij Rails & Sails). Ook het bouwen van de havens kost extra tijd (met name doordat het zo lastig is om de juiste combinatie van kaarten te verzamelen). Je moet goed in de gaten houden dat je je bootjes en treintjes een beetje gebalanceerd bouwt want anders zou het zo maar kunnen zijn dat je aan het eind van het spel sterk beperkt wordt in je bouwmogelijkheden of moet je een beurt en kostbare punten opofferen om treintjes en bootjes om te wisselen.

Die hard Ticket to Ride fans, zullen deze nieuwe loot aan de Ticket to Ride boom met veel plezier spelen. De aanpassingen aan de regels zijn klein genoeg om ze snel uit te kunnen leggen waardoor je lekker snel kan gaan spelen, maar zijn tegelijkertijd ingrijpend genoeg om het spel anders te laten zijn dan alle andere Ticket to Rides. Mensen die wat minder sterke gevoelens voor Ticket to Ride hebben, kunnen het spel rustig aan hun neus voorbij laten gaan omdat zij de verschillen te klein zullen vinden waardoor het voor hen als meer van hetzelfde zal voelen. Ik hoor tot de die hard fans groep en geef het spel daarom ongegeneerd 4 pionnen.






Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder
Aantal spelers: 2-5
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 90-120 minuten

Prijs: circa 70 euro

donderdag 1 juni 2017

Maandoverzicht: Mei 2017 (Dagmar)


Mei was een geweldige spelmaand met in totaal 40 gespeelde spellen. Het was dan ook een maand met veel spellendagen, spellenavonden en niet te vergeten een echtgenoot die deze maand bovengemiddeld vaak bereid was om een spelletje te doen (waarvoor dank).


Mijn meest gespeelde spel was Star Realms. Ik heb dit spel een paar jaar geleden al een keer op Zuiderspel gespeeld. Het was het eind van de beurs, we waren al moe en het kwartje viel toen niet. Ik vond het maar een raar spelletje en snapte niet waarom iedereen er zo enthousiast over was. Maar toen zag ik deze maand de Tabletop aflevering waarin Wil Wheaton dit spel speelde met Melissa de Tora, een professionele Magic speelster (wat een fantastisch beroep om op je C.V. te hebben staan). Door deze aflevering snapte ik ineens wél wat er leuk kon zijn aan Star Realms. Ik ben in mijn lunchpauze dan ook snel naar de spellenwinkel gesneakt (Table Top Kingdom zit op  minuten lopen van mijn werk) om dit spel te kopen. Ik heb het spel deze maand 8 keer gespeeld en ben helemaal om. Ik heb ook maar meteen de app van het spel op mijn iPad gezet voor nog meer speelplezier.

Star Realms is een deckbuilder (net zoals bijvoorbeeld Dominion en Ascension). In dit spel is je doel niet zo zeer om zelf iets op te bouwen, maar vooral om de ander zo snel mogelijk te slopen. Je begint namelijk beide met 50 punten levenskracht en een deck met 8 geldkaarten en 2 aanvalskaarten met een waarde 1. In je beurt heb je een hand van 5 kaarten waar je mee kan aanvallen en nieuwe nieuwe kaarten mee kan kopen (die combinaties van vuurkracht, geld, herstel van levenskracht en bescherming leveren). Sommige kaarten versterken elkaar (bijvoorbeeld als ze van hetzelfde volk zijn). Een potje duurt doorgaans maar kort, maar is o zo spannend! Lees hier de recensie die Peter Hein een tijd terug over dit spel heeft geschreven als je nog wat meer wilt weten. Ik verwacht dat ik dit spel nog vele malen met plezier zal gaan spelen. Maar er zijn ook uitbreidingen te koop, die lonken ook, maar tegelijkertijd is de fun van dit spel nou juist dat het redelijk recht toe rechtaan is en misschien maken de uitbreidingen het spel wel topzwaar. Ik hoor graag van jullie wat jullie van de uitbreidingen vinden (via een reactie op dit blog).

