woensdag 22 maart 2017

Zuiderspel 2017 (Dagmar)

Afgelopen zondag stond Zuiderspel met grote letters in mijn agenda genoteerd. Helaas stond er nog veel meer in mijn agenda waardoor het niet mogelijk was om een hele dag naar deze sympathieke beurs te gaan, maar een middagje zat er gelukkig nog wel in. Niek en ik kwamen rond 1 uur aan in Veldhoven. Aan het parkeerterrein was al te zien dat het goed druk was. Niet dat er over parkeerruimte te klagen was, maar het leek drukker dan vorig jaar. Snel parkeerden we de auto en gingen naar binnen. Een voordeel van "fashionably late" komen is dat er geen rijen meer bij de kassa staan.

We konden dus vlot naar binnen lopen. Ik ging als eerste op zoek naar de winkel van Spelspul. Daar had ik namelijk afgelopen vrijdag een heel fijn e-mailtje van gekregen dat ze eindelijk Terraforming Mars binnen hadden gekregen en dat ze die voor me mee zouden nemen naar de beurs. Ze zaten gelukkig vlak bij de ingang dus ik had ze zo gevonden. Ze hadden verder ook nog het Dominion Upgrade Pack voor me klaar liggen. Binnen tien minuten na aankomst op de beurs was mijn portemonnee dus al een stuk lichter en mijn tas een stuk zwaarder. Een goed begin is het halve werk!

Na het vullen van het gat in mijn hand, wilde ik graag ergens een spelletje gaan doen en dus gingen we op zoek naar een vrij tafeltje. En dat viel dan weer niet heel erg mee. Het was goed druk op de beurs en alle tafeltjes zaten vol. Maar gelukkig spotten we in een hoek van de beurs de stand van Chronicle Games waar onder andere Droomhuis werd uitgelegd. Er was daar geen tafel leeg maar er waren wel mensen net klaar. Zodra zij opstonden, schoven Niek en ik snel aan. Terwijl het spel werd klaargelegd voor ons liepen ook net Roger en Frank (mede-Spiel-natuurvriendenhuis-gangers) langs. Zij wilden het spel ook wel eens proberen en schoven dus ook bij ons aan.

In Droomhuis bouwen de spelers hun droomhuis. Of ten minste, dat proberen ze. Iedere ronde worden er in het midden van de tafel een aantal setjes kaarten neergelegd. Elk setje bestaat uit een kamer-kaart (bijvoorbeeld een slaapkamer, keuken of garage) en een kaart met daarop een actie of een stuk dak. Omstebeurt kiezen de spelers een setje uit om hun huis vol te bouwen. Aan het eind van het spel wordt het huis gewaardeerd (een grote slaapkamer levert meer punten op dan een kleintje, een huis met een badkamer, douche en slaapkamer levert extra punten op en een dak van één kleur levert ook extra punten op). Over smaak valt natuurlijk niet te twisten, maar volgens de puntentelling had Roger het beste Droomhuis gebouwd. We waren alle vier aangenaam verrast door dit spelletje. Het is een leuk familievriendelijk tussendoortje. Ik denk wel dat het vooral leuk is met meer dan twee spelers en dus heb ik het niet gekocht. Maar dat neemt niet weg dat ik het graag nog eens zou willen doen.

Omdat het nog steeds druk was op de beurs besloten we maar gewoon te gaan wachten bij een spel dat we wilden proberen in plaats van op goed geluk rondjes lopen. In de stand van White Goblin werd Kingdomino (samentrekking van Kingdom en Domino) gedemonstreerd. Ik heb de laatste tijd veel goeds over dit spel gelezen en wilde het dus graag eens proberen. We hebben een minuut of 5 moeten wachten en toen kwam er een tafeltje vrij. Kingdomino is een legspelletje waar je omstebeurt tegels uitkiest die je vervolgens aanlegt in je Koninkrijkje. Op sommige tegels staat één of meerdere kroontjes. Aan het eind van het spel bepaal je je punten door het aantal kroontjes in een gebied (terreinsoort) te vermenigvuldigen met het aantal vakjes dat dit gebied groot is. Dit spel viel bij ons niet helemaal in de smaak. Ik kan me goed voorstellen dat het leuker is met meer spelers, maar met twee was het een beetje te licht en de geluksfactor was te groot doordat niet alle tegels voorbij kwamen. Zo had Niek een heel groot geel gebied, maar er was nooit een geel kroontje voorbij gekomen en dus leverde het geen enkele punt op. Ik kreeg later de tip om met twee spelers alle tegels in het spel te laten (volgens de regels moet je er de helft uithalen). Dan schijnt het spel ook met zin tweeën best leuk te zijn.

Bij White Goblin Games werd ook het nieuwe dobbelspelletje Twenty-one gedemonstreerd. Omdat dit ook een vlot spelletje zou zijn, besloten we weer te wachten op een plekje. Terwijl we stonden te wachten liep Olav (een bekende van Spellenpret) langs en hij wilde het spel ook wel doen. Na een paar minuten gewacht te hebben kwam er inderdaad een tafeltje vrij en dus schoven we snel aan.

