zaterdag 21 april 2018

Recensie: Fox in the Forrest


Er was eens een houthakker die samen met zijn dochter woonde in een klein dorpje aan de rand van het bos. Met deze zin begint de introductie van de spelregels van het tweepersoons spelletje The Fox in the Forrest. Het sprookje waarin de dochter van de houthakker de hoofdrol speelt is de thematische achtergrond van dit spelletje. De afbeeldingen op de kaarten zouden dan ook niet misstaan in een prachtig geïllustreerd sprookjesboek.

The Fox in the Forrest is een slagenspelletje voor twee personen. Toen ik over dit spel hoorde vond ik dit een wonderlijke combinatie. Slagenspellen komen namelijk meestal het best tot zijn recht met meer spelers. Het is niet voor niets dat veel traditionele slagenspellen (bridge, klaverjassen) met zijn vieren worden gespeeld.

In The Fox in the Forrest zijn er drie sets kaarten (in de kleuren zilver, paars en geel) met waardes van 1 tot 11. De kaarten hebben niet alleen een verschillende kleur, maar ook een verschillend symbool waardoor ook spellenliefhebbers die kleurenblind zijn, dit spel goed kunnen spelen. Alle kaarten worden aan het begin van het spel geschud en beide spelers krijgen 13 kaarten. Van de resterende stapel wordt de bovenste kaart opengedraaid om te bepalen welke kleur troef is.

Vervolgens komt een speler uit en moet de andere speler volgen als hij kan. Pas als je niet kan volgen mag je troeven. De speler die de hoogste kaart speelt wint de slag. Tenzij er natuurlijk getroefd was, dan wint de speler van de troefkaart. De winnaar van een slag, komt vervolgens uit in de volgende slag. Tot zo ver is het bekende kost. Maar zoals elk (goed) slagenspel betaamt, geeft ook The Fox in the Forrest een twist aan dit bekende concept.

Alle oneven kaarten in het dek hebben namelijk een speciale eigenschap. Als je bijvoorbeeld de 1 speelt dan verlies je nog steeds  (meestal) wel de slag, maar je mag desondanks de volgende ronde uit komen. Als je een 3 speelt dan mag je de troefkaart omruilen met een kaart uit jouw hand. Hierdoor verander je vaak ook meteen de troefkleur. Met de 5 mag je de bovenste kaart van de trekstapel pakken en op handen nemen, maar dan moet je wel een andere kaart afleggen. Slagen waar een 7 in zit, leveren een extra punt op. In slagen waar één 9 is gespeeld, neemt de 9 automatisch de troefkleur aan. En met de 11 dwing je de andere speler om in dezelfde kleur óf de 1 (als hij of zij die heeft) te spelen óf zijn of haar hoogste kaart.

Nadat alle dertien slagen zijn gespeeld, krijg je punten afhankelijk van hoeveel slagen je hebt gehaald. Je krijgt meer punten als je meer slagen haalt, maar daarbij is wel een plafond. Als je te hebberig bent en 10 of meer slagen hebt binnen geharkt, dan krijg je geen punten. In dat geval krijgt juist de andere speler het maximale aantal (6) punten vanwege zijn bescheiden opstelling. Je speelt net zo veel rondjes totdat tenminste één speler 21 punten of meer heeft en wie dan de meeste punten heeft, wint het spel.

Als je overigens wilt weten hoe het sprookje afloopt, dan kan je dat op de website van de uitgever nalezen (klik hier). 

...en de waardering

Ik had gedacht dat leuke slagenspellen voor twee personen alleen in sprookjes zouden bestaan, maar The Fox in the Forrest bewijst dat het ook in het echt kan. De speciale eigenschappen zijn aan de ene kant heel krachtig, maar aan de andere kant is het nog ontzettend lastig om te bepalen wanneer je er nou maximaal profijt van hebt. En omdat er best veel speciale kaarten in het spel zitten, moet je daarbij ook rekening houden met het inzetten van een speciale kaart door de andere speler.  En alsof dat nog niet moeilijk genoeg is, wil je ook nog het liefst 7 tot 9 slagen halen of juist 3 of minder omdat je in die gevallen het maximale aantal punten (6) scoort. In de gevallen daar tussen in (4-6) krijg je namelijk wel een paar puntjes (1-3) voor de moeite, maar gaat de andere speler er nog steeds met de hoofdprijs vandoor waardoor je toch de verliezer van de ronde bent.  