Naast Star Realms maakte ik deze maand met nog vier andere spellen voor het eerst kennis. Railroad Revolution sprak me vanwege het thema (treinen) niet heel erg aan, maar bleek een best leuke workerplacer te zijn die me in de verte wel wat aan Stone Age deed denken. Maar dan heel anders. La Granja No Siësta is een dobbelspel dat doet denken aan Roll through the ages, maar dan slechter en saaier. Ik moet het nog eens proberen, maar ik vond mijn eerste potje vooral een beetje saai en daardoor niet zo leuk. Yamataï is het nieuwste grote spel van Days of Wonder. Days of Wonder staat garant voor degelijke spellen in prachtige uitvoering en zo ook Yamataï. Het is een redelijk pittig spel waarin je hard moet nadenken en constant aan het puzzelen bent hoe je je stukken het beste kan plaatsen. Het spel doet een beetje denken aan Five Tribes. Happy Salmon is ten slotte een hilarisch reactiespel dat ik met veel plezier heb gespeeld. 

Ik speelde deze maand ook na lange tijd weer eens Isle of Skye (lees hier de recensie). Ik wilde het spel meenemen naar de spellenavond op kantoor en speelde het dus eerst een keer met Niek om de regels weer even op te frissen (zodat ik ze goed kon uitleggen) en daarna op de spellenavond op kantoor zelf. Dit spel komt met twee spelers niet echt goed tot zijn recht, maar met meer spelers (we speelden op kantoor met zijn vieren) is het een prachtspel. Het lijkt allemaal zo makkelijk, maar dat is het niet. Je moet goed nadenken over het geld dat je voor je getrokken tegels vraagt, welke tegels je zelf kiest (en betaal je daarbij niet te veel) en hoe je de tegels vervolgens plaatst. Alles grijpt slim in elkaar.



Ook speelde ik voor het eerst in lange tijd weer eens Evo. In dit spel begint iedereen met een dino-ras dat ronde na ronde nieuwe genen krijgt (door middel van een veiling) waardoor het zich steeds beter kan aanpassen aan de omgeving. Zo zou je steeds meer hoorns kunnen krijgen zodat je goed kan vechten of juist veel benen kunnen nemen om snel weg te kunnen rennen. Wie niet sterk of snel is kan maar beter vruchtbaar zijn door veel eieren te leggen en op die manier nog een mooie positie verwerven. Ik vind het erg leuk om te zien hoe iedereen zijn eigen dino aanpast en er een verhaal bij verzint. Mijn dino was bijvoorbeeld vooral heel weersbestendig (kon goed tegen zowel kou als hitte en had een mooie lange staart). Helaas was dit niet echt een recept voor succes omdat mijn medespelers van het agressieve soort waren en mijn dino-populatie dus regelmatig decimeerden.

Sinds ik op internet had gelezen dat de spellenwinkel in Haarlem (het spellenhuis) een spellencafé had geopend, stond een bezoek aan deze locatie hoog op mijn wensenlijstje. Op een zonnige zaterdag ben ik met Niek en Saskia naar the Boardroom (briljante naam) geweest. De Boardroom zit echt vlak bij het station (al waren wij met de auto die we in de parkeergarage van het station neerzetten zodat we ook maar een mini stukje hoefden te lopen). Voor 5 euro per persoon mag je hier zo lang als je wilt spellen komen doen. We hadden geluk, toen we binnenkwamen was er nog een mooie tafel aan het raam vrij zodat we tijdens het spelen lekker naar buiten konden kijken naar de stoet mensen die van het station naar het centrum trok. Regelmatig keken mensen geïnteresseerd naar binnen en maakten soms zelfs foto’s omdat ze (denk ik) een bordspellencafé een beetje raar vonden. Drankjes kon je aan de bar bestellen en werden vervolgens keurig aan je tafel bezorgd. Je kon ook tosti’s en wat snacks bestellen als je dat wilde. 