Twenty-one is een dobbelspel in de traditie van Qwixx en Qwinto. Iedereen heeft een velletje voor zich liggen met daarop rijen met gekleurde dobbelstenen van verschillende waardes. De velletjes verschillen van elkaar zodat iedereen zijn eigen spel moet spelen. Omstebeurt gooien de spelers met de dobbelstenen. Iedere ronde moet je ten minste één vakje vullen in de rij waar je mee bezig bent. Je moet namelijk eerst de hele eerste rij volmaken voor je in een volgende beurt aan een nieuwe rij mag beginnen. Je hoopt dat je precies de op jouw rij afgebeelde dobbelstenen gooit. Als dat lukt dan vul je de bijbehorende waarde in en kruis je nog een klein vakje aan om aan te geven dat het exact klopte. Maar als dat niet lukt mag je ook een lagere waarde invullen. Als ook dat niet lukt dan moet je het meest linker getal doorstrepen. Als de rij vol is dan tel je de waardes op en krijg je nog een bonus voor het aantal getallen dat je exact goed had (hoe meer goed, hoe groter de bonus). Het spel is meteen afgelopen als iemand zijn velletje helemaal vol heeft. De spanning in dit spel zit tussen het vinden van de balans tussen het liefst te wachten op een perfecte worp maar soms toch maar genoegen nemen met minder dan perfect omdat snelheid ook beloond wordt. Ik vond het een leuk spelletje, maar denk wel dat de geluksfactor iets hoger is dan Qwixx en Qwinto. Als net de juiste getallen gegooid worden dan helpt dat namelijk enorm en dan ben je en snel en krijg je veel bonuspunten. Ik ben dus heel benieuwd hoe leuk dit spel blijft als je het vaker doet (een te hoge geluksfactor kan immers het speelplezier behoorlijk vergallen). Maar het spel was veelbelovend genoeg om mee naar huis te zijn gegaan.

We liepen weer door en de tafels zaten nog steeds vol. In een hoek van de zaal kwamen we Seb en Ronald (ook bekenden van Spellenpret) tegen en daar hebben we even een praatje meegemaakt. In die hoek stond ook een reuze versie van Qango. Seb had dit spel eerder gedaan en was er wel over te spreken. Het was een spel dat in een paar minuten te spelen zou zijn en er kwam net een plekje leeg dus we besloten onze kans te wagen. Het bleek een soort Vier op een Rij/Boter Kaas en Eieren-achtig spel te zijn. Omstebeurt leg je een schijf op het bord. Je kan winnen als je vijf op een rij hebt, of door vier stenen in een vierkantje (twee bij twee) te leggen of als je een veldje weet te claimen (op het bord staan groepjes van 3 vakjes in een kleur in de vorm van L afgebeeld). Seb had geen woord gelogen toen hij zei dat je dit spel in een paar minuten kan spelen. Wij speelden in een paar minuten zelfs drie potjes. We deelden alleen niet zijn enthousiasme voor het spel. We hadden sterk de indruk dat degene die begint ook altijd degene zal zijn die wint. De andere speler is namelijk continue bezig met het blokken van de velden die de startspeler nodig heeft om te winnen. En dat verveelt snel.


We vonden het zo onderhand wel weer welletjes geweest. Ik heb een paar leuke uurtjes op de beurs beleefd. Ik kan eigenlijk maar twee minpunten opnoemen:  (1) Jammer dat Veldhoven niet dichterbij Zuid-Holland ligt en (2) jammer dat er zo veel bezoekers waren dat het lastig was om een tafeltje te vinden om een spel te proberen. Hopelijk vatten de uitgevers dit laatste punt op als een aanmoediging om volgend jaar meer tafels neer te zetten zodat het makkelijker wordt om dan een spelletje te doen. Ik vond het verder leuk dat er meerdere winkels waren waar nieuwe of tweedehandsspellen verkocht werden zodat ik lekker even kon rondneuzen. Ook was het leuk om zo veel bekenden tegen te komen voor een praatje of een spelletje. Ik had trouwens de indruk dat er niet alleen het standaard veelspelers publiek op de beurs was afgekomen, maar ook veel mensen uit de regio die minder bekend zijn met onze hobby. Er waren ook veel kinderen mee en ook die leken zich prima te vermaken in een hoek met allemaal kinderspellen. De beurs was verder ruim opgezet zodat je goed kon rondlopen (geen krappe gangpaden) en rustig kon spelen (tafels niet te dicht op elkaar) en was ook het klimaat in de zaal prima (prima temperatuur, niet te veel geluid, voldoende licht). Als het even kan, kom ik volgend jaar dus graag weer terug. Zuiderspel is een leuke beurs die zich misschien net wat meer richt op mensen die af en toe eens een spelletje doen en die dus minder bekend zijn met de laatste spellen dan op de verwende veelspeler die eigenlijk alles al kent en gespeeld heeft. Maar ook de laatste groep kan zich volgens mij prima een dagje vermaken op deze beurs.

woensdag 8 maart 2017

Recensie: The Castles of Burgundy

 Stefan Feld is een spelauteur die de laatste jaren vooral stevige, complexe spellen uitbrengt zoals Trajan en AquaSphere. Ik houd het graag een beetje lichter en luchtiger aan de spellentafel dus veel van zijn spellen heb ik niet gespeeld, waaronder het spel The Castles of Burgundy. Maar daar is inmiddels verandering in gekomen….

The Castles of Burgundy is een bouwspel waarin alle spelers een landgoed gaan ontwikkelen. Alle spelers hebben een eigen spelersbordje voor zich liggen met daarop een soort zeshoekig eiland dat bestaat uit allemaal verschillende gebiedjes van verschillende grootte. Er zijn verschillende soorten gebiedjes, zoals water, weidegrond, zilvermijnen en steden. Aan het begin van het spel legt iedereen een kasteel op het bord en tijdens het spel zal het eiland langzaamaan gedeeltelijk bebouwd worden.

Het spel bestaat uit een aantal rondes waarin tegeltjes verdeeld worden waarmee de gebiedjes op de spelersborden volgebouwd moeten gaan worden. Op het bord staat afgebeeld welke typen tegeltjes er iedere ronde opnieuw verdeeld gaan worden (het aantal tegeltjes wordt aangepast aan het aantal spelers).  De tegels zijn verdeeld in groepjes waar een dobbelsteen bij staat afgebeeld met een getal. Een ronde bestaat uit verschillende beurten.