Kortom: sprookjes blijken te bestaan. The Fox in the Forrest is een heel leuk slagenspel voor twee personen. Het is verdraaid lastig om je hand goed te spelen, maar daardoor blijf je met ieder potje leren hoe het beter kan. En dat houdt het spel interessant en uitdagend!






Auteur: Joshua Buergel
Uitgever: Foxtrot Games, 2017 
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 20 euro

woensdag 11 april 2018

Recensie: Quadropolis


In Quadropolis krijg je de droomopdracht van een planoloog: er moet een nieuwe stad ontworpen worden en je krijgt de vrije hand. Hoe ziet jouw droom-stad er dan uit? Ga je voor een stad met veel parken en winkels of wordt het een stad waar hard gewerkt gaat word in de havens en fabrieken. Maar vergeet niet om wat wooncomplexen in te tekenen, want als er niemand in je stad komt wonen, is er ook niemand om in je prachtige haven te werken.

Aan het begin van het spel krijgen de spelers een eigen spelersbordje met daarop een raster van 4 bij 4. Dit is de plattegrond van je stad. In het midden van de tafel komt een bord te liggen van 5 bij 5 vakjes waarop de verschillende beschikbare bouwwerken die je in je stad kan bouwen liggen. Iedere speler krijgt verder nog 4 architecten (genummerd van 1 tot en met 4).

De startspeler kiest één van zijn architecten uit en legt deze bij een rij of kolom bij het bord met de bouwwerken. Als je de architect met nummer 2 hebt gekozen, dan pak je het tweede gebouw in de rij of kolom waar je staat (en bij 3 pak je het derde gebouw, etc.). Je zet op het plekje waar je een gebouw weg pakte een mooie, grote, transparante pion. Vervolgens leg je het gebouw op je spelersbordje. Maar ook daarbij moet je het gebouw in of de rij of de kolom met hetzelfde nummer als dat van je architect leggen.

Op de gebouwen staan symbolen die aangeven hoeveel energie een gebouw produceert (fabrieken produceren bijvoorbeeld veel energie) en hoeveel inwoners het de stad oplevert (huizen leveren inwoners op). Op de gebouwen staat ook wat je nodig hebt om een gebouw te activeren (een woning heeft energie nodig om het te verwarmen en een fabriek heeft inwoners nodig om te komen werken). Een gebouw dat je niet activeert, telt aan het eind van het spel niet mee voor de eindwaardering.

De volgende speler mag vervolgens ook weer één van zijn architecten neerzetten, het bijbehorende gebouw pakken en plaatsen. Deze speler mag alleen zijn architect niet inzetten in de rij en kolom waar de architect van de vorige speler staat. Natuurlijk wordt de architect vervolgens weer op het plekje gezet waar de tweede speler een gebouw heeft gepakt. En helaas mag je ook geen architect op een andere architect leggen. Het aantal beschikbare plaatsen wordt dus steeds kleiner.

En zo pakken de spelers vier beuren lang een gebouw. Het kan alleen wel zijn dat je met je vierde architect niets meer kan pakken omdat er steeds minder plaatsen zijn waar je je architect mag zetten en er ook nog minder gebouwen liggen. Na de eerste ronde, volgen er nog 3 en dan zijn de steden klaar voor de eindwaardering.

Elk gebouw wordt op een andere manier gewaardeerd. Zo hangt de score van parken af van het aantal aangrenzende woningen. De waarde van een winkel hangt af van het aantal mensen dat er staat. En de waarde van de havens hangt af van hoe groot ze zijn. Nadat alle gebouwen zijn gewaardeerd, krijg je nog aftrek voor overtollige energie-eenheden en mensen. En wie dan de meeste punten heeft gescoord, wint het spel.

…en de waardering

Quadropolis is een heel leuk puzzelspelletje waar je van te voren bedenkt wat je wilt (een stad met veel parken, gebouwen en winkels), maar je gedurende het spel je plannen moet aanpassen omdat de gebouwen die jij op een bepaalde plek wilt plaatsen, niet beschikbaar zijn. Zo kan het zo maar zijn dat je aan het eind van het spel op een veld  dat op het snijpunt van kolom  1 en rij 3 ligt een park wil plaatsen omdat op alle velden er om heen woningen staan, maar dan zal je zien dat je nergens op het gebouwenbordje met een architect met waarde 1 of 3 een park kan pakken.