Er waren flink wat spellen om uit te kiezen en wij hebben daarvan eerst Yamataï en daarna Ticket to Ride Rails & Sails gespeeld. Er stonden ook flink wat nieuwe, populaire titels op de plank (bijvoorbeeld Scythe, Great Western Trail en Gloomhaven), maar er waren ook oudere toppers, kinderspellen en leuke korte spelletjes. Het aanwezige personeel kon helaas geen van de nieuwe spellen waar we interesse in hadden uitleggen dus we zijn er niet aan toegekomen om iets nieuws te spelen. We hebben nog wel een poging gedaan om een nieuwe spel uit de regels te leren, maar dat werkte toch niet goed. Toen we binnen kwamen stond er een soort metal/rock muziek op. De muziek stond niet heel hard, maar omdat dit echt niet mijn soort muziek is en ik een klein beetje hoofdpijn had, vond ik het niet heel fijn. Later op de middag werd gelukkig een wat meer mainstream soort muziek opgezet. We waren zeker niet de enige gasten, veel tafels waren bezet. Aan de tafels naast ons zaten bijvoorbeeld  een meisje urenlang met (?) haar moeder spellen te doen, een jong stel gezellig samen te spelen en twee jongemannen die zich op Scythe stortten.  Het was dus een mooi gemengd publiek. In het café zijn ook heel veel spellen te koop. Toen we weggingen kregen we te horen dat bezoekers van het spellencafé 10% korting kregen op eventuele aankopen. Dat was genoeg om Niek voor de bijl te laten gaan voor Ticket to Ride Rails & Sails. Ik heb echt een leuke middag gehad in the Boardroom, dus wie weet ga ik er nog wel eens naar toe.

Vorig jaar ben ik met Niek meegeweest naar de Elvis Cruise (lees hier het verslag). Op deze cruise heb ik het spel Las Vegas door de aanwezige oud-bandleden van Elvis laten signeren. Priscilla (de ex-vrouw van Elvis) was ook aan boord maar zij zette alleen handtekeningen op een foto (omdat het anders te zwaar voor haar zou worden). Op dit moment tourt Priscilla samen met een groot symphonie orkest over de wereld. Ze combineren hiervoor de stem van Elvis (uit concert registraties) met het live spelende orkest.  

Begin mei werd het Europese deel van deze tournee afgetrapt in Ahoy Rotterdam. Natuurlijk waren wij er bij. Niek had meet & greet tickets gekocht. Na afloop van het concert mochten we daarom met een kleine groep andere bezoekers achter de schermen voor een foto-momentje met Priscilla. Én je mocht 1 item naar keuze laten signeren. Ik had natuurlijk mijn Las Vegas spel meegenomen. Ze keek wel een beetje raar  (hoe signeer je een spel?), maar zetten vervolgens gewoon haar krabbel. Super leuk! Ik heb nu toch wel echt een uniek exemplaar van Las Vegas in de kast staan.


zaterdag 20 mei 2017

Recensie: Fabelfruit

In 2016 is dankzij Pandemic Legacy Season 1 het legacy concept bij het grote (spellen)publiek doorgebroken. Een legacy spel is een spel dat je een beperkt aantal keer kan spelen omdat tijdens het spelen het spel verandert doordat je er bijvoorbeeld op moet schrijven, stickers op moet plakken en soms zelfs spelmateriaal moet vernietigen. Dit concept sprak Friedemann Friese wel aan, maar hij vond het wel een tikje extreem dat je door het spel te spelen het spel ook vernietigd. Hij heeft daarom zijn eigen versie van een dynamisch spel bedacht, maar dan zonder het destructieve element. Hij noemt dit concept het Fabel-concept en het eerste spel waar hij het in toepast is Fabelfruit.

In Fabelfruit zijn de spelers druk bezig met het maken van fabelachtige, verfrissende, fruitige, vrolijke frisdrankjes. De ingrediënten voor deze drankjes zijn met de hulp van je dierenvrienden te vinden in het bos. Wie als eerste een bepaald aantal drankjes heeft gemaakt, wint het spel.