Iedere beurt gooien alle spelers met twee dobbelstenen. Deze dobbelstenen bepalen je mogelijkheden. Zo mag je een fiche pakken uit een groepje dat hoort bij één van de door jou gegooide getallen. Dit fiche mag je dan in je voorraad leggen (hier kan je maximaal drie fiches neerleggen. Je kan ook een fiche uit je voorraad op je bord plaatsen. Daarvoor moet je ook weer het juiste getal gegooid hebben (en moet je er op letten dat je nieuwe tegel ten minste grenst aan al één eerder geplaatste tegel). Het kan natuurlijk voorkomen dat je net niet de juiste getallen gegooid hebt, maar gelukkig kan je hier wat aan doen door werknemers in te leveren (en die kan je ook weer krijgen door een dobbelsteen in te leveren).

Op het moment dat je een tegel op je bord bouwt, krijg je bijna altijd meteen nog iets erbij. Zo krijg je punten als je een weidetegel bouwt (afhankelijk van hoeveel dieren van dezelfde soort er in de betreffende weide staan). Als je een nieuw kasteel bouwt krijg je een hele extra actie cadeau. En als je een waterfiche bouwt dan mag je onder andere je pion een stapje naar voren zetten in de spelersvolgorde. Bij sommige tegels krijg je niet meteen iets extra, maar krijg je aan het eind van het spel punten (bijvoorbeeld voor het aantal verschillende soorten dieren dat op jouw eiland woont) of een voordeeltje tijdens het spel (bijvoorbeeld ook bouwen op een plekje waarvan het getal 1 te hoog of te laag is).

Op het moment dat je een gebiedje volbouwt, krijg je onmiddellijk punten. Hoe groter het gebied is hoe meer punten het oplevert. Maar je krijgt ook nog een bonus voor in welke ronde je een gebiedje hebt volgebouwd: hoe eerder in het spel je een gebied afmaakt hoe meer bonuspunten je krijgt.
Het spel duurt een vast aantal rondes. Aan het eind zijn nog bonuspunten te verdelen, bijvoorbeeld voor wie als eerste en tweede alle tegels van een soort had gebouwd. Wie aan het eind van het spel de meeste punten heeft, wint het spel.

...en de waardering
Als je een spel met een sterk thema zoekt, dan kan je The Castles of Burgundy rustig negeren. Maar daarmee boor je jezelf dan wel een heel fijn spel door de neus. De kracht van dit spel is dat het tempo lekker hoog ligt en je eigenlijk altijd wel wat leuks kan doen. Je bent dus de hele tijd lekker bezig om je eiland op te bouwen. Maar dat wil niet zeggen dat het niet uitmaakt wat je doet, want je moet wel degelijk goed opletten welke tegels je pakt omdat je zonder strategie wel lekker bezig bent, maar niet goed zal scoren. Het loont om keuzes te maken door te proberen zo snel mogelijk bepaalde gebieden vol te bouwen en door de bonustegels te claimen die jou veel punten op gaan leveren (of dat gaan doen waar je punten voor gaat krijgen). Doordat er zo veel verschillende tegels zijn is het de eerste keer dat je dit spel doet wel een beetje zoeken naar hoe alles in elkaar grijpt, maar al snel valt alles op zijn plaats (en dat wat je vergeet kan je gewoon even opzoeken). En alsof dat nog niet genoeg redenen zijn om dit spel in je kast te willen hebben staan, is het ook nog eens echt heel leuk met twee spelers. Ik ben dan ook blij dat een paar Spellenpretters me overgehaald hebben om deze Feld een kans te geven.








Auteur: Stefan Feld
Uitgever: Ravensburger, 2011
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: 45-90 minuten
Prijs: circa 45 euro

woensdag 1 maart 2017

Maandoverzicht: februari 2017 (Dagmar)


In de afgelopen maand stond er 31 keer een spel op tafel. Mijn meest gespeelde spel was Keer op Keer (of Keer op Keertje zoals Niek het noemt). We hebben dit spel deze maand twee keer cadeau gedaan en dan  moet je natuurlijk ook meteen even een oefenpotje spelen. Ik denk dat het veelzeggend is dat beide keren Keer op Keer meteen nog twee keer op tafel kwam na het eerste potje. De titel van dit spel is dus goed gekozen. Mocht je deze maand dus nog ergens op visite gaan en eens iets anders mee willen nemen dan een fles wijn of bos bloemen, dan is Keer op Keer succes verzekerd.

Ik speelde deze maand twee spellen voor het eerst. Beide waren tweepersoonsspellen van Mayfair die ik op Spiel 2015 had gekocht, namelijk Trambahn en Hengist. Zoals jullie in de recensie hebben kunnen lezen vond ik Hengist een echte tegenvaller (lees hier de recensie), maar was ik over Trambahn juist heel erg te spreken (lees hier de recensie). En eigenlijk is dat dan wel weer grappig want op basis van het thema had ik eerder het omgekeerde verwacht. Zo zie je maar: there is more than meets the eye als het op spellen aankomt.

Ik speelde deze maand ook 7 Wonders Duel weer eens. Ik heb dit spel in december 2015 ook al een paar keer gespeeld maar daarna kwam het niet meer op tafel. Ik had mijn potjes best ok gevonden, maar was er niet zo enthousiast over als veel andere mensen en dus verdween het spel in de kast. Maar ik was deze maand bij mijn vriendin B op bezoek die wel door dit spel gegrepen is en het dus op tafel zette. En ik moet toegeven, het spel beviel me beter dan ik had vewacht. Ik vond het echt leuk om weer te doen. Het staat nu weer in mijn spellenkast, maar dan wel vooraan omdat ik het graag nog een paar keer wil spelen.