Je moet tijdens het spelen verder ook echt een beetje in de gaten houden wat de andere spelers doen. Misschien had je bijvoorbeeld geen havens in de planning zitten, maar als iemand anders vervolgens wel vol voor de havens gaat, dan is het slim om toch maar een haventegel te pakken omdat die je tegenstander anders echt te veel punten oplevert.







Auteur: Francois Gandon
Uitgever: Days of Wonder, 2016
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 30-60 minuten
Prijs: circa 45 euro

zaterdag 7 april 2018

Recensie: Codenames Duet


Op de spellenavonden die ik voor mijn collega’s op kantoor organiseer eindigen we standaard met de hele groep met Codenames of Codenames Pictures. Het maakt niet uit hoe groot de groep is en zelfs niet of de teams even groot zijn. Codenames staat altijd garant voor veel speelplezier en hilariteit. Als ik een spel voor een grote groep mensen moet voorstellen, dan denk ik automatisch aan Codenames en Codenames Pictures. Ik kon me dan ook weinig voorstellen bij de tweepersoonsversie die eind 2017 op de markt verscheen. Maar ik hoorde regelmatig hele positieve reacties waardoor ik steeds nieuwsgieriger werd naar dit spel en het uiteindelijk heb gekocht.


De kern van Codenames Duet is hetzelfde als in de andere Codenames spellen. Er liggen kaarten op tafel met woorden er op (25 dit keer) en een speciaal opdrachtkaartje geeft aan welke woorden spionnen zijn die ontmaskerd moeten worden, welke woorden onschuldige omstanders zijn en welke woorden explosieve bommen zijn (inderdaad meerdere dit keer).  De beide kanten van de kaart zijn natuurlijk verschillend. Zo kan het zijn dat een woord dat bij de ene speler een spion is, aan de andere kant een bom is of een onschuldige omstander. Beide spelers kennen 9 spionnen en in totaal zijn er 15 spionnen te ontmaskeren (of te wel er zijn 3 dubbelspionnen die beide spelers kennen).

Om de beurt geven de spelers elkaar dus tips die bestaan uit een woord (dat hopelijk op verschillende spionnen wijst) en een cijfer (dat aangeeft hoeveel spionnen met het woord ontmaskerd moeten worden). En dan maar hopen dat de andere speler snapt wat je bedoelt. Ik vond bijvoorbeeld “Vogelbekdier Twee” echt een open deur voor de woorden snavel en zeemeermin, maar Niek snapte de snavel wel maar de zeemeermin vond hij echt veel te ver gezocht. De radende speler mag zo veel woorden aanwijzen als hij wil. Maar als je een onschuldige omstander aanwijst dan moet je stoppen. En als je een bom aanwijst dan heb je het spel natuurlijk meteen verloren.

Aan het begin van het spel krijgen de spelers samen 9 tijdfiches. Dit is de tijd die je hebt om alle spionnen te ontmaskeren (9 beurten). Deze fiches gebruik je verder om eventuele onschuldige omstanders die zijn aangewezen te markeren zodat je niet twee keer dezelfde fout maakt.

In de doos van Codenames Duet zit verder nog een missieblok. Op het missieblok staat een wereldkaart met verschillende met elkaar verbonden plaatsen met daarnaast twee cijfers. Als het je gelukt is om alle 15 spionnen te ontmaskeren binnen 9 beurten dan mag je Praag afstrepen. Vervolgens kies je een stad waar Praag mee verbonden is om daar een missie te gaan oplossen. Het eerste getal staat dan voor het aantal beurten dat je hebt en het tweede getal voor het aantal fouten dat je mag maken. Zo heb je in Berlijn extra tijd (11 beurten) maar mag je maar 2 onschuldige omstanders aanwijzen. Als je er meer aanwijst dan heb je verloren (en als je een bom aanwijst verlies je natuurlijk ook altijd). De verschillende missies dwingen je om voorzichtiger (als je geen fouten mag maken) of juist roekelozer (als je weinig beurten hebt) te spelen.