Het hart van het spel is een grote stapel prachtig geïllustreerde, genummerde dierenkaarten. Iedere kaart zit 4 keer in het spel. Voor het eerste potje worden de kaarten met de nummers 1 tot en met 6 op tafel gelegd. Op iedere kaart staat een dier en een beschrijving van een bepaalde actie die je mag uitvoeren. Zo staat op de eerste kaart een plaatje van een neushoorn en geeft deze kaart het recht om 2 fruitkaarten te pakken. Op de tweede kaart staat dat je een kaart met een banaan aan een andere speler mag geven en dat deze speler jou dan twee fruitkaarten terug moet geven. Op de kaarten staat ook nog een recept voor een frisdrankje (bijvoorbeeld drie ananas en een vrucht naar keuze of twee bananen, twee ananas en en een vrucht naar keuze).

De spelers mogen omstebeurt een actie uitvoeren. Iedere speler heeft een speelfiguur (in de vorm van een leuk diertje) en in je beurt moet je deze verplaatsen naar een andere dierenkaart. Vervolgens mag je of de actie uitvoeren die op deze kaart staat of mag je (als je de juiste combinatie van fruitkaarten hebt verzameld) conform het afgebeelde recept een frisdrankje maken. Het is toegestaan om op een kaart te gaan staan waar al een andere speler staat, maar als je dit doet dan moet je deze andere speler wel een fruitkaart cadeau doen.

Het fabel-concept begint te werken op het moment dat het eerste frisdrankje is gemaakt. Op dat moment wordt namelijk van de stapel dierenkaarten de bovenste kaart gepakt en ook op tafel gelegd. Dit is kaart nummer 7 waarop dus weer een nieuwe actie staat. Door het produceren van frisdranken verdwijnen en de oorspronkelijke kaarten dus langzaam maar zeker uit het spel en komen er nieuwe kaarten met nieuwe acties voor in de plaats.

Er zijn veel meer kaarten in het spel dan je in één potje voorbij ziet komen (in totaal zijn er 59 verschillende kaarten). Het is dan ook de bedoeling dat je een volgende keer verder speelt met de kaarten die aan het eind van een spel op tafel lagen. Het spel krijgt verandert zo dus doorlopend doordat er verschillende combinaties van kaarten liggen, maar omdat je de gebruikte kaarten apart legt en niet verscheurt, kan je altijd helemaal opnieuw beginnen.

…en de waardering

Fabelfruit is een licht familiespel dat ook prima kan dienen als tussendoortje voor de verwende veelspeler. Het spel zelf is heel simpel: verplaats je figuur en voer de actie uit of maak het drankje. De acties die je kan doen zijn aan het begin heel simpel, maar worden gedurende het spel wel iets moeilijker. Tegelijkertijd zitten er geen echte brainburners tussen en blijft het allemaal redelijk recht toe recht aan. Fabelfruit is geen zware kost en houdt het prettig luchtig. Fabelfruit is geen combo-spel (zoals bijvoorbeeld Dominion) waarin je op zoek moet naar slimme combinaties en waarin kaarten het spel echt op zijn kop kunnen zetten. Het fabel-concept vind ik best aardig, maar echt vernieuwend is het niet. Het komt wel vaker voor in spellen dat je niet alle kaarten gebruikt en dat er nieuwe kaarten in een spel komen. Het enige echt nieuwe aan dit concept is dat je een volgende keer verder kunt spelen met de set kaarten die je aan het eind van het vorige potje over had. Dit is leuk gevonden, maar het spel verandert er niet wezenlijk door.  

Waar Fabelfruit wel in uitblinkt is in de illustraties. De dierenkaarten zijn echt leuk om te bekijken en vaak zit er een grapje in. Zo is de ijverige mier afgebeeld in een yoga-pose en zit er in de buidel van de kangaroe een kangaroe met een kangaroe in haar buidel met een kangaroe in de buidel (Droste effect).





Auteur: Friedemann Friese
Uitgever: White Goblin Games, 2016
Aantal spelers: 2-5
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 15-30 minuten
Prijs: circa 30 euro