Een ander spel wat onder een hele dikke laag stof (figuurlijk natuurlijk) vandaan kwam, was Space Alert (lees hier de recensie als je het spel niet kent). Dit spel heb ik sinds 2009 niet meer gespeeld. Space Alert is een lekker chaotisch coöperatief spel dat gestuurd wordt door een soundtrack. De spelers zijn de crew van een ruimteschip met de naam Sitting Duck. Dit ruimteschip wordt de ruimte in gestuurd om daar in tien minuten een scan te maken van een bepaald gebied en daarna weer vliegensvlug terug gehaald. Je zou denken dat er in 10 minuten niet zo veel kan gebeuren, maar dat valt behoorlijk tegen. Het zijn de meest hectische 10 minuten van je leven (of de laatste als je pech hebt). De spelers moeten er samen voor zorgen dat het schip heel blijft door bijvoorbeeld aanvallen van kwaadaardige aliens af te slaan door de schilden te laden of ze neer te schieten.

loop richting blauw, pak lift, druk op A
Het spel wordt aangestuurd door een soundtrack die je verteld op welk moment er een vijandig ruimteschip of gevaarlijk natuurlijkverschijnsel verschijnt of op welk moment je niet met de andere spelers mag praten omdat er een probleem met de communicatiesoftware is. De spelers bepalen ondertussen door het neerleggen van kaartjes wat ze gaan doen. Zo kan je naar links of rechts lopen (aangegeven met kleuren voor mensen zoals ik die rechts en links niet uit elkaar kunnen halen) of van het benedendek naar het bovendek gaan (of omgekeerd). Of je kan de verschillende systemen activeren door op de juiste knop te drukken (A zijn bijvoorbeeld de wapens). Deze fase van het spel duurt net zo lang als de soundtrack. Daarna gaan de spelers in alle rust checken of het gelukt is om het schip heel te houden. Dit doe je door gestructureerd na te spelen (met pionnen op het bord) welke acties de spelers hebben gekozen. En dan blijkt timing heel belangrijk te zijn. Want je kan wel willen schieten, maar als niemand de batterij van het kanon heeft geladen dan gebeurt er helemaal niets.

Ik heb dit spel met een paar collega’s gespeeld. We hebben eerst de twee korte introductie-scenario’s gespeeld. En daarna nog een trainingsmissie van 10 minuten. We hebben deze met een klein beetje valsspelen overleefd (het waren nog de trainingsmissies dus dan mag dat). Het was verassend moeilijk om het overzicht te bewaren en te blijven afstemmen wie wat ging doen tijdens het spel. De soundtrack met sirenes (ALERT! ENEMY ACTIVITY DETECTED. PLEASE BEGIN FIRST FASE) zorgt voor een flinke portie stress en chaos. Zo bleken we consequent te vergeten om even rustig te kijken wat voor aanvallen we te verduren zouden krijgen (lees de kaart!) waardoor we in de tweede fase er telkens achter kwamen dat we iets over het hoofd hadden gezien (waardoor we soms even moesten valsspelen om dat recht te zetten). Maar dat is ook wat het leuk maakt. Na drie potjes vonden we het dan ook genoeg geweest. Maar de volgende afspraak staat al om het nog een keer te proberen.


Ik vind Space Alert echt heel erg leuk (het helpt waarschijnlijk dat ik een Trekkie ben), maar het is geen spel dat je makkelijk even uit de kast kan trekken. Het spel heeft namelijk best veel regels en omdat je het speelt onder de tijdsdruk van de soundtrack is het echt heel belangrijk dat de spelers de regels goed kennen. Je hebt namelijk eigenlijk geen tijd om tijdens het spelen nog even iets uit te leggen of uit te zoeken. En omdat het spel aangestuurd wordt door een hysterische soundtrack is het ook een spel dat je in een rustige ruimte moet spelen (zodat je de soundtrack goed kan horen en je bovendien andere mensen niet stoort). Ik kijk er naar uit om het spel binnenkort weer te spelen omdat ik benieuwd ben of het ons dan makkelijker af zal gaan. We kunnen nog 2 trainingsmissies doen voordat we aan het echte werk (de full blown scenario’s) kunnen beginnen. Maar als we nog niet aan de complete scenario's toezijn, dan kunnen we natuurlijk ook nog gewoon de trainingsmissies nog een keer doen (of nog twee keer). De trainingsmissies zijn namelijk al zo uitdagend dat we daar onze handen daar voorlopig vast nog vol genoeg aan hebben. 

zondag 26 februari 2017

Recensie: Hengist

 De boeken van Dan Brown heb ik altijd verslonden. Zodra er dus een nieuw Dan Brown boek uitkomt is dat voor mij een no brainer: dat boek gaat mee naar huis. Hetzelfde geldt sinds Patchwork en het Agricola tweepersoonsspel voor tweepersoons-spellen van Uwe Rosenberg. Als het spel dan ook nog uitkomt bij betrouwbare uitgevers (Mayfair en Look out) en er goed uit ziet, dan aarzel ik niet. En zo ging op Spiel 2015 Hengist met me mee naar huis. Ik hoorde er weinig goeds over en daardoor duurde het uiteindelijk ruim een jaar voor het eindelijk op tafel stond, maar inmiddels weet ik of mijn vertrouwen in Uwe terecht was.

Hengist is een spel dat zich afspeelt op de kusten van het vroeg Middeleeuwse Engeland. De Romeinen zijn net vertrokken en de Picten en Schotten weten niet hoe snel ze het machtsvacuüum moeten opvullen. Dat lieten de andere bewoners van het eiland zich natuurlijk niet over hun kant gaan. De aanvoerder van de Saksen stuurt zijn beste mannen op pad om het binnenland te verdedigen. Deze aanvoerder is alleen nogal een krent en betaalt slecht. En tsja, als rechtgeaarde Saks weet je wat je dan te doen staat: je vult je loon aan met een plundering hier en een overval daar. In Hengist gaan twee groepen Saksen op pad om zo veel mogelijk buit binnen te slepen.

Tot mijn grote verbazing delen deze concurrenten wel een boot. Deze boot vaart langs de kust en de mannen kunnen waar ze willen in- en uitstappen. Ze staan dan op de kust. Vanaf de kust lopen paadjes naar het achterland waar de dorpen liggen die geplunderd moeten gaan worden. In deze tijd had nog niemand van Google-maps gehoord en dus is het wel een gokje welk paadje waar uitkomt en hoe waardevol de buit is die veroverd kan worden.