...en de waardering

Ik ben echt verbaasd over hoe ontzettend leuk Codenames Duet is. Ik vind Codenames Duet zelfs leuker dan de groepsvarianten omdat je de hele tijd actief bezig bent. In Codenames of  Codenames Pictures is de speler die de tips geeft soms een tijdlang heel hard aan het denken en de rest van de groep moet dan gewoon even wachten. Maar in Codenames Duet kan je zelf ook al nadenken terwijl je partner ook nadenkt. Het is per slot van rekening niet makkelijk om een goede hint te verzinnen die verschillende spionnen ontmaskerd maar op geen enkele wijze op een van de drie bommen wijst.  Het geeft een enorme kick als het lukt om een briljante hint te bedenken. En het is vaak hilarisch als de ander jouw briljante hint helemaal verkeerd begrijpt. Zo was Niek echt heel teleurgesteld toen ik uit zijn hint Trippel Twee wel Bier haalde maar in plaats van Abdij het woord Brons aanwees (wat helaas een bom was).

In het eerste weekend na de aanschaf van dit spel hebben Niek en ik al 12 potjes gedaan en meestal verloren. We hebben  ons dus nog niet aan de missies gewaagd.

De woordkaartjes van Codenames Duet zijn verder precies hetzelfde als de woordkaartjes uit Codenames. Je kan de woordjes van beide sets dus prima mengen voor extra variatie.

 





Auteur: Vlaada Chvátil & Scot Eaton
Uitgever: White Goblin Games, 2017
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: circa 15 minuten
Prijs: circa 20 euro

woensdag 4 april 2018

Maandoverzicht: maart 2018 (Dagmar)



In maart speelde ik net wat minder spellen dan dat er dagen in de maand zaten (namelijk 29 vs 31). En van de spellen die ik speelde waren er maar 2 echt nieuw. Het was dus best een rustig maandje op spellengebied.

Ik speelde verder werl voor het eerst met de uitbreiding voor Steam Park (Steampark Robots). Deze uitbreiding bestaat uit een upgrade van het speelmateriaal van Steam Park door de simpele houten pionnen die robots voorstellen te vervangen door mooie gedetailleerde robotjes van kunststof. Verder zitten in de uitbreiding nog twee kleine varianten, maar die hebben we niet gespeeld. Omdat het spel zelf niet veranderde, tel ik deze uitbreiding daarom niet mee als een nieuw spel.

Ik speelde verder eindelijk voor het eerst Helvetia. Dit spel heb ik in 2011 op Spiel gekocht, maar had nog nooit op tafel gestaan. Ik was wel een paar keer begonnen aan de spelregels, maar kon er niet goed door heen komen. Het spel speelt zich af in Zwitserland en dus zijn de regels volgens mij voor wat extra sfeer met een vleugje Zwitsers Duits geschreven. En dat leest toch wat lastiger. Maar met wat hulp van BGG (instructie-filmpjes en engelse vertalingen van de regels), is het me eindelijk gelukt om de regels te doorgronden. En toen viel het eigenlijk wel mee hoe complex het spel zelf is.

In Helvetia begint iedere speler met een dorpje en een aantal dorpsbewoners, waarvan een aantal woont in de dorpjes van de andere spelers (daar zijn ze door de liefde terecht gekomen). Het doel van het spel is om een bepaald aantal punten te halen en wie daar als eerste in slaagt, wint het spel. Iedere ronde kies je een bepaalde actie die je dan uit mag voeren. Zo kan je jouw vruchtbare koppels kinderen laten krijgen of je trouwlustige jongeren uithuwelijken naar andere dorpen. Ook zijn er acties waarmee je nieuwe gebouwen kan bouwen of handel kan drijven. Hier heb je dan wel weer grondstoffen voor nodig die je door jouw bewoners kan laten produceren. En daarbij maakt het niet uit of ze in je eigen dorp wonen of in dat van een ander! Het enige minpuntje is dat ze na gedane arbeid moe zijn en gaan slapen totdat je ze met een speciale actie weer wekt. Mijn eerste indruk van Helvetia was positief en ik wil het graag vaker spelen. Het is alleen net te lang om even snel te doen  op een doordeweekse avond (je bent toch zo meer dan een uur bezig), dus het is er helaas nog niet van gekomen.