In de boot zitten drie groepen plunderaars van iedere spelers. In je beurt mag je met ieder van deze groepen één actie uitvoeren. Zo kan je uit de boot stappen of er juist weer in gaan zitten. Of je kan met een groep mannetjes een stukje gaan lopen. Je moet daarvoor alleen wel dezelfde combinatie van kaarten inleveren als staat afgebeeld bij het paadje waar je overheen wilt lopen. Over de paadjes naar de dorpjes ligt een kartonnen strookje. Als je over een paadje gaat lopen dan mag je op de achterkant van dit strookje kijken bij welk dorp het paadje eindigt en hoeveel buit je dus binnenhaalt.

In het spel zitten ook zwarte ontdekkers kaarten. Als je het gelukt hebt om er daar één van te trekken dan kan je die gebruiken om van te voren even te spieken hoe de paadjes lopen zodat je het meest profijtelijke pad kan kiezen (gelet op de handkaarten die je hebt). Je kan een ontdekker-kaart ook gebruiken als joker óf om een groep plunderaars die verdwenen is weer terug te halen. Iedere keer dat je namelijk een zwarte kaart gebruikt vaart de boot een stukje verder. Aan het begin van het spel liggen er drie borddelen, maar zodra de boot van het derde deel vaart wordt het eerste deel omgedraaid en als vierde deel neergelegd. Alle mannetjes (en schatten) die op dit deel stonden verdwijnen uit het spel.

Aan het eind van een beurt trekken spelers een aantal kaarten bij (2 tot en met 5, afhankelijk van waar hun plunderaars op het bord staan).

…en de waardering

Mijn vertrouwen in Uwe was helaas onterecht. Hengist voelt als een spel dat nog in ontwikkeling was. De kern van het spel moest iets worden met “combinaties kaarten afleggen om over paden te lopen”  en “niet meteen zien waar de paadjes naar toe gaan”. Dat had misschien best wat kunnen worden, maar dan was er nog wel iets extra’s nodig. Nu is het vooral een groot geluks-festijn. Je moet maar net de combinaties van kaarten trekken die nodig zijn om over een paadje te lopen. Vaak valt er niet zo veel te kiezen en ga je dus maar daar naar toe waar je de kaarten voor hebt. Het heeft immers niet zo veel zin om een zeldzame zwarte kaart uit te geven aan voorkennis over de paadjes als je vervolgens toch maar één pad kan gaan. Ik had daardoor niet echt het gevoel dat ik veel invloed op mijn eindresultaat had. Ik kan me voorstellen dat kinderen van 7 a 8 jaar dat nog niet helemaal door hebben en het spel dus nog best leuk vinden (het ziet er per slot van rekening goed uit en lekker plunderen vinden ze vast ook leuk). Maar voor een spel dat niet specifiek als kinderspel in de markt is gezet, is dat niet voldoende om het een voldoende te geven. Ik snap werkelijk niet dat een succesvol auteur als Uwe Rosenberg dit spel onder zijn eigen naam op de markt heeft willen brengen. Het maakt mij in ieder geval voorzichtiger om zijn nieuwe spellen blind te kopen.







Auteur: Uwe Rosenberg
Uitgever: Mayfair Games, 2015
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 7 jaar
Speelduur: 15-30 minuten
Prijs: circa 20 euro

zaterdag 25 februari 2017

Pandemic Legacy season 2 (eerste indruk op basis van de doos)

Ergens dit jaar gaat Pandemic Legacy deel 2 uitkomen. Ik meen dat ik ergens gelezen heb dat het in de zomer (rond juli) ging gebeuren, maar ik kan het bericht niet meer terug vinden. Ik kan in ieder geval niet wachten tot het zo ver is. Pandemic Legacy season 1 was met lichtjaren voorsprong het leukste spel dat ik ooit gedaan heb (lees hier mijn spoiler-vrije recensie als je het spel niet kent of hier mijn eveneens spoiler-vrije final thoughts). Het spel was top, maar wat het naar een hoger niveau tilde was het verhaal dat ontstond tijdens het spelen. Toen ik het aan het spelen was kon ik tegelijkertijd niet wachten om te ontdekken hoe het spel verder ging, terwijl het naderen van het einde van het spel ook betekende dat er een einde aan dit geweldige spel zou komen en dat terwijl ik er nog lang niet genoeg van had. Maar gelukkig komt er nu dus een vervolg!

Vorig jaar op Spiel werd de voorkant van de dozen van Season 2 al getoond. Ik was hier heel blij mee, want het betekende dat er inderdaad een season 2 zou gaan komen en dat daar schijnbaar zelfs al hard aan gewerkt werd. Ook kan je er wellicht al iets over afleiden over de verhaallijn in het spel. Net als bij Season 1 kan je het spel in twee verschillende dozen kopen. De inhoud van de dozen is hetzelfde, maar op deze manier kan je met twee groepen spelen en de spellen uit elkaar houden. Ik moet wel zeggen dat ik de kleuren van de dozen een stuk minder aantrekkelijk vindt dan bij season 1. Season 2 komt in een zwarte en een oranje/bruine variant. De plaatjes die er op staan doen mij aan actie films denken waar mensen in moeilijke omstandigheden iets proberen te bereiken. De dozen hebben ook wel een beetje een militaire sfeer. En op beide dozen zie je een soort zee of grote rivier. Wat je in ieder geval niet ziet is wetenschappers of dokters en dat is opvallend voor een Pandemic-spel. Het spel lijkt dus een minder medisch/wetenschappelijke insteek te hebben.

Afgelopen week is er naast de voorkant ook een foto naar buiten gekomen met de achterkant van Season 2. En hier is nog veel meer interessante informatie uit af te leiden over het spel. Ik zal jullie in dit blog meenemen met wat ik afleid aan de achterkant.