Het tweede nieuwe spel was Ave Roma. Dit is een werkverschaffingsspel in het oude Rome. Aan het begin van het spel krijg je 5 Romeintjes met een nummer van 1 tot en met 5. De waarde is belangrijk in het spel omdat op sommige vakken alleen Romeinen met een bepaalde waarde mogen staan en op andere vakken de waarde aangeeft hoe vaak je de actie mag uitvoeren. Zo wil je graag een Romein met een hoge waarde neerzetten bij de actie geld krijgen omdat je dan lekker veel geld kan incasseren. De grap is dat aan het eind van een ronde de spelers om de beurt een groepje Romeinen terugpakken die ze de volgende ronde mogen gebruiken. Bij het geld staan vaak Romeinen met een hoge waarde dus als je daar de poppen pakt, dan zit je de beurt er na met alleen maar dure krachten. Die kunnen hun nut hebben, maar soms wil je juist liever een lage Romein hebben. Ave Roma is een beetje een puntensalade spel waar je heel veel verschillende dingen kan (die ik helaas niet goed heb kunnen onthouden) die allemaal op hun eigen manier je op weg kunnen helpen naar de overwinning. Omdat er zo veel dingen zijn die je kan doen en die punten opleveren, had ik het overzicht nog niet en speelde ik dus vooral om het spel te leren kennen en niet voor de winst. Het spel zit degelijk in elkaar, maar je moet het eigenlijk een paar keer achter elkaar spelen om het goed door te krijgen. Het spel duurt bovendien best lang (wij waren met 5 man volgens mij bijna 3 uur bezig). Ik denk daarom niet dat ik het snel nog een keer zal doen, al denk ik ook dat het spel een tweede keer leuker is omdat je dan dus beter snapt wat je aan het doen bent.

Over werkverschaffers gesproken, mijn favoriete werkverschaffer is denk ik nog steeds Stone Age. De afgelopen maand hebben Niek en ik dit spel zelfs drie keer gespeeld. Niek is een tijd helemaal verslaafd geweest aan de Stone Age app en speelde jarenlang continue dit spel. Pas toen de app van zijn telefoon werd gedonderd doordat hij niet meer compatible was met de nieuwste versies van IOS, hield hij noodgedwongen op. De app is overigens inmiddels weer beschikbaar, maar Niek heeft zijn verslaving nog niet hervat. Maar doordat Niek dus ontzettend veel Stone Age heeft gespeeld is hij ontzettend goed in het spel. Als ik tegen hem speel dan moet ik dus echt mijn stinkende best doen om niet verpletterd te worden. De afgelopen maand is het me zelfs twee keer gelukt om van Niek te winnen, dus daar was ik heel blij mee.

zondag 1 april 2018

Het is weer april en dat betekent verkiezingstijd. Wel spel staat er in deze elfde editie bovenaan? Wat greep afgelopen jaar onze aandacht en wat verdween van de radar? Aan jullie het woord!

Stuur dus je lijst naar spellengektop100@gmail.com

De regels zijn dezelfde als de vorig jaren:

-stuur een lijstje in van minimaal 10 en maximaal 20 spellen met daarin:
-je nr. 1
-je nummers 2-10 in willekeurige volgorde
-(eventueel) je nummers 11-20 in willekeurige volgorde

-ieder genre is welkom, computerspellen natuurlijk uitgezonderd

-uitbreidingen zoals Steden en Ridders tel ik als stem voor het basisspel

-zelfstandige varianten zoals Ticket to Ride: Europa tel ik wel apart. Een uitzondering is Dominion: Intrige en soortgelijke zelfstandig speelbare uitbreidingen

-stemmen kan tot en met 30 april; daarna maak ik de lijst op

-commentaar bij een spel? Graag! Uit de commentaren maak ik een selectie om in het overzicht te plaatsen.

Voor een terugblik kun je eens een kijkje nemen bij de vorige jaargang.

woensdag 28 maart 2018

Het zoeken naar informatie over spellen door de jaren heen


 In 2000 was ik bezig met het afronden van mijn scriptie en had ik regelmatig last van studie ontwijkend gedrag. Eén van de zaken waarmee ik mijn studie ontweek was het ontdekken van het internet. We hadden toen toegang tot het internet via de telefoonkabel en dus moest je altijd even wachten tot een pagina geladen was. Ik had in die tijd net van mijn beste vriendin het kolonisten kaartspel gekregen en op een dag besloot ik om eens te kijken of ik daar ook iets over kon vinden op het net. Van Google had ik toen nog niet gehoord, maar als ik het me goed herinner gebruikte ik toen de Nederlandse zoekmachine Ilse. En tot mijn grote verbazing vond ik op het internet websites over bordspellen, zoals Spellengek (Peter Hein en Wendy moeten hier toen net mee begonnen zijn), Bordspel.com en Spelmagazijn. En via deze websites ontdekte ik dat de spellenwereld een stuk groter was dan de spellenafdeling van de V&D (nog zo’n naam uit de oude doos).

Ik kan alleen maar raden naar hoe spellengekken voor de opkomst van het internet aan hun informatie over nieuwe spellen kwamen. Ik heb een boekje uit 1985 met daarin een verzameling van recensies uit de krant. Wellicht waren er in die tijd ook al tijdschriften/nieuwsbrieven over spellen (Ducosim bestaat al sinds de jaren ’70, dus die zullen vast iets gepubliceerd hebben). En verder was je waarschijnlijk overgeleverd aan van mond tot mond reclame en informatie van je lokale speelgoed- of spellenwinkel.

In de beginjaren van het internet waren de meeste gebruikers aangesloten via een dun telefoondraadje. Het downloaden van plaatjes kostte daardoor veel tijd en dus ook geld. Bovendien zal toen de serverruimte bij providers ook kostbaarder zijn geweest dan nu. De recensies van spellen op de eerste websites bestonden dan ook vooral uit tekst, met een enkel plaatje. Dit zie je nog steeds op Spellengek. We hechten er aan dat de recensies een beetje uniform zijn en daarom bestaan de recensies op Spellengek nog steeds vooral uit tekst met alleen een klein plaatje van de doos van een spel. Er is een korte tijd geweest dat we nog een tweede plaatje van het spelmateriaal bij de recensie zetten, maar dat was het dan ook wel.

Gelukkig stond de techniek niet stil en nam de snelheid waarmee we data over het net konden verzenden steeds verder toe. Ik weet niet meer precies wanneer het was, maar op een gegeven moment stapten Niek en ik ook over op een ISDN-modem. Het downloaden van plaatjes ging in eens een stuk sneller. Toen deze techniek wat breder verspreid begon te worden, werden websites ook mooier en kwamen er meer plaatjes op te staan.

En na ISDN, kwam natuurlijk de kabel die het nog makkelijker maakte om informatie over het internet te versturen (en daarna komt natuurlijk de glasvezelkabel, maar zo ver zijn we in Voorhout nog niet). En met de opkomst van snel internet, kwamen ook de filmpjes op. Een van de pioniers op dit gebied was Scott Nicholson van Boardgames with Scott (veel van zijn filmpjes zijn nog steeds het kijken waard). Ik denk dat heel veel mensen inmiddels eerder video’s opzoeken (bijvoorbeeld op youtube of via boardgamegeek) als ze informatie zoeken over een nieuw spel, dan dat ze op zoek gaan naar uitgeschreven recensies. Sommige spellen-recensenten zijn via dit kanaal echte beroemdheden geworden in ons kleine wereldje (de mannen van The Dice Tower of Rahdo van Rahdo runs through bijvoorbeeld). De absolute topper in dit segment is zonder twijfel Tabletop van Wil Wheaton (al is het de vraag of er ooit nog een volgend seizoen gaat komen).

Naast filmpjes kan je op internet tegenwoordig ook podcasts vinden. Dit zijn geluidsopnamen van mensen die (bijvoorbeeld) over spellen praten. Ik luister zelf eigenlijk nooit naar een podcast, dus op dit verschijnsel ga ik hier verder niet in.