Allereerst is het weer een spel voor 2 tot 4 spelers met een speelduur van circa een uur. De leeftijdsgrens is echter wel een jaartje opgetrokken, namelijk tot 14 jaar. Dit betekent vast dat het spel wat complexer is geworden.

Ook staat er op de achterkant al wat er in de doos zit. In de doos zitten een bord, 10 karakter-kaarten, 4 pionnen, 9 supply centers (de vervanger van de onderzoeksstationnen wellicht?), 5 tokens, 36 supply-cubes, 53 player-cards, 27 infection cards, 82 legacy-cards (dat zijn er 20 meer dan in season 1!), 4 haven worker cards, 6 dossiers en een reference card. Op een vagere foto van de doos kan ik het hele vakje zien en daar staat een woord dat ik niet kan lezen en daarna “and much more”. Ik hoop dat dat onder dat “veel meer” in ieder geval weer van die leuke zwarte doosjes gaan vallen die je af en toe tijdens het spel open mag maken en waaruit allemaal verrassingen komen. Ik zou het echt jammer vinden als die er niet in zitten (tenzij ze iets anders net zo fantastisch hebben verzonnen natuurlijk).

Links op de doos wordt in een blauw vlak iets meer verteld over de verhaallijn van het spel. Het spel speelt zich 70 jaar na een grote plaag af. De plaag kwam uit het niets en de meeste mensen stierven binnen een week zonder dat iemand er wat aan kon doen. Maar sommige mensen hebben de plaag overleefd door op de zee te gaan wonen op drijvende havens. Vanuit deze havens worden voorraden naar het vaste land gestuurd in de hoop dat de mensheid niet uitsterft. Een aantal grote steden staat nog met elkaar in contact, maar het contact met heel veel andere steden is verbroken. Het spel start met een klein groepje mensen dat op pad wordt gestuurd om te ontdekken wat er in de rest van de wereld is gebeurd…..

Het thema van het spel past dus wel goed bij de voorkant van de dozen. Het spel speelt zich af in een post-apocalyptische tijd. Het doet mij denken aan de sfeer uit de boeken van Justin Cronin (De oversteek triologie).  De spelers van het spel zijn vast de mensen die op pad worden gestuurd om de wereld te ontdekken. Dit lijkt mij een uitstekend uitgangspunt voor een legacy-spel.

Op de achterkant van het spel staat het speelbord afgebeeld. Ik moest even een paar keer kijken voor ik doorhad wat er op het bord afgebeeld was. Wat je ziet is de grote oceaan (in het lichtblauw) met de randen van Zuid-Amerika, een stukje Noord-Amerika, Europa en Afrika (in het geel). Dit is vast het deel uit de wereld dat nog bekend is en de rest moet weer (her)ontdekt worden. Op het bord staan de bekende pionnen, onderzoeksstations (al zijn dat vast supply stations in dit spel) en virus-blokjes (of zouden dat supply-cubes zijn?). Ik vind het overigens opvallend dat alle blokjes dezelfde kleur hebben (grijs). Wat zou dit betekenen? Ook staan er drie gekleurde bollen op de plaats waar je normaal bijhoudt welke ziektes er zijn genezen. Onder deze bollen staat een vak voor de plague-cubes. Maar wat deze bollen precies zijn weet ik niet. Er is in ieder geval geen ruimte om de virussen te laten muteren (zoals in season 1 gebeurde). Verder zien we een incidenten-spoor (vast om de uitbraken bij te houden), een vak voor de doelen (objectives) zoals we ook uit Season 1 kennen en spelerskaarten. Onder het objectives-vak staat een spoor om bij te houden in welk scenario je zit. Opvallend is dat hier 13 vakjes staan, terwijl er in season 1 12 vakjes stonden (vernoemd naar de maanden van het jaar). Bovendien staan er nog twee cirkels met het 10 en 11 naast. Ik heb geen idee wat deze cirkels betekenen al valt me wel op dat de nummers aansluiten op de nummers van de het Legends-spoor dat links onder op het bord staat. Dit is een nieuw element en ik ben heel benieuwd naar waar het voor dient.

Rechts op de achterkant van de doos staat heel kort waar het spel om draait (welke mechanismen staan centraal). Als eerste wordt het ontwikkelen van je karakter genoemd. Dit zat ook al in season 1 en beviel mij en de mensen waar ik mee speelden heel goed. Wij vonden het leuk om de karakters grappige namen te geven en zich te laten ontwikkelen via upgrades en scars. Dit droeg heel erg bij aan het verhalende karakter van het spel. Het tweede mechanisme dat genoemd wordt is dat je de wereld gaat ontdekken. Dit stond ook al in het verhaaltje. Waarschijnlijk gaat de wereldkaart langzaamaan ingevuld worden tijdens het spel (met stickers? door een laag weg te krassen?). Het laatste mechanisme wat genoemd wordt is dat je populaties gaat helpen overleven. In Pandemic moest je altijd mensen redden door ze te genezen en een geneesmiddel uit te vinden. Helpen roept bij mij toch meer het beeld op dat je mensen moet helpen om zelf te overleven, misschien door ze de middelen te geven om zelf voedsel te genereren of huizen te bouwen. Op dit plaatje staat ook een zwart vakje met een 4 met een pijn naar een vakje met een 3. Zou dit een sticker zijn die je op het bord plakt als het beter gaat met de mensen? Ik ben benieuwd!

Verder zien we op het bord al een paar spelerskaarten en een karakterkaart afgebeeld. We zien spelerskaarten in twee kleuren (blauw en geel) met plaatsnamen er op. Op een andere plek op de doos staan ook nog zwarte kaarten. Mogelijk zijn er dus maar 3 kleuren infectie-kaarten en sluit dat aan bij de drie bolletjes op de kaart.  In alle Pandemic-spellen moet je proberen om setjes kaarten van een kleur te verzamelen om zo een geneesmiddel te vinden. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als je hier een set compleet hebt. De spelerskaart heeft lekker veel vakjes voor upgrades. En er lijkt een soort ontwikkelspoor onderaan het kaartje te staan waar je iets kan bijhouden. Het is niet goed te zien, maar het lijkt wel of er cijfertjes onder de vakjes staan. Maar misschien probeer ik overal iets in te zien en is het gewoon een decoratief randje.