Als je vandaag de dag naar informatie over spellen zoekt, dan kan je dus kiezen uit een groot aantal bronnen en vormen die naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen. Zelf houd ik nog steeds het meest van geschreven informatie. Die kan ik rustig lezen en als een alinea me niet boeit, dan is het makkelijk om die over te slaan en iets verder op verder te lezen. Het oog wil ook wat, dus als een tekst ondersteund wordt door plaatjes, dan vind ik dat zeker een plus. Op deze manier kan ik snel veel informatie verwerken en bepalen in welke spellen ik geïnteresseerd ben. Pas als ik echt warm loop voor een spel, ga ik soms filmpjes kijken. Als ik bijvoorbeeld niet door de spelregels heen kom, dan is het erg fijn om een filmpje te kijken over hoe een spel gespeeld wordt. Maar tegelijkertijd erger ik me soms ook erg aan filmpjes omdat ze soms veel te langdradig zijn of als ze knullig gemaakt zijn (schuddende beelden, niet scherp, slecht geluid).

Voor Spellengek volg ik tegenwoordig een tweesporenbeleid. Ik wil onze oorspronkelijke website niet meer helemaal verbouwen en aanpassen en dus plaats ik daar bij de tekst van een recensie alleen maar een klein plaatje van de doos. Op de website staan inmiddels meer dan 900 recensies. Ik hoop dat het me lukt om aan het eind van het jaar de 1000e recensie te gaan plaatsen. Er zijn op dit moment nog 27 recensies nodig om deze mijlpaal te behalen.  

Naast de website hebben we sinds 2008 ook het blog. Sinds 2015 plaatsen we recensies niet meer alleen op de website, maar ook op het blog. Bij de recensies op het blog zetten we naast de tekst veel meer plaatjes. Ik vind dat dit meerwaarde heeft omdat een foto vaak meer zegt dan 1000 woorden. Ik denk er dan ook over om zodra er 1000 recensies op Spellengek staan, de website te bevriezen. De site blijft dan wel bestaan, maar nieuwe content komt alleen nog op het blog. Maar zo ver is het niet, eerst moeten die 27 recensies nog geschreven worden en dat is nog best een flinke klus.

Ik zie mezelf niet de overstap maken naar filmpjes of podcasts. Door de opkomst van smartphones is het nu makkelijker dan ooit om zelf filmpjes te maken en te editen, maar het is niet mijn ding (al is het maar omdat mijn stem altijd zo raar klinkt op opnames).  Maar aan de bezoekersaantallen van de website en het blog te zien, is er nog genoeg interesse voor de schrijfsels die we wél produceren en die we dus tegenwoordig opleuken met foto’s. Ik denk dat we nog wel even mee kunnen, al lopen we dan niet meer voorop met alle interessante technische ontwikkelingen.

NB: als je het leuk vindt om eens te kijken hoe het internet er vroeger uit zag, neem dan eens een kijkje op de wayback machine

woensdag 21 maart 2018

Recensie: Sagrada


In de middeleeuwen waren kleurstoffen duur en alleen betaalbaar voor de kleine, rijke bovenlaag van de samenleving. Het gevolg was dat er in het straatbeeld weinig kleur te bekennen was. De meeste kleuren die je gezien zal hebben waren groen, bruin en grijstinten. Maar voor God was natuurlijk alleen het beste goed genoeg. En dus werden kosten nog moeite gespaard om de kerken en kathedralen de stralende middelpunten van de steden en dorpen te maken. En dan mocht een kleurrijk glas en lood raam natuurlijk niet ontbreken. We kijken nu nog steeds vol bewondering naar de prachtige ramen die in verschillende godshuizen te vinden zijn. Kan je nagaan hoe indrukwekkend diezelfde kleurrijke ramen waren in de kleurloze tijd dat ze gemaakt werden!

In Sagrada kruipen de spelers in de huid van de fameuze glas in lood kunstenaars van de middeleeuwen. Iedere speler probeert tijdens het spel het mooiste raam te produceren. Alle spelers krijgen hiervoor een glas in lood raam (mooi stevig kartonnen frame) toegewezen en kiezen een ontwerp uit vier opties. In dit raam moet een raster van 4 bij 5 vakjes nog worden ingevuld. Verder worden aan het begin van het spel nog 3 kaarten neergelegd met daarop de elementen waarop de ramen aan het eind van het spel worden gewaardeerd en 3 kaarten met speciale acties die spelers tegen betaling van glasdruppels kunnen uitvoeren. Het aantal glasdruppels dat je krijgt, hangt af van hoe moeilijk het ontwerp is dat je hebt gekozen.

Het spel wordt in 10 rondes gespeeld. Iedere ronde worden er een aantal doorzichtige, gekleurde dobbelstenen uit een zakje getrokken. De startspeler kiest een van deze dobbelstenen en legt hem in zijn frame. De eerste dobbelsteen moet aan de rand liggen en de volgende dobbelstenen moeten horizontaal, verticaal of diagonaal aangrenzend worden gelegd. Nadat alle spelers in een ronde hun eerste dobbelsteen hebben gepakt, pakken alle spelers in omgekeerde volgorde nog een dobbelsteen (de laatste speler mag dus twee keer achter elkaar en de eerste speler pakt zowel de eerste als de laatste dobbelsteen).

Bij het plaatsen van de dobbelstenen moet je rekening houden met het ontwerp van je raam. Als er bijvoorbeeld een groen vakje in je ontwerp staat, dan moet je daar een groene dobbelsteen op leggen (ongeacht het aantal gegooide ogen). En als er een 4 op een vakje staat dan moet daar dus een 4 komen te liggen (ongeacht de kleur). Verder moet je er nog rekening mee houden dat dobbelstenen nooit horizontaal of verticaal grenzend naast een dobbelsteen met dezelfde kleur of waarde gelegd mogen worden.

Naast het plaatsen van de dobbelstenen mag je dus tegen betaling van glasdruppels de speciale acties uitvoeren. Met deze acties mag je bijvoorbeeld dobbelstenen van plaats verwisselen, de waarde van een dobbelsteen veranderen of dobbelstenen opnieuw gooien. De eerste speler die een actie kiest, betaalt hiervoor 1 glasdruppel. De volgende speler betaalt al 2 glasdruppels en zo gaat de prijs voor iedere volgende keer dat een actie uitgevoerd wordt met 1 omhoog. En dan te bedenken dat je maximaal 5 glasdruppels per spel hebt.

Na 10 rondes is het spel afgelopen en worden de ramen gewaardeerd. Aan het begin van het spel hebben alle spelers een kaart met een kleur gekregen. Iedereen scoort net zo veel punten als er ogen op de dobbelstenen in deze kleur staan. Daarna worden de 3 score-kaarten afgehandeld. Er zitten 10 verschillen score-kaarten in het spel dus elk spel is anders. Op deze kaarten staat bijvoorbeeld dat je punten krijgt voor iedere kolom waar op elk vakje een andere kleur ligt. Of je krijgt punten voor de kolommen waar ieder getal anders is. Of je krijgt punten voor elk setje van een dobbelsteen met een 1 en 2. Vervolgens krijgen de spelers nog 1 punt voor elke glasdruppel die ze niet gebruikt hebben en 1 strafpunt voor elk leeg vakje dat ze in hun raam hebben zitten. Wie daarna de meeste punten heeft, wint het spel.

...en de waardering

Sagrada is een lekker vlot puzzelspelletje, dat zowel bij families als bij verwende veelspelers in de smaak zal vallen. De regels van Sagrada zijn simpel, maar je moet tijdens het spel nog goed opletten dat je niet per ongeluk een foutje maakt het plaatsen van een dobbelsteen. Dit komt doordat je tegelijkertijd meerdere scoringsmogelijkheden aan het maximaliseren ben. Je probeert vaak zowel een bepaalde combinatie van kleuren en getallen in de rijen en kolommen te krijgen en dan ook nog de dure dobbelstenen in jouw kleur te scoren. En dan moet je ook nog rekening houden met de verplichte kleuren en getallen in jouw ontwerp. Bij mij gaat het altijd wel ergens mis (en als ik eerlijk ben, blijft het vaak niet bij 1 foutje…), al is het maar omdat de dobbelstenen niet altijd meewerken (verkeerde kleuren, verkeerde getallen).

Maar wat het spel naar een hoger niveau tilt is de prachtige uitvoering. Vooral de kartonnen glas in lood ramen in combinatie met de doorzichtige gekleurde dobbelstenen zijn een lust voor het oog. Als het spel er niet zo goed uit had gezien, dan had ik het waarschijnlijk nét geen vierde pionnen willen geven, maar daar doe ik nu echt niet meer moeilijk over.







Auteur:  Daryl Andrews & Adrian Adamscu
Uitgever: Floodgate Games, 2017
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur:  circa 30-45 minuten
Prijs: circa 45 euro