Op de achterkant zien we ook al twee van de dossiers afgebeeld staan. In season 1 zaten er allemaal stickers met allemaal verschillende functies in deze mappen (extra upgrades, nieuw spelregels, nieuwe dingen voor op het bord). Ik verwacht dat ook in deze dossiers dit soort zaken gaan zitten. Verder zien we nog wat afbeeldingen die vast bedoeld zijn om de sfeer van het spel mee te geven. In season 1 hadden de dossiers een zakelijke uitstraling, hier doen ze me denken aan oud vergeeld papier. Dat sluit dan weer prima aan bij het thema. Als bijna de hele mensheid is uitgestorven dan kunnen de overlevende vast een flinke tijd teren op al het papier en alle andere dingen die achter zijn gebleven.

Dit is wat ik aflees uit de paar plaatjes die nu beschikbaar zijn van hopelijk mijn favoriete spel van 2017. Ik krijg het gevoel dat dit meer een ontdek en ontwikkel spel gaat worden dan dat het gaat draaien om het beter maken van zieke mensen. En er zal vast een mechanisme in zitten dat voor tegenslag zorgt die overwonnen moet worden door slim samen te werken. Dit past heel goed bij een Legacy-stijl spel. Tegeliijkertijd doet me dit denken aan Seafall, het andere Legacy spel van de Rob Daviau (de co-auteur van Pandemic Legacy 1 en 2). De reacties op dat spel zijn duidelijk minder positief dan die op Pandemic Legacy season 1. Maar wellicht geeft dat ook weer de kans om te leren van je fouten waardoor Season 2 toch weer een knaller gaat worden.

Ik ben echt super benieuwd naar dit spel en kan niet wachten tot ik het kan gaan kopen én spelen. Het is natuurlijk ontzettend moeilijk om een opvolger te maken voor een spel dat zo populair is als Pandemic Legacy season 1 (het stond binnen no time op nummer 1 op Boardgamegeek en heeft die plaats nog steeds niet afgestaan), maar ik hoop echt dat het gelukt is. Overigens is op BoardgameGeek ook een discussie gaande naar aanleiding van de nu beschikbare informatie (zie hier). Daar hebben sommige mensen ook nog de teksten op sommige kaarten gelezen. Kijk dus ook vooral daar even als je het leuk vindt om ook nog andere invalshoeken te lezen over wat we mogelijk zien op de achterkant van Pandemic Legacy Season 2. 


woensdag 22 februari 2017

Recensie: Karuba

Als je de doos van Karuba ziet, dan kan je niet anders dan meteen aan Indiana Jones denken. Op de doos staat namelijk een jonge look-a-like van Indiana  bij een Inca-tempel in een oerwoud trots een blinkend gouden beeld omhoog te houden. In dit spel mogen de spelers dan ook, net als Indiana Jones, op zoek naar kostbare schatten op een tropisch eiland.

Aan het begin van het spel krijgt elke speler een eigen bord van het eiland voor zich te liggen. Op het bord worden vier avonturiers op de aan het rand van het bord afgebeelde strand gezet. Aan de andere kant van het bord staat het oerwoud afgebeeld en hier worden vier schatten verstopt. De avonturiers willen zo snel mogelijk naar de schatten toe, maar daarvoor zullen eerst nog wegen moeten worden gebaand.

Elke speler heeft namelijk verder een set met vierkante tegels gekregen met daarop de wegen door het oerwoud. Op sommige plekken is zelfs nog een extra schat verstopt. Een speler schud de tegels en legt ze dicht. Deze speler trekt iedere ronde een tegel en vertelt de andere speler welke hij heeft getrokken (ze zijn genummerd). De andere spelers zoeken dan deze tegel op en gebruiken hem.

Je kan tegels op twee manieren gebruiken. Allereerst mag je de tegel op het bord leggen om daarmee wegen te creëren van de avonturiers naar de schatten. Je mag de tegels overal neerleggen en het hoeft niet eens passend. Je mag de tegels alleen niet draaien. Als er een schat op de tegel staat dan moet je die op de tegel leggen. Door het neerleggen ontstaan er gedurende het spel paadjes op de spelersborden.

De tweede manier waarop je de tegels kan gebruiken is door ze af te leggen om bewegingspunten voor je avonturiers te krijgen. De avonturiers mogen namelijk niet zo maar over het bord gaan lopen, daarvoor moet je tegels afleggen. Je mag maximaal net zo veel stappen doen als er paadjes een tegel aflopen. Of te wel met als er één weggetje op een tegel staat dan heb je twee uitgangen en mag je twee stapjes zetten en bij een tegel met een kruising zijn er vier uitgangen en mag je dus vier stapjes zetten. Je moet de stapjes met dezelfde avonturier zetten. Als je je beurt eindigt naast een schat dan mag je die oppakken. Het doel is om je avonturiers zo snel mogelijk naar de schatten aan de rand van het bord te sturen, want deze schatten leveren de meeste punten op. Hoe eerder je bij een bepaalde schat bent, hoe meer punten het namelijk oplevert.

Het spel is afgelopen als de laatste tegel is omgedraaid. Het komt regelmatig voor dat er dan nog avonturiers midden op het eiland staan. Dat is dan een gevalletje jammer maar helaas, zelfs als er al een goed pad naar hun schat leidt, dan nog mag je de schat niet even ophalen. Aan het eind van het spel tellen de spelers de punten op van de door hun avonturiers verzamelde schatten. Wie de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

...en de waardering

Karuba is een spel naar mijn hart. Het is zo uitgelegd, duurt niet te lang, heeft een aansprekend thema, speelt lekker weg en ziet er fantastisch uit (laat dat maar aan Haba over). En wat ook fijn is aan dit spel is dat iedereen altijd aan de beurt is. Iedereen heeft iedere beurt dezelfde tegel om iets mee te doen. Je hoeft dus nooit lang op je beurt te wachten ongeacht of je met hoeveel spelers je speelt. Doordat je de avonturiers en schatten iedere keer op een ander plekje op de rand van het bord kan zetten en de tegels iedere keer in een andere volgorde worden getrokken, is het spel bovendien iedere keer net even anders. Karuba is echt een perfect familiespel dat net zo goed in de smaak zal vallen bij mensen die af en toe eens een spelletje doen als bij verwende veelspelers.







Auteur: Rüdiger Dorn
Uitgever: Haba, 2015
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30-45 minuten
Prijs: circa 35 euro

zaterdag 18 februari 2017

Recensie: Trambahn

Een tijdje terug kwam ik op Boardgamegeek een lijstje tegen met de spellen die stelletjes hadden gespeeld. In dit lijstje schreef iemand een stukje over Trambahn dat mijn interesse wekte. Trambahn zou namelijk een beetje lijken op het geslaagde tweepersoonsspel Lost Cities. Trambahn stond al sinds Spiel 2015 ongespeeld in de kast te wachten om op tafel te komen. Het stukje op Boardgamegeek was hét zetje dat ik nodig had om eindelijk de regels van dit spe te gaan lezen.

Trambahn speelt zich af in het München van het eind van de 19e eeuw. De tram is een groot succes in de stad en snel worden nieuwe routes aangelegd. De wetenschap staat ondertussen niet stil en er komen steeds betere trams op de markt. De spelers zijn het hoofd van een tram-maatschappij en proberen elkaar af te troeven door te investeren in mooie routes en moderne trams.

Het spel bestaat uit een enorme stapel kaarten in vier kleuren met waardes 1 tot en met 10. De kaarten kunnen op verschillende manieren gebruikt worden. Zo kunnen ze gebruikt worden als geld dat gebruikt wordt om nieuwe trams te kopen. Maar je kan ze ook gebruiken om routes mee te bouwen of als passagier om tellingen mee te veroorzaken.

Iedere beurt begin je met 6 kaarten op handen. Je moet altijd  1 of 2 kaarten afleggen als passagier. Zodra de vierde passagier van een kleur is neergelegd volgt meteen een waardering van de route in de bijbehorende kleur. Die routes bouw je in je beurt door uit je hand kaarten aan rijtjes aan te leggen. De rijtjes moeten op oplopende volgorde worden gebouwd (daar hebben we de link naar Lost Cities). De hogere kaarten zijn meer punten waard dan de lagere.  Je mag trouwens meerdere rijtjes van dezelfde kleur maken, zolang elk rijtje maar netjes oplopend is. Het laatste wat je kan doen is kaarten afleggen als geld. Met dit geld kan je een nieuwe tram kopen en die heb je nodig om een nieuw rijtje te starten. De trams die in het spel komen worden steeds beter, maar helaas ook steeds duurder. Aan het eind van een beurt vul je je hand weer aan tot 6 kaarten.

Het loont overigens om lange rijtjes te maken, als een rijtje 8 kaarten lang is, dan volgt meteen een extra waardering van dit rijtje. Om deze reden is het slim om ook te investeren in rijtje die beginnen met lage getallen ook al zijn die weinig punten per kaart waard.

Als  een reguliere waardering wordt getriggerd, dan tel je de punten van je routekaarten bij elkaar op en vermenigvuldig je deze met de waarde van je tram (of te wel met 2, 3 of 4 afhankelijk van hoe goed de tram is). Na 10 waarderingen is het spel afgelopen en wie dan de meeste punten heeft verzameld wint het spel.

Ik moet trouwens wel bekennen dat Niek en ik ons niet helemaal aan de regels van dit spel houden. Er zijn twee regels waar we het nut niet van inzien en die we dus negeren. Allereerst krijgt de startspeler net wat minder geld dan de nummer twee. Ik zie niet echt wat het startspelervoordeel is en dus hoeft dat ook niet gecompenseerd te worden (door het extra geld wil je eigenlijk liever de tweede speler zijn). De tweede regel is dat je eigenlijk de helft van je geld af moet leggen op het moment dat de trekstapel leeg is en geschud moet worden. Deze regel stimuleert dat je niet hamstert, maar soms kan je er niets aan doen dat je nog net niet genoeg kaarten hebt voor een nieuwe tram en dan is de straf wel heel hoog.

...en de waardering

Ik vind Trambahn een erg leuk tweepersoonsspelletje. Niek is het gelukkig met me eens. Het spel stond in een week tijd dan ook zes keer op tafel en dat wil wat zeggen. We moesten echt even op zoek naar de flow van dit spel. Ik houd er van om te hamsteren en had dus de neiging om kaarten te bewaren voor rijtjes die ik later ging bouwen. Dit schoot echter niet op omdat je je hand altijd aanvult tot 6 kaarten. Als je dus veel kaarten bewaart, dan krijg je minder nieuwe en duurt het dus langer voor je de gewenste kaarten hebt. Ook wil je graag kaarten gebruiken om rijtjes uit te bouwen, maar rijtjes worden pas gewaardeerd als er vier kaarten als passagier zijn afgelegd. Op een gegeven moment moet je dus juist kaarten gaan gebruiken als passagier en niet meer investeren in rijtjes. En alsof het niet lastig genoeg is om te beslissen of je kaarten als routekaart voor rijtjes of als passagier voor de waardering gebruikt, moet je ook nog zorgen dat je genoeg kaarten aflegt als geld om nieuwe trams te kunnen kopen omdat je anders geen nieuwe rijtjes mag starten. Je moet dus de balans zoeken tussen de verschillende mogelijkheden en dat valt niet mee, maar maakt het spel wel heel leuk.






Auteur: Helmut Ohley
Uitgever: Mayfair Games, 2015
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: circa 20 euro